Meubilair
'Het tijdperk van het oude werken is voorbij. We leven in het tijdperk van het nieuwe werken. Optimale flexibiliteit in plaats en tijd. Maar het nieuwe werken is méér dan dat. Flexibiliteit in de positie – de werkhouding – dat is wat het eigenlijk zou móeten zijn!'
Aldus begint Inofec, leverancier van kantoor- en schoolmeubelen, een uitnodiging voor de officiële lancering van de mPosition by Inofec. Plaats van handeling is de voormalige Kauwgomballenfabriek in Amsterdam. De mPosition is volgens het bedrijf 'de werkplek van de toekomst, dé vertaling van het nieuwe werken'.

Lange tijd achter elkaar werken in dezelfde houding is niet goed. De verwachting is volgens Inofec daarom dat de Arbo binnenkort komt met een normering voor liggend werken. 'De mPosition loopt alvast voorop op die normering'.
Datum: Woensdag, 23 mei 2012 om 14.00 uur
Locatie: Design Lounge - Paul van Vlissingenstraat 2g Amsterdam
Tijdens de bijeenkomst is er uiteraard gelegenheid om de mPosition zelf te ervaren. 'Dus neem wat werk mee en neem plaats in de mPosition', adviseert Inofec.
Aanmelden kan via marloes@redbanana.nl
Raadsleden, gedeputeerden en overheden, aangevoerd door Commissaris der Koningin van de provincie Noord-Brabant Wim van de Donk, waren op donderdag 10 mei te gast bij de productielocatie van Ahrend in Sint-Oedenrode. Ze waren onder de indruk van de omvang, duurzaamheid en manier van werken van de internationale inrichter en meubelproducent; en daarnaast verheugd over het nieuws dat Ahrend voornemens is de kantoortoren te renoveren en er de klantenservice en administratie op termijn in St Oedenrode te vestigen. Dat betekent dat er ruim dertig arbeidsplaatsen naar Brabant verhuizen.
CEO Joost Van Meerbeeck gaf een korte bedrijfspresentatie over Ahrend. De genodigden waren onder de indruk van het feit dat Ahrend niet alleen marktleider in Nederland is, maar ook tot de marktleiders in Europa behoort. Burgemeester Peter Maas van Sint-Oedenrode deelde in diens trots: “Ahrend is van een dorpssmederijtje door de jaren heen uitgegroeid tot internationale speler van formaat.”
Vervolgens kregen de genodigden een rondleiding door de 55.000 vierkante meter grote fabriek. Onder de genodigden was Wim van de Donk, Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant, die het belang van de maakindustrie in de provincie onderstreepte: “Ahrend is een ambachtelijk bedrijf, dat niet alleen de maakindustrie vertegenwoordigt, maar ook de kennisindustrie. Een bedrijf dat innoveert en steeds slimmer wil werken, met oog voor detail en duurzaamheid. Ik krijg de indruk van een zeer ambitieus bedrijf dat weet waar het om gaat.”
Van de Donk reageerde voorts verheugd op het nieuws dat Ahrend van plan is het kantoorgebouw op te knappen en er dertig extra staffuncties te willen huisvesten. Hoofddirectielid Eugene Sterken hierover: “We gaan in Sint- Oedenrode de klantenservice en andere ondersteunende taken concentreren, wat de slagkracht van de organisatie en vooral de dienstverlening naar onze klanten verder zal verbeteren. Ruim dertig arbeidsplaatsen zullen hierdoor op termijn naar Sint-Oedenrode verhuizen.”
Van de Donk: “Ik ben erg blij dat in een tijd waarin ondernemingen vaak de neiging hebben hun hoofdkantoor in Amsterdam te vestigen, Ahrend voor een belangrijk deel de omgekeerde weg bewandelt.”
Ontwerper Jerszy Seymour geeft op 24 mei een lezing in het ABN-AMRO Dialogues House. In zijn presentatie ‘A General Theory of Design’ maakt hij een brug tussen traditioneel design en design als filosofie voor maatschappelijke en zakelijke uitdagingen.
De meeste mensen denken aan speciaal meubilair, kleding of kunst als je het over design hebt. Jerszy laat zien dat er meer is dan dat. Kijk om je heen en je ziet overal design. Van een iPad tot een koffieautomaat.
Jerszy Seymour is ontwerper van producten en meubels, gemaakt van innovatieve materialen, waarbij het ambacht centraal staat. Mooi voorbeeld hiervan is de Amateur Master A Chair die hij voor NgispeN heeft ontworpen. Een stoel die helemaal met de hand is gemaakt van een oersterke biologisch afbreekbare was. Elk exemplaar is uniek en soms zie je nog een vingerafdruk van de maker staan.
De lezing vindt plaats op donderdag 24 mei om 16.00 uur in het Dialogues House van ABN-AMRO in Amsterdam Zuid-Oost. Inschrijven kan via deze link www.dialogueshouse.nl/a-general-theory-of-design
Interieurarchitect Jeroen de Nijs lanceert zijn meubelcollectie ‘NIJS’. De collectie bestaat vooralsnog uit een ziteiland, vloerlamp, thuisbar, stoelen en tafels. NIJS is te herkennen aan 'eigenwijze, ruimtelijke vormen gemaakt van natuurlijke materialen', aldus een persbericht over het initiatief. 'De luxe meubelen zijn ingetogen en stoer. De focus ligt op comfort en exclusiviteit'.
NIJS wordt in Nederland geproduceerd en richt zich op het midden- en hoge segment. De meubelen zijn vooralsnog, zonder tussenkomst van een dealernetwerk, direct verkrijgbaar via NIJS.
Jeroen de Nijs maakt met dit label zijn ‘vrije werk’ toegankelijk voor een groter publiek. Het komende jaar wil hij de collectie verder uitbreiden. De Nijs: “Met het label NIJS geef ik mijn persoonlijke smaak vorm, geïnspireerd op mijn eigen leefomgeving.”
Het sculpturale bankstel ‘Nice One’ wordt gevormd door de schuine lijnen en de diepe naden die in de losse elementen doorlopen. Het riante ziteiland is geschikt voor kleine interieurs waarin geen ruimte is voor een extra luie stoel. De losse zitelementen kunnen afzonderlijk van elkaar worden gebruikt. Praktisch zijn ook de verplaatsbare armleuningen. De comfortabele afwerking uit de serie ‘Outdoor’ van Kvadrat is in vele kleurstellingen leverbaar. De Nijs: "Ik zocht een stoere bank die flexibel te gebruiken is, maar toen dat vrij lastig bleek, besloot ik hem zelf te ontwerpen."
Jeroen de Nijs is in 2000 afgestudeerd aan de Haagse kunstacademie. Met zijn eindexamenmeubilair kreeg hij onder meer de Stroom-onderscheiding van de gemeente Den Haag. Kort daarna is Jeroen zijn eigen bureau gestart. Hij heeft interieurs ontworpen voor bekende Nederlanders, voor Ajax en AZ (skyboxen) en voor luxe kledingzaken (onder andere Hugo Boss). Ook heeft de Nijs een aantal villa’s en bedrijfspanden in binnen- en buitenland getekend. “Ik haal mijn inspiratie uit mijn opdrachtgevers en de locatie zelf, waardoor geen ontwerp hetzelfde lijkt. Elke locatie verdient een eigen uitwerking. Ik creëer als het ware een maatpak voor iedere opdrachtgever."
Meer dan 50 procent van de Nederlandse MKB’ers wil in de toekomst de mogelijkheden voor flexibel werken niet verder uitbreiden. Ruim 20 procent heeft deze toekomstplannen wel en de overige MKB’ers zijn er nog niet over uit of zij de mogelijkheid om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken binnen hun organisatie willen vergroten. Naar verwachting zal 24 procent van de MKB’ers de flexibiliteit in werkplekken vergroten en 21 procent de flexibiliteit in tijd.
Dit blijkt uit de MKB Marktmonitor 2011/2012 die Unique samen met TNO heeft uitgevoerd. Voor het 3e jaar op rij werden er bijna vierduizend ondernemers geïnterviewd over economische en personele ontwikkelingen en aantrekkelijk werkgeverschap in nieuwe tijden.
Verder is de huidige stand van zaken op het gebied van flexibel werken onderzocht. Bij 60 procent van de MKB-bedrijven werken medewerkers, met uitzondering van de buitendienstmedewerkers, altijd vanuit kantoor. Op het gebied van de werktijden, geeft 42 procent van de MKB’ers aan dat er vaste werktijden worden gehanteerd. Bij 51 procent van de organisaties zijn begin- en eindtijden flexibel af te stemmen. Daarnaast geeft 7 procent van de MKB’ers aan dat hun werknemers zelf de werktijden mogen indelen.
De overheid komt als koploper op het gebied van flexibel werken naar voren. Bij 89 procent van de overheidsorganisaties kunnen medewerkers begin- en eindtijden flexibel afspreken (73 procent) of hun werktijden volledig zelf indelen (16 procent). Daarentegen blijkt de sector vervoer & opslag flexibele werktijden het minst te omarmen. 55 procent van de MKB’ers uit die sector geeft aan dat zij vaste werktijden hanteren. Regionaal bekeken zijn Groningen en Noord-Holland de provincies die het meest flexibel omgaan met werktijden. Limburg en Noord-Brabant blijken minder flexibel dan het landelijk gemiddelde.
Ook op het gebied van plaatsonafhankelijk werken loopt de overheid voorop. Bij slechts 24 procent van de overheidsorganisaties werken medewerkers altijd vanuit kantoor. Dat is ruim 36 procent onder het landelijk gemiddelde (60 procent). Callcenters en contactcenters zijn op dit vlak het minst flexibel. Op regionaal niveau blijkt de provincie Zeeland het minst flexibel, op de voet gevolgd door Noord-Brabant. De meest flexibele provincies zijn respectievelijk Noord-Holland, Groningen en Drenthe.
“De mate waarin organisaties flexibel werken, zal binnen het MKB geen enorme vlucht meer nemen”, aldus Raymond Puts, algemeen directeur bij Unique. “Toch bevestigt 67 procent van de ondernemers dat flexibel werken de aantrekkelijkheid van een werkgever vergroot. Het is daarom de vraag hoe MKB’ers dat gaan verenigen in nieuwe tijden, waarin aantrekkelijk werkgeverschap steeds hoger op de agenda van organisaties komt te staan. Met de volgende MKB Marktmonitor zullen we dat nader onderzoeken.”
De MKB Marktmonitor geeft reacties en bevindingen van 3.880 ondernemers weer. Zij gaven in de maanden juni tot en met september in een persoonlijk interview antwoord op verschillende vragen over de economische ontwikkelingen en aantrekkelijk werkgeverschap in nieuwe tijden. Dit jaar is de MKB Marktmonitor aangevuld met een onderzoek onder werknemers.
Steelcase Solutions is op de Nederlandse markt een nieuwe aanbieder van totaaloplossingen rondom kantoorinrichting. Steelcase Solutions biedt alles-in-één-oplossingen op het gebied van ontwerp en inrichting, planning en projectmanagement, (de)montage en installatie en onderhoud en beheer. Steelcase Solutions is een dochterbedrijf van Steelcase Inc., wereldwijd marktleider in de kantoorinrichtingbranche en specialist in werkomgevingen.
Steelcase Solutions verbindt aanbieders in en services rondom kantoorinrichting met elkaar in antwoord op de behoefte van de opdrachtgever. Door samen te werken met andere product- en dienstenleveranciers kan Steelcase Solutions opdrachtgevers een totaaloplossing bieden, waarbij het beste van meerdere werelden kan worden samengebracht en de opdrachtgever toch het gemak heeft van één aanspreekpunt. Op deze manier biedt Steelcase Solutions oplossingen op maat. Steelcase Solutions baseert zich hierbij onder meer op de jarenlange ervaring, kennis en inzichten van Steelcase ten aanzien van werkomgevingen.
