Meubilair
Volgens de Duitse bond van meubelfabrikanten VDM is de economische crisis voorbij en de weg naar herstel ingezet. Is dit, in goed Duits, ‘wishful thinking’, of zijn er daadwerkelijk tekenen van herstel?
In 2009 leverde de Duitse meubelindustrie nog 11,4 procent omzet in. Het eerste halfjaar van 2010 geeft geen verdere krimp te zien, tot opluchting van de VDM.
Het 1e kwartaal van dit jaar constateerde de meubelbond nog een omzetafname, maar het 2e kwartaal bracht een groei van iets meer dan 1 procent (alleen in juni al + 4,5 procent). De verwachtingen voor het 3e en 4e kwartaal zijn positief. Voor heel 2010 wordt een omzetplus van tussen 1 en 3 procent verwacht.
Kantoormeubelfabrikant Gispen presenteert naar eigen zeggen een primeur: het eerste composteerbare bureaublad. "Aan het eind van de levensduur van je werkplek, begraaf je het bureaublad gewoon in je tuin", aldus de fabrikant uit Culemborg.
Het nieuwe bureaublad met een kern van vlas en bamboe fineer rondom, bestaat voor 100 procent uit hernieuwbare grondstoffen. "Het gebruik van hernieuwbare grondstoffen (Biobased) speelt een cruciale rol bij het behoud van de natuur, klimaatverandering en het voorkomen van de uitputting van de aarde", aldus Gispen in een toelichting.
"Bij de keuze voor vlas in combinatie met bamboe wordt met alle facetten met betrekking tot milieubelasting rekening gehouden. Vlas is een milieuvriendelijk geteeld gewas, waarbij vrijwel geen kustmest en/of chemische bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Er wordt alleen gebruik gemaakt van restmateriaal van de plant waardoor er geen verspilling is van natuurlijke grondstoffen."
Het plaatmateriaal lijkt op spaanplaat, maar is lichter in gewicht, wat een groot voordeel is bij transport en montage. De productie en teelt van vlas vindt uitsluitend plaats in Nederland, België en Noord Frankrijk. "Door gebruik te maken van bamboe fineer wordt optimaal geprofiteerd van de positieve eigenschappen van het materiaal. Wel de mooie uitstraling en de harde toplaag, maar niet het gewicht."
Vervolgens wordt het bamboe afgewerkt met lijnolie, ook een product van de vlasplant, in plaats van een milieubelastende laklaag. "In combinatie met de beste programmalijn van Gispen als het gaat om duurzaamheid, Gispen TM, biedt Gispen met het nieuwe composteerbare bureaublad een van de meest duurzame werkplekken die op dit moment verkrijgbaar zijn."
Meer weten over Het Nieuwe Werken? Klik hier
'Ons onderzoek naar het ruimtegebruik binnen organisaties die Het Nieuwe Werken hebben ingevoerd, wijst op een trend waarbij de gemiddelde oppervlakte van de nieuwe kantoorwerkplek toeneemt! Doordat het gebruik nadrukkelijk geïntensiveerd wordt, daalt evenwel de werkplekoppervlakte per persoon', zo stellen Jurgen van der Meer en Arne van 't Spijker van Twynstra en Gudde naar aanleiding van een diepteonderzoek dat is verricht bij een groot aantal gemeenten, instellingen en bedrijven uit de zakelijke dienstverlening die Het Nieuwe Werken invoeren. Uit het onderzoek komt naar voren dat de effecten van Het Nieuwe Werken op de kantoorhuisvesting en het facilitair management zich met name uiten in de verandering van de kantoorhuisvesting, in kostenreductie en in de verandering van de facilitaire organisatie.
“ In de kantoorhuisvesting is steeds meer sprake van veranderingen in functies en in het ruimtegebruik als gevolg van Het Nieuwe Werken. Dit betreft de opkomst van samenwerkings- en ontspanningsruimten, de toename van het oppervlakte van de werkplek en het vervangen van de kantooromgeving door de onderweg-, thuis- en virtuele omgeving. Hierdoor vervalt het klassieke kantoorkantoor als ruimte waarin alle activiteiten plaatsvinden en wordt deze vervangen door een combikantoor en het werken buiten kantoor. Ons onderzoek naar het ruimtegebruik binnen organisaties die Het Nieuwe Werken hebben ingevoerd, wijst op een trend waarbij de gemiddelde oppervlakte van de nieuwe kantoorwerkplek toeneemt! Doordat het gebruik nadrukkelijk geïntensiveerd wordt, daalt evenwel de werkplekoppervlakte per persoon.”
"Het Nieuwe Werken heeft duidelijke kosteneffecten. In eerste instantie zijn de investeringskosten in de werkomgeving en werkplek gemiddeld hoger dan de investeringskosten van deze in traditionele kantoren. Afhankelijk van de gestelde ambities zijn deze kosten 10-30 procent hoger. Dit wordt verklaard door een meer kwalitatief hoogwaardiger uitvoering van de inrichting, investeringen in telematica en investeringen in tele(thuis-)werken."
"Doordat de kantooroppervlakte per persoon in kantooromgevingen van Het Nieuwe Werken echter lager is dan de kantooroppervlakte per persoon in traditionele kantooromgevingen, zijn ook de huisvestingsgebonden kosten per persoon belangrijk lager. Ten opzichte van traditionele omgevingen zijn kostenreducties van 25-30 procent in de huisvestingsgebonden kosten per medewerker per jaar mogelijk. Hier ligt de grootste winst van Het Nieuwe Werken voor wat betreft werkplek en werkomgeving. Tevens nemen de mobiliteitskosten sterk af."
"De facilitaire organisatie heeft een centrale rol in Het Nieuwe Werken. Het facilitair management bewaakt en ondersteunt Het Nieuwe Werken en moet de organisatie, producten en dienstenverlening op de ambities van Het Nieuwe Werken inrichten. In Het Nieuwe Werken kan de facilitaire organisatie niet meer denken in het aanbieden van de standaard facilitaire producten en diensten, maar moet zij denken in de ondersteuning van activiteiten. De facilitaire organisatie verandert hiermee van een aanbieder van klassieke facilitaire producten en diensten naar een ‘facilitator van activiteiten’ die cruciaal zijn voor Het Nieuwe Werken. Meer dan ooit zal de toegevoegde waarde van de dienst in relatie worden gebracht met de kwaliteit van werken."
"Naar verwachting zullen de kosten van de facilitaire dienstverlening door deze nieuwe activiteiten stijgen. De kwaliteit van het facilitaire product neemt toe, er wordt een beroep gedaan op nieuwe en andere competenties van facilitaire medewerkers in de lijn van de nieuwe dienstverlening, er moet rekening worden gehouden met marges voor discontinuïteit en de intensiteit van een aantal diensten, zoals schoonmaak en beveiliging neemt toe. De hogere kosten voor facilitaire dienstverlening kunnen echter ruimschoots gecompenseerd worden door de lagere huisvestingsgebonden kosten en mobiliteitskosten."
Hans Lensvelt ligt op ramkoers. Met een ludieke t-shirt-actie maakt hij zijn ongenoegen bekend over het feit dat hem binnen de Gispen Lensvelt Group de wacht is aangezegd.
Begin mei werd bekend dat Hans Lensvelt met onmiddellijke ingang op non-actief werd gesteld binnen Gispen. Aan zijn vertrek lag onenigheid over de koers van het in oktober 2006 gefuseerde Gispen en Lensvelt ten grondslag.
Deze ontwikkeling kwamen voor Hans Lensvelt als een totale verrassing. "Out of the blue heb ik een brief ontvangen van Gispen dat met onmiddellijke ingang mijn management overeenkomst is opgezegd", aldus Lensvelt. Hans Lensvelt vervulde bij het bedrijf de functie van Art Director.
Lensvelt neemt nu op ludieke wijze wraak op het Giuspen-management. HIj is een t-shirt-actie begonnen onder het motto:
VIVE LA REVOLUTION!!
POUR UN LENSVELT LIBRE ET INDEPENDENT
POUR SES TRAVAILLEURS, DESIGNERS, ARCHITECTES ET ARTISTES.
POUR SES CLIENTS, FOURNISSEURS ET AMIS.
POUR ACCOMPLIR NOTRE MISSION: CONTRIBUER ET INSPIRER VIVE LA REVOLUTION!!
Belangstellenden kunnen t-shirts met verschillende 'revolutionaire' opdrukken bestellen. Of de ludieke actie inderdaad leidt tot een hernieuwde onafhankelijkheid van het vooralsnog onder de Gispen Lensvelt Group ressorterende Lensvelt, valt nog te bezien. Feit is evenwel dat Hans Lensvelt nog in het bezit is van 30 procent van de aandelen van de Gispen Lensvelt Group.
Peter Veer van Gispen geeft desgevraagd aan geen commentaar te kunnen geven op de actie van Hans Lensvelt. "Deze actie komt voor de verantwoordelijkheid van Hans Lensvelt zelf. Ik heb met de aandeelhouders afgesproken om geen mededelingen te doen totdat de kwestie naar tevredenheid van de betrokkenen is opgelost. Ik houd me aan die afspraak."
Het is altijd interessant om na te denken over nut en noodzaak van nieuwe werkmethoden. Zeker in een tijd waarin trends als 'het nieuwe werken' sterk in opkomst zijn, is de vraag gerechtvaardigt of de tam-tam die omtrend deze vorm van kantoorwerken wordt gemaakt ook gerechtvaardigd is. Met het oog op een antwoord op deze (en andere) vragen wordt binnenkort weer het Nationale Werkplekonderzoek gehouden.
Het Nationale Werkplekonderzoek 2010 zal in september namens newnews.nl gehouden worden. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Ruigrok NetPanel, een marktonderzoekbureau gevestigd in Amsterdam. Het Nationale Werkplekonderzoek vormt een beeld van de kwaliteit van werken en de werkomgeving binnen Nederland.
"Met de resultaten willen we bijdragen aan de bewustwording en waar mogelijk verbetering van werken en de werkomgeving", aldus de initiatiefnemers. "Het Nationale Werkplekonderzoek gaat niet alleen over werken, maar ook om de werkomgeving. We zien veel flexibele werkplekken, maar wat is nu de favoriete werkplek van de werknemer? Waar voelt de werknemer zich prettig en waar niet? Relevante vragen als het gaat om het werkgeluk van werkend Nederland. Daarmee ook relevant voor werkgevend Nederland."
In september zullen de respondenten benaderd worden. Wie mee wil doen aan het onderzoek kan een mail sturen aan hnwo@newnews.nl.
Patiënten met heupartrose hebben aantoonbaar baat bij het gebruik de Artromove. Dit is aangetoond door een wetenschappelijk onderzoek dat studenten van faculteit Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) hebben gedaan.
Artromove, ontwikkeld en geproduceerd door Score te Tolbert, levert volgens het onderzoek een bijdrage aan het verhogen van de mobiliteit en het verlichten van pijn bij patiënten met heupartrose. De Artromove is een ergonomische kruk waarop artrosepatiënten gemakkelijk thuis of op het werk noodzakelijke oefeningen kunnen doen zonder extra tijdinspanning en zonder hulp van de therapeut, op elk tijdstip van de dag.
Uit het vier maanden durende onderzoek blijkt ondermeer dat alle proefpersonen individueel vooruit zijn gegaan. Zowel ten aanzien van de mobiliteit als ten aanzien van het verminderen van de pijn. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan de Artromove worden beschouwd als aanvulling op de huidige behandelingsmethoden, aldus de onderzoekers.
Door middel van de Artromove kunnen patiënten onbelast endorotatie in het heupgewricht uitvoeren tijdens het zitten op de kruk. De patiënt legt zijn onderbeen in de daarvoor bevestigde steun wanneer hij op de kruk zit. Door de voet van het lichaam af te bewegen en hierdoor het onderbeen te verplaatsen ontstaat er endorotatie in het heupgewricht.