Bianca Krijgsman- van Gulik, Directeur Nederland van Steelcase Solutions, vertelt: “Wij zetten juist nu Steelcase Solutions officieel in de markt, omdat we duidelijk een toenemende behoefte signaleren aan alles-in-één oplossingen die verder gaan dan alleen meubilair. Opdrachtgevers willen worden ondersteund van ontwerp en planning tot uitvoering. Dit doen wij samen met gekwalificeerde partners, waarbij wij als aanspreekpunt voor de opdrachtgever fungeren.“
Fotograaf: http://www.tychoseye.nl
Meer informatie: http://www.steelcase-solutions.nl
Met het thema ‘Fruitful Connection’ presenteert de toonaangevende Italiaanse meubelfabrikant Giorgetti de nieuwste creaties van de Salone del Mobile 2012. Vanaf 10 mei zal de nieuwe Giorgetti meubelcollectie in de maand mei in beide Giorgetti Benelux vestigingen (Den Haag én Antwerpen) gepresenteerd worden. Beide vestigingen zijn dagelijks geopend van maandag tot en met zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur.
Spraakmakende, kleurrijke objecten, exotische geuren en een kruidendans van gerechten, zullen in een inspirerend, bloemrijk kader de nieuwe meubellijn van Giorgetti omringen. De deelnemers die hieraan hun medewerking verlenen:
- Cochine Saigon: De geuren van Saigon. Een nieuwe luxe geurlijn geïnspireerd op Vietnam.
- InsideOut Luxury: De sculpturen van Eden van Lisa Pappon voor Bull & Stein.
- Bumburumba: Een culinaire beleving door topkok Jean Guilaume Dessauvagie.
- Menno Kroon: Meesterbloemist en ontwerper.
Dehullu uit Ochten viert dit jaar het 40-jarig bestaan. Bij dit jubileum wordt het komend jaar op verschillende momenten stilgestaan met het personeel en relaties. Als aftrap van de festiviteiten heeft de directie eind maart een heerlijke jubileumtaart overhandigd aan klant van het eerste uur Henk Rigter. Trots is de directie ook op het onlangs behaalde ISO 14001 milieucertificaat. Het is in dit bijzondere jaar met recht de extra slagroom op de taart voor dit jubilerende bedrijf.
Met het behalen van het ISO 14001 certificaat bewijst Dehullu dat het niet alleen op het terrein van standbouw, bewegwijzering en interieurbouw al 40 jaar voorop loopt, maar ook op het gebied van milieu, veiligheid en kwaliteit. Dehullu is een van de eerste Nederlands bedrijven in de branche die aan deze milieunorm voldoet.
In 40 jaar is Dehullu uitgegroeid tot een holding met drie bedrijfsonderdelen en ruim 50 medewerkers. Dehullu opereert naar eigen zeggen in de top van de markt, zowel wat betreft kwaliteit als projectomvang. Het bedrijf is actief op het gebied van tentoonstellingsbouw, interieurbouw en bewegwijzering. Het bedrijf heeft klanten in binnen- en buitenland, uit bedrijfsleven, overheid, gezondheidszorg, onderwijs, musea en theaters. Meer informatie is te vinden op www.dehullu.nl.

Rob Jansen van DNV (l) overhandigt het ISO 14001 certificaat aan directeur Maarten van Orden
Dutch Originals heeft naast de karakteristieke Gispen Classics een nieuwe meubellijn, Gispen Today, ontwikkeld. Topontwerpers Richard Hutten en Thijs Smeets tekenden voor deze lijn, die onder meer bestaat uit stoelen, tafels, een bank en woonaccessoires. Tijdens de Salone del Mobile in Milaan zijn de nieuwe ontwerpen voor het eerst aan het publiek getoond.
Geïnspireerd op de fauteuil Gispen 412 maakte Richard Hutten een eigentijdse variant. Het ontwerp is als het ware de 21e eeuw ingetrokken, is elegant en heeft opvallende details: zo raken de armleggers de rugleuning niet. Thijs Smeets ontwierp met een knipoog naar het verleden voor Gispen Today een moderne meubellijn met een frisse en lichte uitstraling.
Gispen The Store in Den Haag is inmiddels ruim een jaar open en vindt het 'dus weer tijd worden voor een leuke happening'. Op vrijdag 11 mei is er daarom een 'Meet & Greet' bij Gispen The Store in Den Haag.
Tussen 16.00 en 19.00 uur kunnen belangstellenden terecht aan de Prins Clauslaan 9-11 in Den Haag. Daar staan niet alleen hapjes en drankjes klaar, maar kan men ook rondkijken in de winkel. Of presentaties bijwonen door de finalisten van de ontwerpwedstrijd Daring Design. Gispen The Store organiseerde deze ontwerpwedstrijd samen met het Nederlands Architectuur Instituut.
Opgeven voor de Meet & Greet kan via de volgende link: http://www.gispen.nl/nl/nieuws/270-meet-and-greet/
Vloer, Wand & Plafond
Tarkett, wereldwijd producent van innovatieve vloer- en sportvloeroplossingen, heeft een methode ontwikkeld waarbij vloeren in het onderwijs makkelijk vervangbaar en recyclebaar zijn.
Tegenwoordig worden er veel scholen gerenoveerd, waarbij een snelle installatie van de vloer wenselijk is. Tarkett heeft hiervoor nu een oplossing in de vorm van Tarkolay. Het product wordt los op de ondervloer gelegd. Vervolgens wordt er een Tarkett vinylvloerbekleding op vastgehecht. De dunne onderlaag heeft een hoge dimensionele stabiliteit, zodat zowel homogene als heterogene vinylvloeren kunnen worden gebruikt. Het resultaat is een stabiele constructie met natuurlijk ventilatie tussen de elastische vloer en de ondergrond.
Als het tijd is voor een verbouw/herinrichting, is Tarkolay klaar om gerecycled te worden. Er blijven geen lijmresten achter en de gehele constructie kan eenvoudig worden opgetild en verstuurd voor recycling. De nieuwe vloerafwerking kan dan meteen worden gelegd. De ondergrond hoeft niet opnieuw te worden voorbereid hetgeen een schone en stofvrije werkomgeving biedt.
Bij veel scholen die gerenoveerd worden is er sprake van een vochtprobleem. Tarkolay is ook vochtbestendig en zorgt voor ventilatie tussen de vinylvloerbekleding en ondergrond. Het is bestand tegen vochtniveaus tot 96 procent. RH.
Tarkolay maakt het mogelijk bijna alle vinylvloeren van Tarkett los te leggen. Een ruime keuze aan kleuren en patronen biedt bovendien de mogelijkheid eigen vloerontwerpen te creëren.
Kijk op http://www.tarkett.nl/ voor meer informatie.
De bekende ontwerper Richard Hutten heeft voor Designwall Layers ontworpen. Het behang is gebaseerd op zijn ontwerp voor een kamer in het Llayers Lloyed Llove hotel, in Tokio.
Deze kamer werd volledig beplakt met tapes. Sommige werden hiervoor speciaal ontworpen, andere zijn standaard verkrijgbare tapes. Op één tape kun je zelfs een persoonlijke boodschap achterlaten.Deze tapes zijn nu opgenomen in het behang Layers van Designwall. "Ook dit behang is niet af, het nodigt de gebruiker uit om op te schrijven en tekenen. Zo wordt het een uniek en persoonlijk behang,” aldus Designwall.

Foto: Designwall, ontwerp: Richard Hutten
De Europese tapijtfabrikant Desso is dit jaar prominent aanwezig op de Wereld Tuinbouw Expo Floriade, die van 5 april tot en met 7 oktober plaatsvindt in Venlo. Het bedrijf sponsort de stand van het land Bhutan, dat op de Floriade de cradle-to-cradle principes omarmt en waar ‘Bruto Nationaal Geluk’ overheidsbeleid is.
Het cradle-to-cradle principe betekent dat producten worden gemaakt van zuivere grondstoffen, die gemakkelijk te scheiden zijn om vervolgens nieuwe producten te maken in zowel de biologische als de technische cyclus.
Desso heeft de stand van Bhutan voorzien van AirMaster tapijt met een tekst over Bhutan. AirMaster is speciaal ontwikkeld om de hoeveelheid fijnstof in de lucht te verminderen. Alexander Collot d’Escury, CCO van Desso: “Wij zijn zeer onder de indruk van de ambitie van Bhutan. Het sluit goed aan bij onze eigen visie, waarin het ontwikkelen van producten die rekening houden met de effecten op mens en milieu centraal staat.”
Bhutan is volgens Desso uiterst vooruitstrevend waar het gaat om zorg voor het milieu en de gezondheid van haar inwoners. In de cultuur en traditie zit respect voor mens, dier en milieu zeer diep geworteld. Zo zorgt het voor de export van groene stroom via waterkrachtcentrales waarvoor geen volksverhuizingen nodig zijn. Collot d’Escury: “In Bhutan wordt uitgegaan van het ‘Bruto Nationaal Geluk’, in plaats van het ‘Bruto Nationaal Product’. Dat zegt veel: menselijk welzijn staat nadrukkelijk voorop. Dat is een uitgangspunt waar wij ons als Desso goed in kunnen vinden. De Floriade is een prachtig podium, waar een groot aantal bezoekers kennis kan maken met het cradle-to-cradle principe en de enorme kansen die dit biedt voor mensen en organisaties.”
Ook aanwezig op de Floriade is Desso partner EPEA Internationale Umweltforschung GmbH (EPEA). Dit internationaal onderzoeks- en adviesbureau is gespecialiseerd in productontwikkeling en -optimalisatie. Samen met haar klanten creëert zij producten en processen volgens het cradle-to-cradle ontwerpconcept. Op de stand van EPEA wordt het 'Cradle to Cradle Festival 2012' gevierd, waarbij bezoekers alles zien en leren over het concept en hoe dit wereldwijd wordt vertaald in producten en processen. Ook de EPEA-stand is voorzien van Desso AirMaster tapijt.
De Funky Stripes-collectie van Balta Broadloom pakt uit met drie nieuwe kleurcombinaties, waaronder een patroon dat geïnspireerd is op de Engelse vlag. Het tapijt sluit perfect aan bij de Britse festiviteiten in 2012: het diamanten jubileum van de Queen en de Olympische Spelen in Londen.
Het nieuwe kleurenpatroon is een hedendaags en felgekleurd ontwerp in rood, wit en blauw. De strepen in verschillende diktes zorgen voor een verassend reliëf en een interessante look. Dit streepmotief zal dus passen bij fans van deze evenementen en leent zich ook voor kinder- en speelkamers. De combinaties op basis van blauw en groen zijn even levendig en spannend. De drie nieuwe kleurpatronen vervangen drie bestaande patronen. De Funky Stripes-collectie biedt nog steeds een keuze uit 8 verschillende mogelijkheden.
“De frisse designs van de Funky Stripes-collectie krijgen er met deze nieuwe combinaties nog meer kleur bij,” licht Geert Vanden Bossche, Marketing Director bij Balta Broadloom toe. “Dankzij deze nieuwe tapijten hebben onze klanten meer keuze, en we wilden nog meer fun en creativiteit in deze lijn stoppen. Met deze nieuwe combinatie van rood, wit en blauw kunnen verkopers een product aanbieden dat helemaal hip is.” De praktische Funky Stripes-tapijten zijn gemaakt van 100 % vlekbestendig Stainsafe®-polypropyleen en zijn dus onderhoudsvriendelijk. De tapijten, met een getufte 1/8” gesneden pool en een geluidsisolatie van 28 dB, zijn beschikbaar in een breedte van 400 cm. Bovendien zijn ze bestand tegen bleekmiddel, voor een ultieme duurzaamheid.