Groot voordeel van de Artrosekruk is dat deze – mede door de aangename zit en beperkte afmeting - gewoon ingezet kan worden in het dagelijks leven; thuis aan tafel of elders, op het werk, achter bureau of werktafel, of in sociale werkplaatsen en verzorgingstehuizen. De voor artrosepatiënten noodzakelijke oefeningen kunnen zo zonder extra (tijd-)inspanning en zonder hulp van de therapeut op elk tijdstip van de dag worden uitgevoerd.
Dat de nieuwe kruk verlichting brengt bij heupartrose is niet alleen goed nieuws voor patiënten maar ook zeker voor de overheid, die in het licht van bezuinigingen op zoek is naar nieuwe, kostenbesparende behandelmethoden. Heupartrose is de meest voorkomende gewrichtsaandoening in Nederland. Naar schatting lijden ca. 238.000 mensen aan deze aandoening.
De behandeling van heupartrose brengt hoge kosten met zich mee, zo waren de kosten voor heup- en knieartrose 304 miljoen euro (2003, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In Nederland is artrose momenteel de nummer twaalf van aandoeningen die de meest hoge kosten met zich meebrengen. De verwachting is dat de kosten zullen toenemen door de vergrijzing.
Score uit Tolbert is een Nederlandse producent van bedrijfsstoelen en ergonomische accessoires. Naast de ergonomische zitoplossingen beschikt Score over een breed scala aan specialistische stoelen voor zowel patiënten als medewerkers in ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en verpleeghuizen.
In het tweede kwartaal van 2010 meldt de Duitse brancheorganisatie Büro,- Sitz- und Objektmöbel (BSO) een omzetstijging bij kantoormeubelfabrikanten van 5,8 procent ten opzichte van vorig jaar. Met een min van 2,1 procent ten aanzien van het eerste halfjaar van 2010 tekent zich nu een langzaam herstel af, aldus bso. De qua omzet sterkste maand in deze periode was juni, met een plus van 12,5 procent.
Als positieve ontwikkeling noemt BSO de huidige vraag uit het buitenland. Qua omzet buiten Duitsland zagen de kantoormeubelfabrikanten in het tweede kwartaal 2010 hun omzet stijgen met 8,9 procent. Als gevolg van het beduidend slechtere eerste kwartaal lag het resultaat voor het eerste halfjaar tot nog licht (-0,4 procent) onder dat van vorig jaar.
De binnenlandse verkoop sloot het eerste halfjaar van 2010 af met -2,8 procent; het tweede kwartaal eindigde wel positief met een plus van 4,5 procent. De brancheorganisatie houdt rekening met een duidelijk aantrekkende vraag, aangezien pas een klein deel van de open aanvragen in concrete bestellingen omgezet zijn. Hoe snel de vermeende investeringenstroom weer op gang komt, durft bso nog niet te voorspellen. Wel verwacht de brancheorganisatie dat de positieve ontwikkeling zich de rest van het jaar doorzet.
Marcel van Loon en Jochem van Woensel, beide directeur/eigenaar, hebben juist in deze roerige tijden besloten om voor het avontuur te gaan. "Marcel en ik kennen elkaar al enkele jaren. We zijn met elkaar in contact gekomen toen ik als manager verkoop en organisatie bij Plan@Office Nederland, de franchisegever, werkte en Marcel als een van de twee directieleden bij een toenmalige franchisenemer van deze organisatie.", aldus Jochem van Woensel. "Na een aantal leuke en soms ook behoorlijk zware gesprekken is deze samenwerking tot stand gekomen.". Marcel van Loon vult aan: "Jochem en ik delen dezelfde visie op en passie voor ons vak. Het inspirerende aan onze samenwerking is de kracht van het collectief: we hebben beide onze sterke punten en vullen elkaar daardoor goed aan.”.
De toetreding tot de Plan@Office organisatie is, gelet op hun verleden, niet geheel onverwacht, maar de start van een onderneming die in de periferie van bouwend Nederland werkt is dat wel. “Vanzelfsprekend merken ook wij dat er minder kantoormeters gebouwd worden en dat sommige projecten in andere marktsegmenten op de langere baan worden geschoven. Gelukkig zijn we in staat om op de veranderende marktsituatie in te spelen door ons eveneens te richten op andere markten. Zo leveren we bijvoorbeeld niet alleen aan onze eindklanten, maar doordat we exclusief importeur zijn van een aantal internationale topmerken genieten we ook bekendheid onder interieurarchitecten als betrouwbare en flexibele leverancier. Daarnaast onderscheiden we ons van onze concullega’s doordat we ons niet beperken tot de levering van enkel interieurelementen, of het maken van 2D en 3D impressies. Als turn-key kantoor- en projectinrichter werken we van conceptontwikkeling tot en met de fysieke oplevering van een object. Kort door de bocht gezegd richten we in van vloer tot en met plafond en alles wat zich daar tussenin begeeft.”, vervolgt Jochem van Woensel.
Plan@Office Brabant richt zich, naast het 'ontzorgen' van de eindklant en het samenwerken met verschillende interieurarchitecten, eveneens op het ondersteunen van onder andere bedrijfsmakelaars in het verhogen van de verkoop-/verhuursnelheid van commercieel vastgoed. Jochem van Woensel legt uit: “We hebben door de fijne samenwerking met andere Plan@Office-vestigingen gezien dat de relaties met bedrijfsmakelaars en andere partijen binnen de commerciële vastgoedmarkt, belangrijk zijn. Uit eigen ervaring weten we inmiddels ook dat we onze propositie in kunnen zetten als verlengstuk van een dergelijke organisatie. Niet alleen zorgen wij voor een visuele presentatie van de mogelijkheden van dit vastgoed, juist de mogelijkheid om die presentatie om te kunnen zetten in een fysiek en prikkelend interieur blijkt van toegevoegde waarde te zijn voor deze doelgroepen en hun eindklanten."
Creatieve talenten met verfrissende, innovatieve ideeën, opgelet. De laatste week is ingegaan, de deadline nadert. De ontwerpen om mee te dingen naar de vierde Thonet Mart Stam Prijs moeten nu toch echt ingezonden worden. Ontwerpen voor dit initiatief van vakblad de Architect en meubelproducent Thonet kunnen nog tot en met 27 augustus worden ingezonden.
Deze prijs, genoemd naar de pionier op het gebied van modern meubeldesign, bestaat uit een geldbedrag van 5.000 euro en de speciaal ontworpen Thonet Mart Stam Award. Gevraagd is om een stoel te ontwerpen die geschikt is voor op kantoor of in de woning. Van het ontwerp moet een prototype gemaakt kunnen worden. De inzending moet bestaan uit één tot drie ontwerptekeningen op A3 formaat (in tweevoud) en een 3D model op ware grootte (in enkelvoud). Het ontwerp moet zijn gemaakt in de periode 1 augustus 2009 tot 31 juli 2010.
De jurering vindt plaats in twee ronden. In de eerste ronde wijst de jury, bestaande uit Bertjan Pot, Wieki Somers, Carlijn Kriekaard en Harm Tilman (secretaris), drie nominaties aan. Iedere nominatie wordt ‘geadopteerd’ door een van de juryleden. Tijdens de prijsuitreiking op donderdag 25 november 2010 in Gebouw De Bazel te Amsterdam presenteren de inzenders en de juryleden de genomineerde ontwerpen. Het bij de uitreiking van de prijs aanwezige publiek kiest vervolgens de winnaar van de Thonet Mart Stam prijs 2010.
Het winnende ontwerp wordt bovendien opgenomen in de Thonet EXP collectie. Thonet EXP is in april van dit jaar gelanceerd en geeft talentvolle ontwerpers de kans met Thonet samen te werken en op experimentele wijze hun product te ontwikkelen en te produceren. Het geeft Thonet de mogelijkheid met zeer uiteenlopende ontwerpers en ontwerpen in aanraking te komen en het experimentele traject te begeleiden. Afhankelijk van de reacties uit de markt, kan een dergelijk product in de vaste collectie van Thonet worden opgenomen. De stoel VouwWow waarmee Maartje Nuy en Joost van Noort in 2009 de Thonet Mart Stam Prijs wonnen, is opgenomen in de Thonet EXP collectie.
Van 26 tot 29 augustus staat in het Bella Center in Kopenhagen de 2010-editie van Code op de agenda. Op deze ontwerpbeurs zullen zo’n tachtig ontwerpers hun producten presenteren aan het publiek. In 2009 vond de eerste editie van deze meubel-designbeurs plaats. Tijdens de eerst twee beursdagen staan ook de nodige lezingen en seminars op het programma. Meer informatie over deze beurs is te vinden op de websitehttp://www.code10.dk
Vloer, Wand & Plafond
Het 400-jaar oude keramische bedrijf ‘Royal Goedewaagen’ is overgegaan in nieuwe handen. Michiel Hendrikse heeft het bedrijf van de vorige aandeelhouders overgenomen via een management buy in.
Royal Goedewaagen is één van de oudste ondernemingen van Nederland. Ontstaan uit een Goudse aardewerkfabrikant gespecialiseerd in aardewerk pijpen is het bedrijf in de loop der eeuwen uitgegroeid tot wereldspeler in Delfts Blauw aardewerk. Het bedrijf maakt (gelimiteerde-) oplagen serviesgoed, vazen, kandelaren en kunstobjecten. De afgelopen jaren heeft Royal Goedewaagen een design collectie gelanceerd in samenwerking met bekende Nederlandse ontwerpers. Het bedrijf beschikt over een eigen museum waar de gehele geschiedenis van 400 jaar Nederlands Keramiek te bewonderen is.
Hendrikse wil Royal Goedewaagen verder op- en uitbouwen waarbij de designcollectie met name internationaal verder ontwikkeld zal worden. Hij maakt zich tevens sterk voor het behoud van het keramische ambacht in Nederland. Hendrikse: "Royal Goedewaagen is het enige keramische bedrijf in Nederland dat nog alle ambachten volledig in huis heeft, van mallenmakers tot ambachtelijke schilders en verfmengers. Dat stuk vaderlandse geschiedenis koesteren wij en vormt een onlosmakelijk deel van onze groeiambities."
Balta heeft Domo Floorcoverings overgenomen. Concreet worden kamerbreed tapijt en naaldvilt (productiesite in Oudenaarde), tapijttegels (productiesite in Zele) en de garen en vezelactiviteiten (productiesite in Gent) verkocht door de Domo Group. In een persbericht benadrukt Balta dat alle activiteiten worden voortgezet en de werkgelegenheid blijft behouden.
De Domo Sport kunstgrasactiviteiten (productiesite Sint-Niklaas) en Xentrys nylon tapijtgaren (productiesite Leuna) maken geen deel uit van deze transactie. Balta mag de merknaam Domo binnen Floorcoverings tot eind 2013 gebruiken.
Deze overname past in de strategie van Balta Group – die deel uitmaakt van de private equity onderneming Doughty Hanson – om een winstgevend en gediversifieerd vloerbedekkingsbedrijf uit te bouwen.
Door de overname verbreedt Balta zijn productaanbod, dat reeds bestaat uit kamerbreed tapijt, karpetten en laminaat, met tapijttegels en naaldvilt. De positie in kamerbreed tapijt wordt verder versterkt.
Voor Domo Group vormt deze transactie een belangrijke stap in de verdere uitbouw van zijn langetermijnstrategie.
Domo Group is een gediversifieerde investeringsmaatschappij, die actief is in drie domeinen: chemie, vastgoed en private equity.