Formica Group is de eerste fabrikant van laminaat ter wereld die het Carbon Reduction Label van Carbon Trust heeft verworven. De reeks producten High Pressure Laminate (HPL), Continuous Pressure Laminates (CPL), Compact Laminates en Bonded Worktops, zijn nu allemaal gekwalificeerd om het Carbon Reduction Label (CO2-reductielabel) van Carbon Trust te voeren.
Dankzij het Carbon Reduction Label kunnen consumenten gemakkelijk producten herkennen en kiezen, die ertoe bijdragen dat ze het milieueffect te verminderen. Het labelen van de producten is ook een belangrijke stap voor architecten en bestekschrijvers, die steeds vaker aantoonbaar bewijs nodig hebben van de milieureferenties van de bouwomgeving.
Mark Adamson, President-directeur van de Formica Group, vertelt: “Het tonen van het Carbon Reduction Label op onze producten is een duidelijke en effectieve manier om aan al onze cliënten duidelijk te maken dat wij hard werken om de CO2-voetafdruk van onze producten te verminderen. Het verminderen van onze invloed op het milieu is een centraal onderdeel van de visies en waardes van de brede bedrijfscultuur van de Formica Group.” De Formica Group heeft zich zelf tot doel gesteld om de CO2-uitstoot van alle activiteiten, vervoermiddelen en fabriekslocaties met 5% te verminderen voor het einde van 2012.
Het Carbon Reduction Label geeft aan dat de totale uitstoot van broeikasgassen in elke fase van de levenscyclus van het product getaxeerd zijn, inclusief grondstoffen, productie, transport, voorbereiding, gebruik en verwijdering. Door het Carbon Reduction Label van Carbon Trust te tonen, gaat de Formica Group de verplichting aan om gedurende een periode van twee jaar de CO2-voetafdruk van zijn producten te meten en te verminderen.
Het is niet altijd mogelijk een traditioneel verlaagd akoestisch plafond te installeren. Soms vanwege de geringe hoogte van het bouwkundig plafond of omdat de ruimte intensief gebruikt wordt en niet lang buiten gebruik kan zijn. Ecophon heeft de productlijn voor directe montage uitgebreid.
Nieuw is de kantafwerking SQ die leverbaar is in de Ecophon Master en Focus serie. Focus en Master SQ panelen met een dikte van resp. 20 en 40 mm, hebben een rechte, geverfde kant en kunnen eenvoudig in vrije plafondvelden tegen het bouwkundig plafond gelijmd worden. Er is geen randprofiel nodig. Voor ruimtes waar het plafond stootbestendig moet zijn, is er nu Ecophon Super G™ B. Die wordt eveneens direct aan het bouwkundig plafond gelijmd.
Ook nieuw is Connect ™ Akoestische lijm. Deze is goed voor de installateur omdat er geen sprake is van oplosmiddelen of emissies van schadelijke stoffen. De lijm is gecertificeerd conform de Finse M1-emissieclassificatie en laat zich gemakkelijk verwerken met een goede kleefkracht. Ecophon: “Hoe groter het oppervlak dat bedekt kan worden en hoe dikker de panelen, hoe beter het resultaat. Directe bevestiging is snel, simpel, schoon en veilig en maakt zonder lange werkonderbreking akoestische verbetering mogelijk in ruimtes,ook als die in gebruik zijn.” De bestaande verlichting en andere installaties kunnen behouden blijven.
“Het realiseren van een goede geluidsomgeving is een van de meest lonende investeringen in een gebouw. Om de akoestiek te verbeteren is het installeren van een verlaagd geluidsabsorberend plafond met volledige bedekking het meest effectief. Maar ook direct gemonteerde oplossingen leveren een goed resultaat, vooral in combinatie met wandpanelen,” aldus Ecophon.
Ontwerpbureau Inside Outside van Petra Blaisse heeft de opdracht gekregen om voor het Stedelijk Museum Amsterdam een monumentaal wandkleed te ontwerpen van circa 200 vierkante meter. Het zal de achterwand van het museumrestaurant op de begane grond beslaan en 14 meter hoog doorlopen in het nieuwe entreegebied aan het Museumplein. Het werk wordt gesponsord door tapijtfabrikant Desso, dat in samenwerking met Inside Outside, innovatieve weeftechnieken toepast. Eind april wordt het werk, dat zal bijdragen aan een goede akoestiek in de ruimtes, in het museum geïnstalleerd.
Het wandtapijt van Inside Outside gaat een relatie aan met de architectuur en zal het historische pand van A.W. Weissman uit 1895 verbinden met de nieuwbouw van Benthem Crouwel Architekten. Het ontwerp gaat in op geschiedenis, heden en toekomst van het Stedelijk Museum en betrekt ook de locatie van vóór de verstedelijking erbij - op de plaats waar nu het Museumplein ligt, stonden tot ver in de 19de eeuw slechts enkele boerderijen.
InterfaceFLOR, leider in design en productie van hoogwaardig tegeltapijt, presenteert op de Milaan Design Week de nieuwe, internationale merknaam Interface én de nieuwe collectie Metropolis. Interface is aanwezig op de exclusieve en toonaangevende design tentoonstelling La Triennale di Milano.
Naast de lancering van het nieuwe merk kondigt Interface aan zich wereldwijd te gaan inzetten voor Green Apple Day of Service. Hiervoor worden medewerkers, klanten en leveranciers gestimuleerd om zich vrijwillig in te zetten voor duurzame projecten op scholen in de buurt. Hiermee is Interface een van de eerste bedrijven die zich verbindt aan dit project. In 2011 hebben medewerkers van Interface al meer dan 10.000 uur vrijwilligerswerk verricht.
InterfaceFLOR versimpelt de bedrijfsnaam wereldwijd in Interface, waarmee wordt verwezen naar de naam waaronder het bedrijf werd opgericht door wijlen Ray Anderson. De nieuwe progressieve uitstraling van het merk toont de groeiende en wereldwijde aanwezigheid van de organisatie en haar toekomstige ambities. De nieuwe naam eert de erfenis en de visie van deze duurzaamheidspionier. De nieuwe look, die zal worden onthuld in Milaan, is een moderne kijk op de rijke designhistorie van het bedrijf.
Maria Davlantes, senior vice-president en chief marketing officer van Interface: "Het Interface merk belichaamt onze toewijding aan het ontwerpen en produceren van producten met een hoger doel. Hiermee doelen wij op producten die schoonheid, innovatie, functionaliteit en duurzaamheid combineren en onze klanten inspireren om hun eigen visie te uiten met design. Het nieuwe merk is een versterking van wie we zijn als bedrijf."
De wereldwijde rebranding naar Interface debuteert samen met de nieuwe designcollectie en expositie op de Milaan Design Week. Van 17 tot 22 april 2012 zijn beide te bewonderen in La Triennale di Milano. De nieuwe Metropoliscollectie bestaat uit opvallende producten, ontwikkeld met het oog op duurzaamheid en geïnspireerd op de heersende design- en culturele trend: de ideologische wedergeboorte na een apocalyps, die een einde maakt aan steden en culturen.
Nigel Stansfield, vice president en chief innovation officer van Interface: "De Metropolis-collectie weerspiegelt onze hoopvolle visie op een duurzamere toekomst, waar mensen in harmonie leven met het eco-systeem, zonder de aanwezige grondstoffen van onze planeet uit te putten. De nieuwe collectie is op zijn best, met opvallende designs die het gevoel en de mysterie van de nieuwe wereld reflecteren, echte eye catchers, innovatief en natuurlijk functioneel."
Geheel in lijn met de duurzame ambities van Interface is een derde van de Metropolis-collectie gemaakt van 100 procent gerecycled garen, vervaardigd uit restmaterialen zoals gebruikte visnetten, maar ook garen van gebruikte tapijttegels, die zijn gerecycled via het ReEntry 2.0 tapijt terugnameprogramma van Interface. De nieuwe collectie is willekeurig en lijmvrij te installeren, waardoor er veel minder afval overblijft en de installatietijd aanzienlijk wordt verkort. Bovendien wordt het gros van de collectie standaard geleverd met het CO2-compensatieprogramma van Interface.
Davlantes: "Alles wat we doen binnen Interface is gericht op design. Een ontwerp moet zinvol en bedachtzaam zijn, dat is wie wij zijn en hoe we te werk gaan. Gedurende het jaar zal dit thema centraal staan. Door middel van het gedenkboek ‘Design with Purpose’ willen wij het erfgoed van Interface zowel intern als extern op een feestelijke manier uitdragen."
De meeste schoolgaande kinderen brengen hun dagen door in een omgeving waarin de akoestiek zo ondermaats is dat zij niet op hun best presteren. Zij leren slechter en halen minder goede cijfers. Scores op het gebied van lezen en taal zijn rechtstreeks gekoppeld aan geluidswaarden. Resultaten voor lees- en taaltoetsen dalen als het geluidsniveau stijgt, zo werd gepresenteerd tijdens een internationaal akoestiekseminar georganiseerd door Ecophon.

Beslissers in het onderwijsveld lijken zich nauwelijks bewust van de aanzienlijke negatieve effecten van lawaai op het leerproces, ook al wordt dit door talrijke onderzoeken aangetoond. Door gebrek aan kennis met als gevolg een lage prioriteit om in goede akoestiek te investeren, ontstaat een leer- en werkomgeving die leidt tot slechtere resultaten van leerlingen.
"In luidruchtige klaslokalen presteren leerlingen niet zo goed als ze zouden kunnen. Dat beïnvloedt zowel hun kennis als hun cijfers. Kinderen leren beter als scholen investeren in betere akoestiek", zegt Lily Wang van de Durham School of Architectural Engineering and Construction, co-auteur van de studie, tijdens het seminar.
Het geluidsniveau in klaslokalen is vaak hoger dan de aanbevolen niveaus, dit wordt deels veroorzaakt door een te lange nagalmtijd. Ook zijn klaslokalen meestal luidruchtiger dan kantoren. Kinderen zijn extra gevoelig voor een slechte akoestiek omdat ze nog bezig zijn met hun taalontwikkeling en goed moeten kunnen horen om de gesproken boodschap te begrijpen. Al jarenlang blijkt uit onderzoek dat jonge luisteraars slechter presteren in rumoerige situaties dan volwassenen. Ook is gebleken dat de akoestische omgeving een grote invloed heeft op het verstaan en onthouden van informatie.

"In onderwijs wordt kennis overgedragen door middel van spraak. Ook wordt er met de huidige onderwijsvisies vaak in groepjes gewerkt. Een bepaald niveau van het geluid is dus onvermijdelijk", zegt Guus Klamerek Concept Developer Education bij Ecophon. "Er zijn tegelijkertijd veel manieren om de geluidsomgeving te verbeteren en het leerproces te ondersteunen. Denk aan het weghalen van ongewenste en onnodige geluidsbronnen en het aanbrengen van akoestische plafonds en wandpanelen, waarbij de plaats van de geluidsabsorberende panelen een belangrijke rol speelt. Wij weten dat leraren en leerlingen een zucht van verlichting slaken als zij eenmaal de akoestiek op orde hebben."
Luisteren is in veel klaslokalen lastig door:
• Lawaai van buiten, zoals verkeerslawaai, spelende kinderen etc.
• Lawaai van binnen de school maar van buiten het lokaal zoals lawaai uit gangen en aangrenzende ruimten, grote open ruimtes en leerpleinen
• Lawaai binnen de lokalen, zoals installatiegeluid, computers en beamers of smartboards en spraak van leerlingen, geschuif van stoelen en tafels etcetera.
Wanneer de akoestiek slecht is door veel harde en reflecterende oppervlakken wordt dit nog eens extra versterkt. Dit leidt tot hogere geluidniveaus, slechte spraakverstaanbaarheid, hinderlijke late reflecties en een te lange nagalmtijd.
Metingen van Unoccupied Background Noise Levels (BNL) en de nagalmtijd (RT) werden verzameld in lokalen in 125 basisscholen; de prestaties van leerlingen op rekenen, lezen en taal werden getoetst aan deze metingen.

Interview Lily Wang: www.youtube.com/acousticbulletin
Ecophon International Acousticians Seminar (EIAS) is een internationale conferentie gericht op ruimteakoestieken het effect van geluid op mensen. Sprekers en deelnemers zijn akoestici of andere professionals die werken met verschillende aspecten van geluid en akoestiek. Het seminar, georganiseerd door de Ecophon Group (http://www.ecophon.com/), werd geboren in de jaren zeventig en begon als een Zweedse gebeurtenis, maar is uitgegroeid tot een internationaal evenement. EIAS 2011 was het zesde seminar en bracht 160 experts uit zes continenten samen. www.ecophon.com/nl
Verlichting
Om letterlijk groen licht te geven voor functioneel groen in de architectuur organiseert Knooppunt Bouwen met Groen het symposium Groen Licht op de Floriade. Als aanleiding voor het symposium, dat wordt gehouden op 22 mei, meldt de bouworganisatie: 'Hoe kunnen we samen een nieuwe duurzame wereld bouwen? Door te leren van de natuur! Functioneel groen in de gebouwde omgeving is het credo voor nu en de toekomst. Groen en daglicht vitaliseren, we worden er fitter, creatiever en alerter door. En groen biedt belangrijke kansen voor het binnenmilieu en energetische systemen in gebouwen'.
Volgens Bouwen met Groen Licht geven internationale toparchitecten tijdens het symposium hun kijk op de samenhang tussen gebouwen, beplanting, natuur en ecosystemen. Het programma van het symposium is onlangs uitgebreid: Michael Pawlyn (UK), Martin Haas (Behnisch Architektur, Duitsland), Luis de Garrido (Spanje) en Torben Thyregod Jenssen (Velux, Denemarken) komen naar de Floriade om een overzicht te geven van wereldwijde trendsettende groen- en daglichttoepassingen. Om functionele groen- en daglichttoepassingen te realiseren, moeten ontwerpers, bouwers en groenprofessionals kijken en werken vanuit samenhang.
Meer informatie over dit symposium en het programma staan op de agenda van http://www.knooppuntbouwenmetgroen.nl/agenda/237.
Het lezingenprogramma van de Nederlands Licht Associatie tijdens vakbeurs Gebouwbeheer (6, 7 en 8 juni) staat online.
Het programma is te bekijken op de website www.vakbeursgebouwbeheer.nl. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer de financiering van duurzame verlichting en retrofittoepassingen in de utiliteit. Leden van de NLA zijn ook te bezoeken op het themaplein licht op de beursvloer.
Philips gaat de nieuwe lampjes voor het Empire State Building in New York verzorgen. Dat maakte het bedrijf afgelopen dinsdag bekend. Met de lichtinstallatie kan het vermaarde bouwwerk vanaf september in ruim zestien miljoen kleurschakeringen worden verlicht. Dankzij het gebruik van LED- lampen zal bovendien het stroomverbruik fors verminderen. Het uit 1931 daterende Empire State Building was decennia was het het hoogste gebouw van New York, totdat het World Trade Center werd opgeleverd. Na de aanslagen van 11 september 2001 was het Empire State Building opnieuw de hoogste wolkenkrabber van de stad. Maar het nieuwe World Trade Center is sinds 30 april weer het hoogste gebouw in 'The Big Apple'.
(Foto: Bernie Tiano).
Door de komst van LED-verlichting ontstaan er steeds meer (woon)gadgets. Zo'n gadget is de verlichte bloempot. Voor in de tuin of binnenshuis. Deze bloempotten zijn beschikbaar in vele kleuren en bestand tegen UV-licht en water.

De verlichte bloempotten hebben één probleem: ze leiden af van de inhoud. Ze zijn al mooi zonder bloemen of planten erin. Bovendien bieden ze veel variatie, want veel van deze bloempotten beschikken over LED-verlichting in vele kleuren. De kleur is handmatig te selecteren, of - bij een aantal bloempotten - te programmeren. Deze veranderen dan de hele avond door van kleur.
www.verlichtebloempotten.nl

Op Light+Building 2012 heeft het publiek kennis kunnen maken met de belangrijkste nieuwigheden van Osram op het gebied van algemene verlichting. In zeven toepassingsgebieden presenteerde de onderneming nieuwe en verder ontwikkelde producten, van componenten tot complexe verlichtingsoplossingen. “Osram heeft zich in de voorbije jaren gepositioneerd als totaalaanbieder en biedt tegenwoordig oplossingen voor klanten met de meest uiteenlopende behoeften”, aldus Klaus-Günter Vennemann, CEO van de business unit General Lighting bij Osram. In dit bericht behandeld Inside Information alleen de toepassing in kantoorgebouwen.
Voor kantoorgebouwen wil men verlichtingsoplossingen die energiezuinig zijn en tegelijkertijd het concentratievermogen en de productiviteit bevorderen. De nieuwe armaturenserie Mira van Osram voldoet aan deze eisen. Het uitgekiende lichtsturingssysteem – de zogenaamde prismastructuur – maakt grote afstanden tussen de armaturen mogelijk, zonder dat er verblinding optreedt. De Mira is verkrijgbaar voor T5-fluorescentielampen en voor LED’s in verscheidene formaten. Verder kan men het lichtbeheer optimaliseren door de integratie van daglicht- en aanwezigheidssensoren. Wanneer de voorkeur gaat naar een werkplekgerichte verlichtingsoplossing, is de Futurel LED een goede keuze. De zogenaamde dubbel-asymmetrische lichtverdeling garandeert een verblindingsvrije verlichting van de werkplek. Daglicht- en aanwezigheidssensor stemmen de lichtsterkte af op de behoefte, afhankelijk van de aanwezigheid van de medewerker en de helderheid van de omgeving.
Wanneer de beheerder de mogelijkheden van een ’intelligent gebouw’ nog beter wil benutten, is het lichtbeheersysteem Encelium de juiste keuze. Het combineert zes ‘energiebesparingsstrategieën’ – van daglichtafhankelijke regeling tot intelligente tijdplanning of piekafvlakking. De beheerder kan het systeem met de 3D-software ‘Polaris’ van Encelium van waar ook ter wereld via het internet sturen en bewaken. In combinatie met de nieuwe generatie elektronische DALI-voorschakelapparaten QTi DALI GII van OSRAM meet het systeem het energieverbruik van de verlichting in real time, zodat er direct ingegrepen kan worden om het piekverbruik te beperken. Kantoorwerkers kunnen de verlichting van hun individuele werkplek zelf regelen op hun pc.
In het gehele bericht op de site van Osram is meer te lezen over de toepassingen in detailhandelszaken, industriële toepassingen, straten en steden, sportarena’s en horecazaken.
Energik vzw en Groen Licht Vlaanderen houden op 10 mei 2012 de Promotiedag Duurzame Verlichting, die dit jaar plaatsvindt in C-Mine te Genk. Het evenement biedt wederom de mogelijkheid om infosessies te volgen, panelgesprekken bij te wonen, nieuwe producten te ontdekken en mensen te ontmoeten. De lezingen hebben als thema ‘Licht-Zinnig (?)’. Zijn we onbedachtzaam als het op verlichten aankomt? Meer informatie op www.energiesparen.be/agenda/3178
Stichting LightRec heeft twee nieuwe leden in haar bestuur verwelkomd: Julian Schaub (39), Director Collection Process bij Osram, en Tony Everett (51), SBU Project Director bij Havells Sylvania. LightRec is namens de Nederlandse lampenproducenten en -importeurs verantwoordelijk is voor het inzamelen en recyclen van energiezuinige lampen en bijbehorende armaturen.
Everett volgt zijn collega Anja Stolte op, die vanwege promotie tot commercieel directeur bij Havells Sylvania Germany haar bestuursfunctie moet overdragen. Daarnaast heeft Frank Rosner, net als Schaub werkzaam bij Osram, zijn waarnemende functie bij LightRec neergelegd. Rosner was sinds eind 2010 waarnemend bestuurslid bij de stichting.
Het vernieuwde bestuur heeft de opdracht om de inzamelcijfers van LightRec de komende jaren naar een nog hoger niveau te tillen. Daarnaast wordt ingezet op verhoging van de inzamelingsresultaten onder consumenten.

Het bestuur van LightRec (v.l.n.r.): Paul Rotteveel (IKEA, secretaris), Tony Everett (HavellsSylvania), Judith Keirsmaekers (ETAP), Jeroen Bartels (4M Advies, manager LightRec), Martin de Jager (Philips, voorzitter), Frank Wensink (GE Lighting) en Julian Schaub (Osram). Penningmeester Gied van Hoorn (Erco Lighting) ontbreekt op de foto.
De gemeente Utrecht organiseert in samenwerking met Ziut en Agentschap NL een bestuurlijke masterclass over ‘the next steps’ in duurzame openbare verlichting. De bijeenkomst is bedoeld voor burgemeesters, wethouders, gedeputeerden en dijkgraven en vindt plaats op 21 mei van 14.30 tot 20.00 uur in het stadhuis van Utrecht. Doel van de bijeenkomst is het initiëren van vervolgstappen voor de verduurzaming van de openbare verlichting in Nederland.
De afgelopen jaren is er in de openbare verlichting veel gebeurd om energie te besparen en CO2-uitstoot te reduceren. Veel gemeenten hebben tal van initiatieven ontplooid en op dit gebied een koploperspositie bereikt, maar hoe moet dat nu verder? Hoe blijf je aan kop? Hoe zorg je ervoor dat nog meer goede ideeën daadwerkelijk worden uitgevoerd? De masterclass ‘Duurzame Openbare Verlichting; the next steps’ geeft antwoord op deze prangende vragen.
Professor Jan Rotmans, landelijk aanjager van resultaatgerichte duurzaamheidsprojecten, zet de masterclass op scherp met prikkelende presentaties. De stadsregio Rotterdam deelt de resultaten van haar benchmarkonderzoek, naar het verduurzamen van openbare verlichting bij gemeenten en waterschap in de praktijk. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu geeft inzage in haar werkwijze en de gemeente Utrecht presenteert de aanpak 'Utrechtse Energie!' waarmee zij tot 2020 de CO2-uitstoot met 30% terugbrengt. En, last but not least, presenteren TNO, BAM en Ziut een wereldprimeur: een lichtmast met een oplossing voor de fijnstofproblematiek.
Meer informatie over aanmelden en de uitnodiging als pdf-bestand is te vinden op http://www.utrecht.nl/masterclass
Tijdens de jaarlijkse Awardceremony die gehouden werd tijdens de Prolight & Sound in Frankfurt, reikte het Italiaanse DTS Lighting een bescheiden aantal Execllence Awards uit voor bijzondere verlichtingsprojecten van het afgelopen jaar. Dit jaar is één van deze awards naar Nederland gekomen.
In de categorie ´Buildings exterior´ is de award toegekend aan het project Nedalco Schoorsteen in Bergen op Zoom, gerealiseerd door Lichtpunt Theatertechniek. De Nedalco Schoorsteen in Bergen op Zoom kreeg zijn oorspronkelijke lengte van 75 meter terug. Met een 15 meter hoge staalconstructie die in één keer op de schoorsteen werd gehesen, is dit monument weer voltooid. Omdat de schoorsteen ernstig verzwakt was, moest een deel van de top worden verwijderd. Om het monument te kunnen redden heeft Stichting Schoorsteen Nedalco, een samenwerkingsverband van N.V. Monumenten Fonds Brabant en BOEi, in februari 2010 de schoorsteen gekocht van Koninklijke Nedalco.