Jules Noten, CEO Balta Group: “Dit is een schitterende uitdaging voor ons. Tot nog toe was Balta niet actief in tapijttegels en in naaldvilt. Dit opent een nieuwe wereld qua producten en afzetkanalen. In kamerbreed tapijt hebben onze residentiële klanten gekozen voor collecties van Balta, ITC en Domo Floorcoverings. We zullen met deze verschillende collecties inspelen op de sterktes en geografische complementariteit van ieder van deze business units, zonder na te laten operationeel de nodige synergieën te plukken.”
Balta Group behoudt de identiteit van de verschillende business units waaronder Balta, Domo Floorcoverings, ITC en Balterio, evenals de merken Berclon, Line A, Captiqs, Modulyss en Balterio. Na de transactie zal de totale omzet van Balta circa 700 miljoen euro bedragen en in totaal zullen circa vierduizend medewerkers in de groep aan de slag zijn, voornamelijk in België, Turkije en in de Verenigde Staten.
Jules Noten: “Balta Group zal de organisatie van de operaties aanpassen om zich zo goed mogelijk te richten naar de beste product-marktcombinaties en het creëren van synergieën. Door deze transactie blijkt er enkel een overlap in kamerbreed tapijt. Na een periode van evaluatie zullen de productgamma’s optimaal verdeeld worden tussen de fabrieken en per segment.”
“Door de verkoop van de vloerbedekkingsactiviteiten aan Balta, kan de strategie van marktgeoriënteerde productgamma’s en merken zoals Modulyss en Captiqs, worden voortgezet”, aldus Gregory De Clerck. “De jongste jaren is de strategie van Domo Group gericht op het uitbouwen van een gediversifieerde bedrijvenportefeuille van onafhankelijke bedrijven met elk hun eigen strategie.”
De afsluiting van de transactie wordt verwacht eind volgende maand na goedkeuring door de mededingingsautoriteiten.
De witte driemaster Minerva, het vlaggenschip van à la Carte Cruises, kreeg voorafgaand aan haar vijfde vaarseizoen een nieuw interieur en na deze renovatie het nieuwste certificaat 98/18 toegekend. Een van de grootste zeegaande gaffelschoeners in Nederland voldoet daardoor als eerste aan zowel de eisen van de Scheepvaart Inspectie als de nieuwe Europese regelgeving die vanaf 1 juli 2010 gelden. Het verwerkte vlamvertragende Medite FR levert een belangrijke bijdrage waar het de brandveiligheid betreft.
Om het schip op te waarderen naar de eisen van deze tijd en klaar te maken voor de Sail-manifestatie zijn de brug, de bemanningsverblijven en de ‘grand salon’ grondig onder handen genomen. Bij de (her)inrichting is het vlamvertragende Medite FR toegepast in de wandafwerking. Het Medite FR is voorzien van een verfafwerking of een HPL met houtnerfstructuur. Medite FR gaat brandvoortplanting tegen en kent een lage rookproductie. Deze MDF special is door de Ierse producent Medite Europe ontwikkeld voor toepassingen waarin de bouwvoorschriften een Euro Klasse B- of C-eisen. Medite FR Euro Class B en C onderscheidt zich van andere Medite MDF-producten door zijn roze kleur identificatie. Het Medite FR plaatmateriaal is geleverd door Houthandel Blok uit Beverwijk.
Medite FR is het Wheelmark-certificaat toegekend voor de dikte range 6-25 mm. Deze panelen zijn getest en voldoen aan eisen die de Internationale Maritieme Organisatie voor bepaalde toepassingen aan boord van vaartuigen heeft gepubliceerd. Met name dit certificaat maakt de toepassing van Medite FR mogelijk in de scheepsbouw. Medite FR heeft ook een 'Certificate of Fire Approval' van Lloyd's Register voor toepassing op jachten overeenkomstig de geldende regelgeving. Al het Medite wordt geleverd met een FSC-certificaat.
Hunter Douglas heeft de eerste helft van dit jaar een nettowinst van 69,1 miljoen dollar (52,5 miljoen euro) geboekt, tegen 5,2 miljoen dollar in dezelfde periode in 2009. De omzet steeg met 3,2 procent in vergelijking met de eerste helft van 2009 naar 1,164 miljard dollar (885,3 miljoen euro).
De stijging is in zijn geheel te danken aan wisselkoerseffecten en overnames. Het verkoopvolume daalde per saldo met 1,2 procent. Het volume steeg overal behalve in Europa en Australië. In Europa, waar 40 procent van de omzet gehaald wordt, daalde het verkoopvolume met 10 procent.
De onderneming handhaaft haar voorzichtige vooruitzichten uit het eerste kwartaal. "De consumentenvraag blijft zwak en de economische vooruitzichten onzeker in Europa en de VS," aldus de toelichting bij de halfjaarcijfers.
Verlichting
De Dokkumer Vlaggen Centrale (DVC) komt als eerste leverancier in Nederland met een duurzaam verlichtingssysteem voor vlaggen: PoleLed. Het systeem, gebaseerd op ledtechnologie, is voor het eerst toegepast tijdens Sail Amsterdam. Volgens DVC is de zichtbaarheid van logo- en reclamevlaggen daarmee maximaal.
Robert-Jan Hageman, directeur van DVC: “Vanuit gesprekken met klanten weten we dat optimale zichtbaarheid van bedrijfs- en reclamevlaggen, onder alle omstandigheden, een sterke wens is.” PoleLed is volgens de firma speciaal ontwikkeld met het oog op energiebesparing en duurzaamheid.”
De PoleLed verlichtingsunit oogt naar eigen zeggen simpel en werkt slim. Een rond armatuur met ledlampjes laat zich met gemak hoog in de mast monteren. Het effect? Vlaggen en banieren worden rondom gelijkmatig verlicht. De lichtbron zit heel dicht bij de vlag waardoor de zichtbaarheid veel beter is dan de gebruikelijke grondspot-verlichting. Hageman: “Dat is het attractieve van PoleLed. Ook in esthetisch opzicht is het een vooruitgang. Maar de besparing van kosten en energie staat bovenaan.”