De Nedalco Schoorsteen dateert uit 1938 en is één van de hoogste gemetselde schoorstenen van Nederland. Het bouwwerk is karakteristiek voor Bergen op Zoom. Bij Koninklijke Nedalco werd alcohol gemaakt uit melasse, het was jarenlang een belangrijke werkgever voor de Bergenaren. De schoorsteen werd een blikvanger voor de stad. Het stalen frame op de schoorsteen wordt ’s nachts aangelicht, wat in de wijde omgeving te zien is. Voor de kleur van de verlichting is gekozen voor lichtblauw, een verwijzing naar de spiritus en alcohol die daar gemaakt werd.
Voor het lichtontwerp tekende lichtontwerper Leon van Warmerdam die samen met zijn bedrijf Lichtpunt Theatertechniek de opdracht binnenhaalde voor dit unieke project. Omdat van Warmerdam de nadruk wilde leggen op de historie van de schoorsteen was hij op zoek naar een product dat de blauwachtige spirituskleur kon evenaren. DTS Lighting ontwikkelde in samenwerking met importeur Full AVL een armatuur wat perfect aan deze wens voldeed. 12 stuks DTS FOS33 armaturen zullen op grote hoogte weer en wind weerstaan.

Foto: DTS Lighting.
1465 studenten uit 66 landen hebben zich aangemeld voor de International Velux Award 2012. Zij moeten hun daglichtprojecten nu voor 7 mei insturen. Daarna zal de jury bestaande uit internationaal gerenommeerde architecten in juni alle inzendingen beoordelen en vervolgens een selectie maken van de genomineerden. De winnaars van de International VELUX Award 2012 worden in oktober bekendgemaakt tijdens de prijsuitreiking in Portugal.
"We zien een voortdurende wereldwijde belangstelling voor daglicht in de architectuur. Het feit dat 1465 architectuurstudenten uit 66 landen voornemens zijn deel te nemen aan de International Velux Award (IVA) geeft een duidelijk signaal dat daglicht in de architectuur wereldwijd nog steeds een relevant onderwerp is. We kijken uit naar de verschillende interpretaties van het thema ‘Light of Tomorrow’, gezien vanuit verschillende culturele en geografische standpunten", zegt Per Arnold Andersen, architect en hoofd van de afdeling Daylight, Energy and Indoor Climate binnen de Velux Groep.
De prijs stimuleert architectuurstudenten het thema daglicht te verkennen in de ruimste zin van het woord en nog meer begrip te krijgen voor daglicht, dat als bron van energie en licht steeds relevanter wordt. Een belangrijke uitdaging hierbij is het transformeren van de bestaande gebouwvoorraad in een binnenstedelijk gebied of in voorsteden. Waarmee tegelijk het energieverbruik wordt verminderd en de gezondheid en het welzijn van mensen die wonen en werken in die gebouwen centraal blijft staan. De IVA promoot en prijst uitmuntend voltooide studieprojecten die de waarde van bewuste daglichttoetreding in ontwerpen herziet door experimentele benaderingen en door rekening te houden met de sociale, sociologische en ecologische dimensie van licht.
Alle ingezonden projecten worden door de jury beoordeeld tijdens de jurybijeenkomst in Kopenhagen in juni. De jury bestaat uit Alvaro Siza (Portugal), Brigitte Shim (Canada), Bijoy Jain (India), Peter Stutchbury (Australië) en Per Arnold Andersen van de Velux Groep. De winnaars en eervolle vermeldingen worden in oktober bekendgemaakt tijdens de prijsuitreiking in Portugal. Het totale prijzengeld bedraagt 30.000 euro. Nadat de winnaars bekend zijn gemaakt, worden alle projecten online tentoongesteld via iva.velux.com.
Ontwerp / Architectuur
De Gouden A.A.P. 2012 is toegekend aan de ontwerpers en opdrachtgever van Het Scheepvaartmuseum. Op 14 mei vond een spannende en druk bezochte bijeenkomst plaats, waar Liesbeth van der Pol (Dok architecten), Laurent Ney (Ney & Partners), Kees Doornenbal (Rappange & Partners Architecten BV) en Ric van Wijk (adjunct-directeur Het Scheepvaartmuseum, namens de Rijksgebouwendienst) de gouden medailles kregen voor hun aandeel in het project.
De door Arcam in 2008 ingestelde prijs wordt jaarlijks toegekend aan architect en opdrachtgever van het Amsterdamse project dat door een deskundige jury is aangewezen als het mooiste van allemaal, of het meest exemplarisch voor de actuele situatie in Amsterdam, of het meest uitdagend en vernieuwend – idealiter: alles tegelijk. De jury bestond dit jaar uit architectuurhistorica Fredie Floré, architectuurcritica Indira van 't Klooster en architect Peter Defesche. Eerdere winnaars waren Dok architecten (2008), Claus en Kaan Architecten (2009), Wiel Arets Architects (2010) en Search (2011).
Foto: Jean–Luc Deru, Ney & Partners.
Het juryrapport: 'De juryleden vonden elkaar in grote bewondering voor de moed die bij de restauratie, de ruimtelijke vernieuwing en reorganisatie van Het Scheepvaartmuseum is betracht. Zowel bij het uitpellen van het gebouw tot op de historische kern, als bij het maken van de heldere keuzes op het gebied van de routing, als bij de beslissing om voor de overkapping een extra ontwerpprijsvraag te organiseren – een beslissing die ertoe heeft geleid dat een zwaar historisch gebouw kon worden bekroond met een extreem licht zeil van glas en baleinen, dat tot de verbeelding spreekt door zijn verfijning en door het vanzelfsprekende vakmanschap dat eruit spreekt. Uiteindelijk unaniem adviseerde de jury om de Amsterdamse Architectuur Prijs 2012 toe te kennen aan Het Scheepvaartmuseum, in opdracht van de Rijksgebouwendienst ontworpen door een team bestaande uit Dok architecten, Ney & Partners en Rappange & Partners'.
Alle 26 gebouwen die voor de Gouden A.A.P. werden genomineerd, zijn opgenomen in de publicatie: Amsterdamse Architectuur 2011-2012 Amsterdam Architecture (Arcam Pocket 25)
Maarten Kloos, Yvonne de Korte, Ilse Visser (red.)
ISBN 978-94-61400-51-2 (NL/ENG)
http://www.arcam.nl
Op 11 mei is een kleine overzichtstentoonstelling van MVRDV geopend in byUSM in Hamburg. De tentoonstelling is onderdeel van de Hamburg Architectuur Zomer en een bedankje voor de lezers van het tijdschrift A&W die MVRDV tot “A&W Architect van het jaar 2012” hebben gekozen. Deze publieksprijs is gisteren door Winy Maas, Jacob van Rijs en Nathalie de Vries in ontvangst genomen. De tentoonstelling is een overzicht van 20 jaar werk van MVRDV in citaten, maquettes, afbeeldingen, boeken en films. Een installatie laat verschillende maquettes zien die nog niet eerder zijn tentoongesteld. De tentoonstelling is tot en met 11 juni 2012 te zien en wordt daarna nog op andere plekken vertoond.
De lezers van het Duitse tijdschrift Architektur & Wohnen hebben MVRDV gekozen tot „A&W Architeckt des Jahres 2012“. Andere genomineerden waren David Chipperfield Architects en Snøhetta. Onderdeel van de prijs is een kleine overzichtstentoonstelling.
Geconfronteerd met de taak om terug te kijken op het eigen werk heeft MVRDV besloten het oordeel te laten afhangen van het publiek: Bijna alle teksten in de tentoonstelling zijn citaten uit de media. De maquettes die zijn tentoongesteld zijn de favorieten van de bezoekers van het kantoor in Rotterdam en de geprojecteerde films zijn de films die het best bekeken zijn via social media. Een selectie van afgerond en huidig werk is gevisualiseerd in een tijdslijn, als een grote lichtreclame, die past bij de commerciële omgeving van de USM showroom en vergezeld wordt van deels kritische citaten.
MVRDV is in 1993 in Rotterdam opgericht door Winy Maas, Jacob van Rijs en Nathalie de Vries. Het bureau realiseert studies en projecten op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur. Met projecten zoals Villa VPRO en het wooncomplex WoZoCo in Amsterdam heeft MVRDV naar eigen zeggen een richtinggevende positie verworven in de internationale architectuur. MVRDV gaat projecten conceptueel aan door "de veranderende wereld of verschuivende verhoudingen te verbeelden of juist ter discussie te stellen in een ontwerp. Vaak heel letterlijk vertaald in de bouw van een ‘diagram'." Aldus de Volkskrant (9-2009).
Duizend bezoekers hebben zich in Amsterdam op 10 en 11 mei volgezogen met inspirerende verhalen van ontwerpers uit de hele wereld op What Design Can Do! De conferentie over de impact van design kende een hoogtepunt met het optreden van Cameron Sinclair, oprichter van Architecture for Humanity. ‘
De tweede editie van What Design Can Do! ging opnieuw over de sociale kracht van design. "Ontwerpers zijn creatieve idioten met een groot vermogen tot analyse", zei de Nederlands/Australische designprofessor Kees Dorst. Nog verder ging de Nigerese modeontwerper Alphadi: "Schoonheid kan een oorlog stoppen."
What Design Can Do! streeft er naar op een activistische manier design op de agenda te krijgen. Richard van der Laken, de Nederlandse initiatiefnemer. "Als ontwerpers werkelijk dingen willen veranderen, moeten ze zelf het heft in handen nemen. En dat hebben we hier laten zien!"
Nieuwsgierigheid en idealisme gekoppeld aan grote dosis pragmatisme, dat was wat de aanwezigen verbond. En de wil om ‘echt het verschil te maken’, zoals de architect Sinclair – die een staande ovatie kreeg – het samenvatte. De Nokia-ontwerper Younghee Jung deed dat door ordening te scheppen in de Babylonische taalsituatie in India (122 talen) en een toetsenbord voor mobieltjes te ontwerpen waardoor iedereen leesbare sms’jes kan versturen.
Er waren 25 sprekers te horen en in 11 aparte break-out-sessies werd gebrainstormd om daadwerkelijk ideeën te genereren en te bespreken. En na twee dagen confereren kregen alle duizend congresgangers een ter plekke geproduceerd boek mee, waar alle ideeën van What Design Can Do! editie 2 in zijn samengevat.
Van der Laken: "Na 2 jaar What Design Can Do! is bewezen dat ontwerpers behoefte hebben om elkaar aan te spreken op het sociale aspect van design. Voor herhaling vatbaar dus."
Het hoofdkantoor van TNT in Hoofddorp heeft de ‘Sustainable Leadership Award for Design and Development’ ontvangen. Het gebouw is ontworpen door Paul de Ruiter Architecten en ontwikkeld door OVG en de Triodos Bank.
De winnaar werd bekend gemaakt tijdens een sessie van de CoreNet Global Summit in San Diego. De jury prees het kantoor als een uitstekend project en een goed voorbeeld voor de toekomst. Het project kreeg hoge punten voor de samenwerking tussen de verschillende partijen en dat het duurzaam opgewekte energie deelt met andere bedrijven in de buurt.
Foto: Pieter Kers
Vandaag barst het los: een grote verscheidenheid aan denkers en sprekers over social design uit de hele wereld is 2 dagen in Amsterdam bijeen voor de tweede editie van What Design Can Do. Design met een praktische inslag, design om maatschappelijke problemen aan te pakken.
Sloppenwijken in Sao Paolo, de houdbaarheid van H&M kleding, anti-hooligan design uit Australië; het komt allemaal voorbij op 10 en 11 mei in de Stadsschouwburg Amsterdam.
Net als tijdens de eerste editie van What Design Can Do, wordt door 25 sprekers en in elf separate break-out sessies, gesproken over de sociale impact van design. Om te breken met het cliché dat goed design zich beperkt tot een mooie vaas of hippe bank. Alle ideeën zijn aan het eind van deze twee dagen beschikbaar in een live geprint ideeënboek.
Uit Nederland komen Piet Oudolf, de landschapsarchitect van internationale faam en productdesigner Hella Jongerius. Kees Dorst is een hoogleraar die het programma Designing Out Crime ontwierp om steden veiliger te maken. Droog houdt een sessie over recente project Material Matters, a future furniture fair, waarbij ontwerpers worden geprikkeld materiaal te hergebruiken.
Eén van de bijzondere aspecten van What Design Can Do is dat een keer per jaar de scheidingswanden tussen de verschillende ontwerpdisciplines wegvallen. In Amsterdam mengen modeontwerper en architect zich met grafische ontwerper en productdesigner. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal gewend zijn na te denken in oplossingen en dat ze die eigenschap willen inzetten om sociale problemen aan te pakken.
Zo maakt modeontwerpster Suzanne Lee kleding uit zelfgekweekte schimmels: Biocouture. Catarina Midby is één van de vrouwen met een topfunctie bij H&M die met duurzaamheid is belast. Uit de architectuurhoek komt Cameron Sinclair praten over crisisontwerp; hij is oprichter van Architecture for Humanity. Uit Brazilië is tv-ster Marcelo Rosenbaum te gast, een architect die make-overs maakt in sloppenwijken.
www.whatdesigncando.nl
Onder leiding van Rijksbouwmeester Frits van Dongen heeft de jury uit 69 inzendingen, vijf opdrachtgevers genomineerd voor de Gouden Piramide 2012, de Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap. Het thema van deze ronde is architectuur. De genomineerde opdrachtgevers en hun projecten zijn (in alfabetische volgorde):
’s Heeren Loo met de Dagbesteding Duinzone (Noordwijk)
De architectuur van een nieuw gebouw voor dagbesteding is gebaseerd op de belevingswereld van de cliënten, waarvan de meesten lijden aan een vorm van autisme. Architect: Onix.
NIOO-KNAW met het Nederlands Instituut voor Ecologie (Wageningen)
Bij de bouw van het nieuwe onderkomen van het Nederlands Instituut voor Ecologie was duurzaamheid het uitgangspunt. Architect: Claus en Kaan.
Provincie Drenthe met het nieuw Drents Museum (Assen)
De uitbreiding van het Drents Museum in Assen is grotendeels ondergronds, zodat op het dak een tuinlandschap kon worden aangelegd. Architect: Erick van Egeraat.
Stichting Stadstuin Emma’s Hof met de Stadstuin Emma’s Hof (Den Haag)
Een actieve bewonersgroep heeft ervoor gezorgd dat op een binnenterrein van een Haagse woonwijk een weelderige stadstuin is aangelegd. Ontwerp: Arcadis.
Stichting VO Amsterdam-Zuid met het St. Ignatiusgymnasium (Amsterdam)
De opdrachtgever heeft zich ingespannen om de uitbreiding van de school mogelijk te maken op de bestaande locatie, midden in een woonwijk. Architect: LEVS architecten.
De jaarlijks toe te kennen Rijksprijs bestaat uit een bedrag van vijftigduizend euro, een trofee en een architectuurplaquette. In de publicatie zullen de beste inzendingen van de prijsronde worden gedocumenteerd en beschreven. De winnaar zal worden bekendgemaakt tijdens een televisieprogramma van de AVRO op zaterdag 24 november 2012. De Gouden Piramide is een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, mede namens de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
Wereldwijd gebruikt de bouw circa 40 procent van alle grondstoffen. Het is daarom logisch dat consumenten, professionele opdrachtgevers en overheden meer en meer vragen naar toepassingen met hernieuwbare en recyclebare grondstoffen. Ondanks de huidige economische situatie verdient dit vraagstuk een antwoord. Daarom gaan twintig bedrijven samen met de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten (NBvT) de uitdaging aan om samen te komen tot ‘een gebouwschil opgebouwd uit prefab elementen, samengesteld uit natuurlijke, hernieuwbare en recyclebare bio-based materialen’.
Met de resultaten willen de deelnemende partijen zich onderscheiden door, juist in deze tijd, op een positieve wijze in te gaan op de wensen van bewoners en opdrachtgevers. Naast duurzaamheid nu en in de toekomst staan veiligheid en welzijn van bewoners of andere gebruikers van gebouwen hierbij voorop.
Binnen het samenwerkingsverband besteden de deelnemende partijen aandacht aan het verantwoord materiaalgebruik in kozijnen, ramen en deuren. Ook is er aandacht voor dak- en gevelconstructies opgebouwd uit (samengesteld) constructief hout, hernieuwbare- en recyclebare plaat- en isolatiematerialen. Binnen deze ontwikkelingen wordt damp-open bouwen meegenomen en staat de toepassing van folies ter discussie. Verder wordt gekeken naar geïntegreerde natuurlijke energiebronnen, gevelbekleding van (gemodificeerd) hout en andere hernieuwbare en recyclebare grondstoffen en onderhoudsarme systemen voor de afwerking.
Agentschap NL heeft besloten subsidie voor het NBvT-IPC project ‘Prefab gebouwschil, opgebouwd uit Bio‐Based materialen’ te verlenen. Vanaf 1 juni 2012 gaat het project van start. Het project heeft een looptijd van twee jaren en een totaal budget van 1.250.000 euro. Naast een subsidie die 500.000 euro bedraagt, investeren de deelnemers zelf in uren en middelen.
Het werk van studenten en docenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag maakt deel uit van de expositie 'Dutch Design - Huis van Oranje'. Vijf studenten Textiel en Mode, één studente Post Graduate Industrial Design, twee docenten Post Graduate Industrial Design en twee docenten Beeldende Kunst nemen deel aan de tentoonstelling ‘Dutch Design – Huis van Oranje’ in Paleis Oranienbaum.
Op 25 april opende Koningin Beatrix en de bondspresident van Duitsland deze tentoonstelling in Paleis Oranienbaum (nabij Berlijn en Dessau). Tot en met 30 september 2012 opent het paleis, voormalig woonhuis van de Nederlandse prinses 'Vorstin Henriette Catharina van Anhalt-Dessau, Prinses van Oranje-Nassau', haar deuren voor het grote publiek. Met de tentoonstelling 'Dutch Design - Huis van Oranje' staat het paleis een half jaar in het teken van hedendaags Nederlands ontwerp en mode in combinatie met historische objecten uit het Koninklijk Huisarchief. Naast prominente Nederlandse vormgevers zoals Viktor & Rolf, Hella Jongerius, Spijkers & Spijkers, Marcel Wanders, Ineke Hans en Piet-Hein Eek, is de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag gevraagd om deel te nemen aan de grote zomertentoonstelling.
Van prins Maurits tot ‘delicate textures’ In de opleiding Mode en Textiel van de KABK is het meervoudig perspectief een belangrijk aspect; studenten worden geconfronteerd met het verleden, het heden en de toekomst van mode en maatschappij. Vaste startopdracht in het lesprogramma voor de tweedejaars studenten is de replica van een kostuum uit een zelfgekozen historische periode. Uit de opdracht zijn vijf kwalitatief sterke kostuums geselecteerd voor de Dutch Design tentoonstelling. De kostuums hebben in het kader van Paleis Oranienbaum allemaal een link met de Oranjes.
Beroemd en invloedrijk was Bauhaus, de Duitse opleiding voor architecten, kunstenaars en ambachtslieden (1919-1932). Tot op de dag van vandaag is die invloed zichtbaar, maakt de expositie ‘Bauhaus twenty-21: An Ongoing Legacy’ duidelijk. Deze tentoonstelling, samengesteld door de fotograaf Gordon Watkinson uit New York, is van 8 juni tot en met 22 september te zien bij Yksi Expo te Eindhoven.
Met de samenvoeging van twee hogescholen werd de Duitse architect Walter Gropius in 1919 directeur van de opleiding Bauhaus in Weimar. Hij streefde naar een synthese van kunst, vormgeving, ambacht en industrie, gedreven door het idealisme van de maakbare samenleving. Een mooiere en betere woon-, werk- en leefomgeving zou zorgen voor een beter leven en zelfs een betere wereld. Architectuur en vormgeving konden daar een belangrijke rol in spelen. Ook het pedagogische concept van de opleiding was vernieuwend, met veel ruimte voor zelfwerkzaamheid. Tal van grootheden waren verbonden met Bauhaus, zoals de schilders Paul Klee, Oskar Schlemmer en Kandinsky, de veelzijdige ontwerper Herbert Bayer, en de architecten Marcel Breuer en Mies van der Rohe. Die laatste was enkele jaren directeur.
In 2009 bestond het erfgoed van het Bauhaus 90 jaar. De bekende New Yorkse fotograaf Gordon Watkinson stelde een beeld-tentoonstelling samen om te laten zien dat de invloed van Bauhaus zich nog steeds doet gelden. Naast twaalf van de meest karakteristieke gebouwen uit de Bauhaus-school van voor 1933 plaatst hij evenzoveel eigentijdse gebouwen van zowel jonge, opkomende als gevestigde, vooraanstaande architecten. Een selectie van Bauhaus-meubels completeert de expositie. Op deze wijze ontstaat er een bijzondere kijk vanuit het verleden op het heden en is duidelijk te zien welke sporen Bauhaus nalaat in de huidige architectuur en vormgeving. Aspecten die hierbij naar voren komen zijn onder andere: prefab huizen, technieken voor betaalbaar wonen en duurzaam (groen) wonen.
De expositie ‘Bauhaus twenty-21: An Ongoing Legacy’ was op diverse plaatsen in de wereld te zien. Nu van 8 juni t/m 22 september bij Yksi Expo in Eindhoven. Torenallee 22-04. Eindhoven.
Benieuwd met wat voor werk de nieuwe, jonge kunstenaars en ontwerpers uit Den Haag afstuderen? Kom dan naar de eindexamenexpositie van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK). De KABK eindexamenexpositie vindt plaats van zaterdag 30 juni tot en met zaterdag 7 juli 2012.
Aan de eindexamenexpositie nemen dit jaar circa tweehonderd studenten deel. Een week lang is afstudeerwerk te bekijken van de afdelingen ArtScience, Beeldende Kunst, Fotografie, Grafisch Ontwerpen, Interieurarchitectuur en Meubelontwerpen, Interactive/ Media/Design, Textiel en Mode, Post Graduate Industrial Design, Type & Media en Artistic Research. De werken zijn te bezichtigen op verschillende plekken in het gebouw van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten aan de Prinsessegracht 4 in Den Haag.
Openingstijden van de eindexamenexpositie:
Zaterdag 30 juni: 16.00-22.00 uur
Zondag 1 juli: 12.00-16.00 uur
Maandag 2 juli-vrijdag 6 juli: 12.00-21.00 uur
Zaterdag 7 juli: 10.00-17.00 uur
De eindexamenexpositie is gratis te bezichtigen.
Voorafgaand aan de eindexamenexpositie houden enkele afdelingen op vrijdag 29 juni een preview.
Tijdens de laatste dag van de eindexamenexpositie, op zaterdag 7 juli, maken afstudeerders kans om in de prijzen te vallen. Zo reikt Stroom Den Haag, centrum voor beeldende kunst en architectuur, haar Aanmoedigingsprijs uit aan een nieuw talent. Directeur van de KABK, Jack Verduyn Lunel, deelt de Koninklijke Academie Prijs uit voor het beste Academieproject. Andere prijzen zijn ondermeer: KABK Paul Schuitemaprijs voor een opvallend maatschappelijk en politiek geëngageerd eindexamen in een van de ontwerpvakken en de KABK Scriptieprijs, voor de beste scriptie, waar gelet wordt op leesbaarheid, verantwoording, actualiteit, eigen argumentatie en inzichten. Nieuw dit jaar is de Overduinprijs, aangeboden namens Henk en Ria Overduin. Henk Overduin was adjunct-directeur van het gemeentemuseum Den Haag. De prijs omvat een reisbeurs teer waarde van 3000 euro voor de winnende bachelorstudent.