Het verlichtingssysteem van DVC is volgens de firma toepasbaar op bestaande en nieuwe masten, conisch of cilindrisch, tot een hoogte van 12 meter. De unit is uitgevoerd in aluminium en heeft dezelfde kleur als de mast.
De Grote of Sint Jacobskerk in het centrum van Den Haag wordt voortaan iedere avond in het zonnetje gezet. Afgelopen woensdag (25 augustus) vond de feestelijke oplevering plaats van de nieuwe aanlichting van de kerk. De gotische architectuur komt nu ook 's avonds tot zijn recht, dankzij het aanlichtingsplan van de lichtarchitecten van IPV Delft.
Hoewel de nieuwe aanlichting in vergelijking met voorheen meer lichtpunten kent, is het totale energieverbruik toch aanzienlijk gedaald. Volgens lichtarchitect Rob Kruizinga van IPV Delft komt dit doordat het lichtbeeld nu genuanceerder is. "Er is veel minder strooilicht en lichtvervuiling, en het lichtniveau is laag", aldus de ontwerper. Het licht komt nu alleen waar het nodig is.
De gotische kenmerken van de kerk zijn met gerichte ledverlichting geaccentueerd. Niet alleen de kenmerkende externe elementen als steunberen en raamlijsten, maar ook de gotische bogen in het interieur worden uitgelicht. Op deze manier ontstaat een evenwichtig beeld en blijft de transparantie en gelaagdheid van de Grote of Sint Jacobskerk ook 's nachts duidelijk zichtbaar.
De nieuwe aanlichting van de kerk is onderdeel van een groter plan voor een lichtlint door het centrum van Den Haag. Dit lint zal uiteindelijk lopen vanaf het Plein, via het Binnenhof, het Buitenhof en de Dagelijkse Groenmarkt naar het eindpunt, de Grote Kerk.
Gisteren (19 augustus) is in het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad een nieuwe publiekspresentatie geopend: 'Licht aan boord'. In dit historisch overzicht van scheepsverlichting is een selectie uit de circa 33.000 voorwerpen van het depot opgesteld.
De getoonde voorwerpen zijn afkomstig uit 72 scheepswrakken en dateren van omstreeks 180 na Chr. tot het begin van de 20e eeuw. De presentatie is te zien tot 14 februari 2011.
In totaal werden 435 scheepsinventarissen doorzocht op verlichtingselementen en aansteekmiddelen. Meer dan 350 objecten werpen licht op de vraag hoe men zich in vroeger eeuwen aan boord van schepen bijlichtte. Ze geven een indruk van de veranderingen in het gebruik van verlichting aan boord. Ook laten ze de technische ontwikkeling ervan zien.
De getoonde voorwerpen zijn onder te verdelen in vijf gebruikscategorieën: toelating van daglicht, binnenverlichting door kunstlicht, secundaire binnenverlichting, buitenverlichting en aansteekmiddelen.
Bij de presentatie werd ook de catalogus 'Licht aan boord. Verlichtingsobjecten uit het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot in Lelystad' gepresenteerd.
De presentatie is te zien van 19 augustus 2010 tot 14 februari 2011, bij de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Oostvaardersdijk 01-04, op werkdagen vrij toegankelijk, in de weekenden bereikbaar via de Bataviawerf.
Lichtontwerpster Nathalie Dewez neemt, in het kader van 101% Designed in Brussels, deel aan de beurs 100% Design London, die plaatsvindt van 23 tot 26 september 2010. Dewez specialiseerde zich na haar studie Visuele Kunsten te Brussel in het ontwerpen van verlichting.
Haar werk wordt gekenmerkt door een strikte beperking van de middelen: vertrekkende van een minimum aan materiële componenten die gemakkelijk te verwerken zijn, ontwerpt ze lampen die een onmiskenbaar charisma uitstralen. Daarbij houdt ze oog voor de functie en de kwaliteit van de verlichting, evenals voor de aanschouwelijke aanwezigheid van het object als het gedoofd is. In haar ogen moet een lamp vanzelfsprekendheid bereiken, zowel qua functie als qua vorm, productie en culturele gebruikscontext.
Dankzij haar aanwezigheid op tal van salons en exposities is Nathalie Dewez erin geslaagd om samenwerkingsverbanden op te zetten met architectenbureaus en verlichtingsproducenten zoals Ligne Roset (F) en Habitat (GB). Op de meubelbeurs van Milaan stelde ze onder andere haar elegante Linea-lamp voor en La Plic (Zona Tortona). Daarnaast was er ook werk van haar te zien op de eigenlijke beurs Salone Satellite bij Vitra, waar ze de Disk lamp voorstelde. Bij Ligne Roset toonde ze de wandlampenserie Sakhaline, een ontwerp waarmee ze het kille imago van tl-verlichting wil verbeteren.
Arpalight Projektverlichting BV, gevestigd te Bavel, heeft QC Factory BV uit Venlo overgenomen. Door de overname van QC Factory door Arpalight is het aantal lichtadviseurs bij Arpalight sterk uitgebreid.
Verdeeld over drie regio’s worden de volgende mensen actief. Noord: Bauke Boersma, Martin Reitsema, Edwin Croes en Eric Kuhn, West: Frans van Hooijdonk en Norbert Staneke, Midden/ Zuid: Maichel Kusters, Nadja Smits, Tonko van Dijk en Leon Trieu.
Tevens worden de maatwerkmogelijkheden versterkt. Onder de nieuwe naam QC Light Factory BV zal dit bedrijf zich concentreren op het ontwikkelen, engineering en produceren van maatwerk lichtproducten.
Vezelversterkt kunststof composiet vormdelen van Poly Products uit Werkendam zorgen voor een 'perfecte overgang' tussen spits en poten van de Lichtnaald. Dit vijftig meter hoge, lichtgevend kunstwerk van Florentijn Vleugels Architecten fungeert als blikvanger voor de lichtstad Eindhoven.