Kijk voor meer informatie op http://www.kabk.nl/ of www.kabk.nl/eindexamen
Overig nieuws
Het moderne kantoor dat wordt ingericht op basis van Het Nieuwe Werken vertoont opmerkelijke overeenkomsten met het klassieke gevangenismodel Panopticon, dat ooit door de filosoof Jeremy Bentham bedacht werd. Die opmerkelijke analyse is te lezen in de komende editie van Inside Information, vaktijdschrift voor projectinrichting en interieurarchitectuur.
Is de hiërarchie op zijn retour in het eigentijdse kantoor? Volgens sommige theoretici van Het Nieuwe Werken is dit inderdaad het geval. Maar tussen droom en daad staan vaak praktische bezwaren. In de dagelijkse praktijk van het innovatieve kantoor blijken gezagsverhoudingen nog altijd een sleutelrol te spelen. En niet zelden bezetten directeuren nog luxe celkantoren. Is dat verstandig? Dat vraagt auteur en historicus Henk-Jan Hoekjen zich af in het artikel ‘Verhulde hiërarchie’.
In het artikel wordt openlijk gezocht naar de juiste redenatie waarom directeuren hun luxueuze celkantoor vaarwel moeten zeggen. De reden die hiervoor in HNW-brochures gegeven wordt, is nogal eigenaardig: het wordt veelal gepropageerd als een manier om een horizontale organisatiestructuur te realiseren. Terwijl het afschaffen van een directiekantoor niet automatisch leidt tot het verdwijnen van gezagsverhoudingen binnen een organisatie.
Hoekjen stelt dat de mens maar zeer ten dele te vertrouwen is. En precies daarom hebben de HNW-verkondigers volgens de auteur een punt wanneer zij beweren dat de directeur uit zijn afgezonderde kamer gejaagd zou moeten worden. Níet omdat hiermee een horizontale en transparante organisatie kan worden gerealiseerd, maar omdat een directeur zijn controlerende en disciplinerende taak veel beter kan uitvoeren wanneer hij voor het ‘konkelende personeel’ voortdurend zichtbaar is.
“In het hedendaagse kantoor wordt veel glas gebruikt. Begrijpelijk: het ideale eigentijdse kantoor is in feite een Panopticon: iedereen is er zichtbaar. Dat biedt belangrijke voordelen voor de eigentijdse manager: het ideale ‘mooiste uitzicht’ voor een directeur is namelijk niet het uitzicht op de omgeving van het kantoorgebouw, maar het uitzicht op de werkzaamheden van zijn ondergeschikten. Want alleen door te zien en door gezien te worden kan hij hen werkelijk aansporen tot een hogere productiviteit”, aldus Hoekjen.

Verder onder andere in de komende editie van Inside Information, die dinsdag 29 mei verschijnt, aandacht voor de volgende onderwerpen:
- Interview met de Italiaanse ontwerper Michele De Lucchi: ‘De werkplek als reflectie van de persoonlijkheid’.
- Groene rust. Facelift interieur Belgische Febelfin Academy.
- Natuurlijke uitstraling. Een gesprek over de producten en ambities van mFLOR.
- Lef loont. Hoe moeten directies omgaan met de opkomst van Het Nieuwe Werken?
- Mooi licht op drukke beurs. Conclusies over beurs Light + Building.
- Restauratie van een gebouw met een verhaal. Historisch gebouwencomplex in Sint-Joost-ten-Node (België) in ere hersteld.
- Gezond werkklimaat. Voorkomen is beter dan genezen.
- Verborgen verbanden in Milaan. De verborgen verbanden tussen ‘designmeubilair’ en de toekomst van de werkplek.
Automobilisten die een afspraak hebben in Apeldoorn hoeven niet langer de stad in te rijden. Op de carpoolplek ‘Kayersdijk’, langs de A1 (afslag Apeldoorn-Zuid) is een zogenaamde MobiBus geplaatst. Het initiatief is afkomstig van Stichting P+Rmissie en mogelijk gemaakt met onder andere een provinciale subsidie.
De bus is te gebruiken als vergaderruimte. Automobilisten kunnen namelijk direct vanaf de snelweg naar de carpoolplek rijden en daar afspreken. In de bus zijn koffie en broodjes aanwezig en uiteraard een toilet. De chauffeur van de bus is gastheer, maar houdt tevens toezicht op de parkeerplaats. De gemeente Apeldoorn hoopt dat op deze wijze ook het aantal autoinbraken op deze carpoolplek afneemt. Het betreft een experiment dat over twee jaar geëvalueerd gaat worden. Blijkt dit een succes dan wil de Stichting P+Rmissie het concept op meerdere plekken uitrollen. De werkplek is open op werkdagen van 7.00 uur tot 19.00 uur.
Bron foto: website mobibus: www.mobibus.nl
Bijna 150 personen waren 11 mei in Nieuwegein om zich te laten informeren over het concept van Interiors United. Dit nieuwe event komt voort uit een unieke samenwerking binnen de interieurbranche. Genodigden toonden zich nieuwsgierig naar de inhoud van dit nieuwe event, dat staat gepland van 9 tot en met 12 september in het Home Trade Center & Home Boxx in Nieuwegein.
Het positieve gevoel tijdens de aftrap op 11 mei werd bevestigd door het feit dat aan het einde van de bijeenkomst ongeveer 60 procent van de beursvloer op papier was ingevuld met serieuze opties en definitieve inschrijvingen.
Home Trade Center en NII (Woonmodecity) hebben de krachten gebundeld ten behoeve van de organisatie van dit nieuwe event. Deelnemers van het event tonen hun noviteiten tijdens dit breed op te zetten platform. De bezoeker van Interiors United krijgt naast de productpresentaties meerdere tools aangereikt die direct zijn toe te passen in de eigen praktijk.
Interiors United wordt actief ondersteund door diverse partners waaronder HBD commissie wonen/CBW-Mitex, Euretco, Intres, Pers Centrum Wonen, WoonWerk, CRISP, Uitgeverij Lakerveld en CBM.
Interiors United wordt gebouwd op vier pijlers: ondernemerschap, noviteiten, trends als inspiratie en kennis. Bezoekers krijgen een uitgebreid programma aan activiteiten aangeboden, die altijd gebaseerd zijn op deze pijlers. De wijze waarop de vertaling plaatsvindt zorgt voor een unieke beleving, zo hoopt de organisatie.
Het evenement is opgebouwd uit diverse onderdelen. Zo is er een Wooninspiratieplein en zijn er zogenaamde Inspiratievlonders. Op deze vlonders is te zien op welke wijze de producten, die tijdens het event door leveranciers worden aangeboden, gecombineerd kunnen worden tot een praktische winkelpresentatie.
Op dinsdag 11 september wordt er speciaal voor de interieurstylist een programma aangeboden. Het betreft een programma van mini workshops.
Deelnemers
Deelnemers aan Interiors United zijn fabrikanten en agenten van de volgende productgroepen in het midden tot hoge segment: Meubelen – woonaccessoires - verlichting – technisch slapen – behang – gordijn- en meubelstoffen – raamdecoratie – verf – vloeren – bed- badtextiel – dekbedden – kussens – fournituren – totaalpakket groothandel.
Op zondag zijn de deuren open van 10.00 tot 17.30 uur. Zondag is tevens een consumentendag. Maandag van 10.00 tot 19.00 uur. Maandag om 19.00 uur start de Wooninspiratietour. Dinsdag en woensdag is de beurs geopend van 10.00 tot 17.30 uur.
.jpg)
Ziekteverlof komt vaker voor onder schoonmaakpersoneel dan in vele andere Europese sectoren. Gemiddeld melden honderdduizend schoonmakers zich per dag ziek. Lichamelijke klachten, zoals rug- en gewrichtspijn zijn een van de belangrijkste redenen voor het ziekteverzuim. Dit blijkt uit onderzoek van Tork onder schoonmakers in Nederland, Duitsland, Zweden en Frankrijk.
Beroepsgebonden spier- en skeletaandoeningen (MSD) – pijn in gewrichten, rug of schouders – zijn de frequentste problemen waar schoonmaakpersoneel mee te kampen heeft. De fysieke taken die dit beroep met zich meebrengt, vormen de oorzaak van het probleem. Zo verhoogt dit onder andere het risico op MSD door zware hef-, draag- en draaibewegingen en ook repetitieve bewegingen.
Bijna de helft van de Nederlandse schoonmakers (49 procent) geeft aan wel eens lichamelijke klachten door werk te hebben. Bijna een kwart moet zich minstens een keer per jaar ziek melden door deze klachten. Een derde van de respondenten zegt tijdens hun werk regelmatig zware voorwerpen te moeten tillen of verplaatsen. En vier op de tien schoonmakers (42 procent) heeft door het sjouwen wel eens last van de rug.
Frank Westdorp, Product en Market Manager Tork bij SCA Benelux: “Het is hoog tijd dat ook wij, leveranciers van producten en diensten aan de industrie, ons steentje bijdragen om het ziekteverzuim verder terug te dringen en de arbeidsomstandigheden van het schoonmaakpersoneel te verbeteren. Elke dag worden onze producten verzonden, gedragen en opgetild door onze klanten – de schoonmakers. Het is daarom tijd om het werk van de schoonmaker net iets gemakkelijker te maken”.
Meer dan de helft van de Nederlandse schoonmakers geeft aan dat hun werk lichter zou worden door eenvoudig te tillen en verplaatsbare verpakkingen. “Hierin kunnen wij onze verantwoordelijkheid nemen. Wij presenteren daarom een range aan verpakkingen onder de naam ‘ Easy Handling’ die makkelijk te tillen, te vervoeren en op te bergen zijn. Deze verpakkingen zijn ontworpen na observaties van schoonmaakpersoneel in diverse landen”, aldus Westdorp.
Het onderzoek is - in opdracht van Tork - uitgevoerd door Kien Onderzoek door middel van een online vragenlijst onder ruim 170 Nederlandse en Vlaamse professionele en semiprofessionele schoonmakers.
Syntrus Achmea en Search Ingenieursbureau introduceren een nieuw duolabel energie op de Nederlandse markt. Het Duolabel is volgens deze organisaties nu al een succesvol instrument voor meer duurzaam rendement bij winkelvastgoed. In totaal werden de afgelopen maanden ruim 1300 winkelunits van Syntrus Achmea door Search onderzocht en voorzien van een energielabel en een gedetailleerd advies. Het unieke aan het duolabel? Huurders en gebouweigenaren krijgen beiden inzicht in wat zij kunnen doen om de energieprestaties te verbeteren. Maximale aandacht voor gebouw en inrichting. Dat loont.
Beide samenwerkingspartners hadden een duidelijk doel voor ogen. “Iedereen kent het officiële energielabel. Dat blijft voorlopig ook gewoon in deze vorm bestaan. Alleen vonden wij het belangrijk om nog meer winst uit het label te halen. We wisten ook hoe en dus bedachten we samen het duolabel”, vertelt Michel Baars, bedrijfsdirecteur van Search Ingenieursbureau.
Als het gaat om het verduurzamen van gebouwen zijn vaak twee partijen betrokken, de verhuurder en de huurder. In het geval van winkelvastgoed is de gebouweigenaar verantwoordelijk voor het casco gebouw; de verhuurder voor de totale inrichting. Hierin schuilt het geheim van het duolabel, legt Michel Baars uit. “Het duolabel houdt rekening met beide partijen. Tijdens de beoordeling van de portefeuille van Syntrus Achmea brachten we voor beide partijen een afzonderlijk advies uit.”
De bedrijfsdirecteur vervolgt: “Om de meerwaarde van het duolabel te bewijzen, zijn we meteen in de praktijk aan de slag gegaan. Het duolabel is dus echt in de praktijk ontstaan en uitvoerig getest. Syntrus Achmea voorziet al haar huurders van een energieprestatieadvies op maat. Zo weet iedereen precies welke verbeteringen nodig zijn voor meer winst. De adviezen zijn eveneens direct uitvoerbaar. Deze aanpak is helder en werkt tijdbesparend.”
Syntrus Achmea Real Estate & Finance zet zich actief in om de vastgoedsector te verduurzamen. Bart van Dongen, technisch manager winkelbeleggingen bij Syntrus Achmea: “Als één van de grootste vastgoedbeleggers in Nederland nemen wij onze verantwoordelijkheid door te investeren in duurzaam vastgoed dat jarenlang meegaat, aantrekkelijk blijft en alternatief aanwendbaar is. Onder meer door het verbeteren van de milieuprestatie en/of het herbestemmen van vastgoed maken wij onze portefeuille toekomstbestendig. Het duolabel is tot stand gekomen door een goede samenwerking met Search en is een perfect middel om te komen tot de gewenste energiezuinige winkel, nu en in de toekomst. En nu is het goed om te zien dat ook andere partijen het duolabel gaan inzetten.”
Het aantal deelnemende bedrijven aan de inkoopwijzer voor duurzame kantoorartikelen groeit snel. Zowel 3M, BührmannUbbens als Bura zijn sinds 1 januari 2012 lid van Sustainable Office. Het aantal deelnemende bedrijven is nu 19. Op de website zijn inmiddels meer dan 6100 producten te vinden.
Op de website Sustainable Office kunnen eindgebruikers producten vinden die voldoen aan de criteria van AgentschapNL. De website geeft inkopers een handvat om snel duurzame kantoorartikelen in te kopen. De producten kunnen via diverse zoekopdrachten worden gezocht: op productnaam, EAN-code en leveranciersnaam. Bij de producten staat een korte en lange omschrijving van het product.
Bij 3M staat Duurzaam Ondernemen hoog op de nationale en internationale agenda. 3M: “Wij hebben al heel lang de overtuiging dat een reputatie niet alleen gebaseerd is op financiële prestaties, maar ook op de wijze waarop bedrijven zaken doen. In 1975 was 3M een van de eerste grote bedrijven die actief met milieu-onderwerpen aan de slag ging. 3M streeft continue om prestaties te verbeteren en nieuwe uitdagingen en kansen aan te pakken.” Bura importeert en levert onder meer pennen van producent Pentel. “Pentel stelt zeer strikte eisen aan producten. Een zeer groot deel van haar assortiment bestaat uit producten die voor meer dan 50% uit gerecycled materiaal bestaan. Met name vanuit de overheid worden er steeds meer eisen gesteld aan producten. Vandaar dat ik deelname aan Sustainable Office zeer belangrijk vind,” zegt Herman Lakerveld, directeur van Bura.
BührmannUbbens werkt al jaren volgens strikte milieunormen en was als eerste papiergroothandel FSC gecertificeerd. Daarnaast is het milieuzorgsysteem van BührmannUbbens sinds 2011 gecertificeerd volgens de ISO 14001 norm. Met deze certificering lopen ze als leverancier voorop in diverse markten waarin ze opereren.De Commissie Sustainable Office bestaat uit de volgende leden: Lyreco, Office Depot, Staples, Hamelin, Jalema, Esselte, Quantore en Pasklaar Communicatie. Voorzitter is Cees van Manen. Het initiatief wordt breed ondersteund door OFFICE World, OSTAN en Novaka. Het Ministerie van I&M, AgentschapNL en MVO Nederland zijn agendalid van de commissie.
http://www.sustainable-office.eu
De technische voorschriften waaraan gebouwen moeten voldoen zijn per 1 april 2012 veranderd met een nieuw Bouwbesluit. Door het samenvoegen van diverse besluiten en regels is het aantal artikelen eenderde minder. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft een helpdesk geopend waar men terecht kan voor vragen.
Het Bouwbesluit 2012 stelt nieuwe eisen aan het (ver)bouwen, het gebruik, de staat en de sloop van gebouwen. De minimaal gewenste kwaliteit en veiligheid wordt zo gewaarborgd, bijvoorbeeld op het gebied van de brandveiligheid. In slaapkamers van nieuwe woningen moet er voortaan een raam open kunnen en mogen ventilatie-installaties minder geluid maken. Verder maken de verplichte buitenruimte zoals balkon of tuin en de buitenberging in het nieuwe Bouwbesluit hun rentree.
Voor het verbouwen van leegstaande kantoren naar woningen is geen ontheffing van nieuwbouweisen meer nodig van de gemeente; er geldt nu een landelijk geldend verbouwniveau. Dit scheelt tijd en bespaart kosten. De sloop van een bouwwerk mag voortaan van start na een sloopmelding; een vergunning is niet meer nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om het slopen van een gebouw met grotere hoeveelheden afval.
Voor vragen betreffende de nieuwe regelgeving kan men terecht bij de Helpdesk Bouwregelgeving en Brandveilig van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Verder is er een Meldpunt Bouwbesluit 2012 waar gebruikers eventuele onduidelijkheden kunnen melden.
ICT-Office verwacht voor 2012 een stijging van ICT-bestedingen van 0,6 procent. De brancheorganisatie handhaaft de verwachtingen ondanks de economisch onzekere situatie. ICT-Office voorspelt een groeiend tekort aan hoger opgeleide ICT-professionals voor de komende jaren. Ook onder de huidige omstandigheden rekent de branche-organisatie op een tekort van ruim 6.300 ICT'ers in 2016. Dit blijkt uit de ICT-Marktmonitor 2012 die op 24 april tijdens 'De Week van ICT' is gepresenteerd door ICT-Office in samenwerking met Heliview Research.
Uit de ICT-Marktmonitor 2012 blijkt dat de bestedingen op het gebied van software een positief beeld laten zien met een groeiverwachting van 2,4 procent. Applicatiesoftware zal naar verwachting met 4,4 procent stijgen. Systeemsoftware kent met een verwachte -0,5 procent een lichte daling.
Het gebruik van applicaties zal in 2012 verder groeien. Dit geldt voor zowel bedrijfsapplicaties als 'apps' voor tablets en smartphones. Dienstverlening zal naar verwachting een lichte daling laten zien (-0,2 procent). De bestedingen op het gebied van zowel professionele (onder meer consultancy) als ondersteunende (onder meer onderhoud) dienstverlening dalen respectievelijk met -0,1 en -0,5 procent.
De bestedingen inzake hardware en kantoortechnologie zullen dit jaar dalen met -0,4 procent. Dit wordt voornamelijk verklaard door de sterk dalende bestedingen op het gebied van servers, PC's, printers en kantoortechnologie. De segmenten storage, bekabeling extern en overige computerhardware (waar tablets onderdeel van uitmaken) laten daarentegen een forse stijging zien in de verwachtingen voor 2012.
Bestedingen op het gebied van telecom en internet zullen met 0,5 procent groeien, waarbij vooral mobiele diensten en telecomhardware (onder meer netwerkapparatuur en mobiele telefoons) weer in omvang zullen toenemen.
Door de economische recessie zal het aantal moeilijk vervulbare vacatures in 2012 niet verder groeien en gelijk blijven ten opzichte van 2011. Echter, na 2012 neemt het aantal ICT-vacatures toe en loopt dit aantal tot en met 2016 op tot 13.000. Deze vacatures zullen deels vervuld worden door het aanbod van ongeveer 6.700 ICT'ers die óf het hoger ICT-onderwijs met een diploma verlaten en op de arbeidsmarkt komen, óf ICT'ers die na een periode zonder werk weer een baan vinden.
Wanneer het aanbod van de vraag wordt afgetrokken, leidt dit tot een verwacht tekort van ruim 6.300 hoger opgeleide ICT-professionals in 2016. Deze cijfers passen in het beeld dat eurocommissaris Neelie Kroes recent schetste, waarin voor de Europese Unie een aantal van 700.000 vacatures in de digitale economie wordt voorspeld.
Nadere informatie: http://www.ictoffice.nl/
Olympus introduceert een aantal nieuwe professionele audiorecorders: de DS-2500, DS-3500 en DS-7000. 'Ideale recorders voor opnemen en uitwerken van belangrijke zakelijke gesprekken', aldus de producent.
Olympus noemt de medische en juridische branche als voorbeelden van branches 'waar opnames noodzakelijk zijn en het gebruiksgemak en nauwkeurigheid van de uitwerking hoog in het vaandel staan'.
De Olympus DS 2500 voicerecorder is voorzien van een metalen behuizing. Deze krachtige recorder is bedoeld om zowel op kantoor als onderweg snel en gemakkelijk spraakopnamen te maken. De voicerecorder biedt tal van functies en mogelijkheden voor hoogwaardige opnamen in het professionele DSS Pro-bestandsformaat, belooft Olympus. Ook beschikt deze recorder over bewerkingsmogelijkheden en is hij voorzien van een USB-oplaad-functie. Wie gebruikmaakt van de transcriptiekit, integreert 'm zo in de workflow op kantoor. De DS 2500 is vanaf half mei 2012 verkrijgbaar voor 299 euro.
De meest gebruikte knoppen zitten allemaal aan de zijkant zodat de recorder gemakkelijk met één hand kan worden gebruikt. De overige knoppen zitten aan de voorzijde en kunnen met de duim worden bediend. Het heldere scherm met wit LED-backlight zorgt voor een overzichtelijke weergave van alle relevante informatie en is een hulpmiddel bij het navigeren door het menu.
De DS 2500 slaat bestanden op in de DSS Pro-structuur, die speciaal is ontwikkeld voor professionele spraakopnamen. Tot de diverse bewerkingsmogelijkheden behoren invoegen, overschrijven en gedeeltelijk wissen. Ook is het mogelijk om belangrijke passages te markeren zodat degene die de opname uitwerkt, snel naar de relevante delen van een opname kan gaan. Gebruikers kunnen zelf de gevoeligheid van de microfoon instellen en hebben daarbij de vrijheid om helder vast te leggen wat ze willen.
De Olympus DS 2500 kan worden aangesloten op een pc en Mac en wordt geleverd met een SD-geheugenkaart van 2 GB voor de opslag van bestanden. Het geheugen kan eenvoudig verder worden uitgebreid met extra SD-kaarten. De batterij is oplaadbaar via de USB-interface.
Digitaal dicteren biedt een aantal voordelen ten opzichte van analoog dicteren, zoals een betere opnamekwaliteit, een grotere opslagcapaciteit en betere gegevensbeveiliging. Ook is het een voordeliger oplossing. Het beste argument om over te stappen naar digitaal heeft echter alles te maken met de verbeteringen op efficiencygebied. In tegenstelling tot analoge oplossingen, waarbij met cassettes wordt gewerkt, kunnen digitale systemen probleemloos worden geïntegreerd in de IT-systemen van veel bedrijven. Dit zorgt voor uitstekende opslag- en back-upmogelijkheden, en maakt het mogelijk om de bestanden snel door te sturen naar iedereen de ze nodig heeft.
De DS 2500 kan worden gebruikt in combinatie met de Olympus AS-2400 transcriptiekit die bestaat uit een voetschakelaar en hoofdtelefoon. Wanneer ook gebruik wordt gemaakt van de meegeleverde 'DSS Player Standard'- of 'DSS Player for Mac'-software beschikt de gebruiker over allerlei opties om de digitale opnamen te beheren.
Nadere informatie: www.olympus.nl/voice/



