Lichtstad Eindhoven is een blikvanger rijker. De vijftig meter hoge ‘lichtnaald,’ naar ontwerp van Florentijn Vleugels Architecten, is de eerste in een reeks van zes blikvangers die op belangrijke kruispunten van de ringweg rond Eindhoven geplaatst zullen worden. De 'naald' is voorzien van 300 in alle kleuren aanstuurbare LED verlichting -modules.
"Zo’n blikvanger verdient een uitstraling op niveau", aldus Poly Products uit Werkendam. "De spitse metershoge naald loopt in het ontwerp naadloos over in een vierpoot die over het onderliggende wegennetwerk is geplaatst. De overgang van de naald naar de vier poten is een ingewikkelde 3D constructie die in staal niet uit te voeren was. Onze technici zorgden voor een uitstekend alternatief in vezelversterkt kunststof composiet."
Het bedrijf vervaardigde composietkappen die de structuur en vorm van de naald naadloos overbrengt naar de poten. De productiemallen op basis van een 3D-model, het produceren en de montage op locatie is geheel door Poly Products uitgevoerd.
"Kunststof composiet blijkt ook in dit geval een perfecte oplossing", aldus de woordvoerder. "Het is weerbestendig, onderhoudsarm en licht van gewicht. Dankzij de grote vormvrijheid van de productietechniek, vormde de ingewikkelde detaillering van de kapdelen geen belemmering. De lichtnaald in Eindhoven krijgt hiermee een perfecte high-tech uitstraling die de Nederlandse lichtstad niet misstaat."
Poly Products is sinds 1969 producent van hoogwaardige vormdelen, constructies en bekledingen van vezelversterkte kunststof composieten.
Arpalight Projektverlichting uit Bavel heeft QC Factory uit Venlo overgenomen. Dat meldt het bedrijf in een persbericht.
"Arpalight, als projectverlichter met meer dan 30 jaar ervaring in de hoogwaardige verlichtingsmarkt, heeft zich als betrouwbare partner de laatste jaren sterk ontwikkeld", stelt het bedrijf. "De activiteiten van de QC Factory sluiten hierbij nauw aan en door de bundeling van de activiteiten ontstaat een krachtige onderneming."
"QC Factory en Arpalight BV zijn beide toonaangevende ondernemingen in hoogwaardige projectverlichting gericht op het realiseren van lichtplannen en maatwerkproducten in samenwerking met architecten, installateurs en opdrachtgevers." Met deze overname bouwt Arpalight naar eigen zeggen zijn positie in het hoogwaardige lichtsegment verder uit.
Ontwerp / Architectuur
Architectenbureau Kossmann.dejong heeft voor de Grote of Sint-Laurenskerk in Rotterdam de museale tentoonstelling ‘Laurenskerk, een monument vol verhalen’ ontworpen en ingericht. De tentoonstelling wordt vrijdag 10 september om 14.30 uur geopend door prins Willem-Alexander.
Het ontwerp voor de tentoonstelling in de Laurenskerk is gebaseerd op verhalen die in het gebouw besloten liggen. “Er wordt geput uit een geschiedenis van ruim vijf eeuwen, van het begin van de stad en door verschillende eeuwen kijkend naar de toekomst”, aldus het architectenbureau. “Het is geen tentoonstelling in de traditionele zin van het woord omdat er geen collectie is om ten toon te stellen. Er zijn verhalen en aanleidingen die verbeeld en getoond worden. Het is een eigentijdse multimediale presentatie geworden die recht doet aan het gebouw en die verheldering en verdieping biedt aan de Rotterdamse gemeenschap en aan de stadstoerist.”
In de kapellen van de kerk zijn thema´s verbeeld, die allemaal met de Laurenskerk en Rotterdam te maken hebben. Zo heeft elke kapel zijn eigen thema gekregen en zijn vorm en inhoud altijd specifiek voor het onderwerp. Elke kapel is telkens weer anders. Een tentoonstelling die de muren laat spreken over heden en verleden, over leven en dood, over het bombardement en de wederopbouw en over de stilte van de stad.
“Met de inrichting is een nieuwe laag aan de sobere wederopbouwarchitectuur van de kerk toegevoegd. Het is geen tentoonstelling in de ruimte geworden maar de ruimte werd de tentoonstelling ”zegt Herman Kossmann, een van de twee partners van Kossmann.dejong.
Onlangs ging in Venetië de architectuurbiënnale van start. Van 29 augustus tot en met 21 november zijn in de Noord-Italiaanse stad tal van architectuur-exposities te zien. De Nederlandse inzending - ontworpen door Rietveld Landscape - is leeg. Of...?
De Nederlandse installatie bestaat uit een lege zaal. Maar achterin de ruimte is een trap waarmee een extra verdieping ontsloten wordt. En deze verdieping is bepaald niet leeg; op dit deel van de expositie is een onafzienbaar blauw schuimlandschap van Nederlandse gebouwen geplaatst. Het zijn alle gebouwen die momenteel leegstaan. Met de bijzondere installatie wil Rietveld Design de noodzaak van hergebruik aankaarten.
"De installatie 'Vacant NL, where architecture meets ideas' roept de Nederlandse overheid op om het enorme potentieel aan inspirerende, leegstaande gebouwen uit de 17e,18e,19e ,20e en 21e eeuw te benutten voor creatief ondernemerschap en innovatie", aldus Rietveld Landscape in een toelichting op het bijzondere ontwerp.
"De Nederlandse overheid wil uiterlijk in 2020 bij de top vijf van kenniseconomieën in de wereld behoren. De creatieve industrie is één van de vijf sleutelgebieden in deze Kennis en Innovatie Agenda. De transitie naar zo’n creatieve kenniseconomie vereist niet alleen excellent onderzoek en onderwijs, maar ook specifieke ruimtelijke condities. Onze visie neemt de nationale politieke ambitie serieus en zet leegstand in voor het bevorderen van innovatie binnen de creatieve kenniseconomie."
De complexe vraagstukken waarvoor onze samenleving momenteel staat vragen volgens Rietveld Landscape om innovatie. "Het gaat ons om een cultuur van ontwerp waarin samenwerking tussen wetenschappers en creatieve pioniers centraal staat. Een nationale strategie van tijdelijk hergebruik van (overheids- en publieke) gebouwen verlaagt de drempel voor creatief ondernemerschap en maakt inspirerende ruimtes beschikbaar voor pas afgestudeerden, vaklieden en andere initiatiefnemers. Vacant NL maakt zo nieuwe verbindingen tussen vakgebieden mogelijk en bevordert experiment."
Als curator heeft Rietveld Landscape voor het ontwerp van de installatie een team samengesteld dat bestaat uit mensen met interesse in de innovatieve potentie van leegstand en internationale ervaring in de creatieve industrie: Jurgen Bey (ontwerper), Joost Grootens (grafisch ontwerper), Ronald Rietveld (landschapsarchitect), Erik Rietveld (filosoof/econoom), Saskia van Stein (projectleider NAi), Barbara Visser (beeldend kunstenaar). Voor de tentoonstellingsbouw zijn Landstra & De Vries en Claus Wiersma(ontwerper) verantwoordelijk.

DesignersHaag. Dat is de naam van de informele netwerkbijeenkomst die donderdag 2 september van 16.00 tot. 20.00 uur in Den Haag gehouden wordt. Vertegenwoordigers uit de designwereld leggen daar contacten en wisselen ervaringen uit. De locatie voor deze bijeenkomst is de 0900-design store aan de Binckhorstlaan 36.
Voor DesignersHaag zijn allerlei spelers uit de designbranche uitgenodigd. Zoals ontwerpers, fabrikanten, vertegenwoordigers van de regionale opleidingsinstituten voor industrieel (product)ontwerpen, labels, agenten, designexpert, branchegerelateerde organisaties, leden van de vakpers, interieurarchitecten en stylisten.
Amsterdam en Utrecht slaan de handen ineen. En dan hebben we het niet over een regionale herindeling of het bestuurlijke optuigen van de Randstad, nee, dan hebben we het over design. Onder de paraplu 'Dutch Design Double' zijn beide steden gedurende de gehele maand september en de eerste week van oktober gastheer van internationaal georiënteerde designevenementen.
Amsterdam en Utrecht bundelen hun krachten en tonen een exclusieve selectie van design, mode en nieuwe media projecten. De events omvatten onder meer 'Creative Hotspots', Urban en Social Design, Utrecht Graduates, New Media Design en Usual Suspects (op Woonbeurs).
Het volledige programma van Dutch Design Double is binnenkort beschikbaar op www.dutchdesigndouble.com
‘Een renovatie, een herinrichting, een verbouwing. Wie heeft de tekeningen van de bestaande situatie? Een afspraak maken met het bouwarchief. Kopiëren op maximaal A3-formaat. Meenemen. Overtekenen. Inmeten. Weken verder… Dat moet toch beter kunnen?
Zo begint een persbericht van de Stichting project digitale bouwtekeningen. Vanuit de gedachte dat ‘je het zo gek niet kunt bedenken of het is wel op internet te vinden’ ging de stichting aan de slag. Volgens het persbericht hebben de gemeentes Nijmegen en Coevorden de bouwkundige tekeningen uit hun archief al volledig digitaal en meerdere gemeentes volgen. De makers van deze tekeningen, de architecten, zijn echter niet gevraagd om toestemming, aldus de stichting.
De doelstelling van de stichting is om architecten auteursrechtelijk te beschermen en hun ‘royalty’s’ veilig te stellen. Een webbouwer is bereid gevonden om alle relevante bouwkundige tekeningen van architecten, onder te brengen in een grote database. Architecten geven zelf toestemming aan belangstellenden voor (her)gebruik van hun werk en worden direct betaald. Volgens het persbericht zijn via het portaal straks alle tekeningen te achterhalen van gebouwen uit het ‘digitale tijdperk’.
Dit jaar komt er weer circa 80.000 vierkante meter aan kantooroppervlak bij. Hier moet een forse rem op komen, want juist in de renovatie van kantoren ligt nog veel werk te wachten. Dit stelt IVBN-directeur Frank van Blokland. De IVBN, de vereniging van institutionele beleggers in vastgoed, wil dat overheden en marktpartijen de handen ineenslaan om een eind maken aan de almaar voortgaande uitbreiding van het kantooroppervlak.
Van Blokland hoopt dat de bouwbranche inspeelt op de renovatie-opgave met het aanreiken van praktische oplossingen. "Wij hebben", zegt hij namens zijn achterban, "de financiële kracht om oudere kantoren grondig aan te pakken. Maar dan moeten de huurders niet worden verleid tot verhuizing naar een nieuw kantoor. Niemand wil renoveren voor leegstand." Financieel en economisch is concentratie op de bestaande voorraad per saldo stukken beter, is zijn overtuiging. Hij kijkt naar alle kosten die op verschillende plaatsen ontstaan, ook de maatschappelijke. Maar zonder harde, dwingende maatregelen ziet hij de kantorenmarkt alleen maar verder ontsporen. Nog meer leegstand, verpaupering en verdamping van kapitaal zijn dan het gevolg.
"De huidige duurzaamheidstrend", meent Van Blokland, "wordt misbruikt om nieuwe kantoren te blijven maken." Bestaande kantoren renoveren zodat ze energiezuinig worden, ziet hij als een duurzamere oplossing. Nieuwe kantoren ziet hij aangeprezen als superenergiezuinig, maar daarop blijkt veel af te dingen. "Vaak is de locatie minder goed bereikbaar voor de gebruikers en bovendien blijft hun oude kantoor bestaan. Alleen leeg, want slopen gebeurt nauwelijks." De desastreuze trend is volgens hem te keren als een groot aantal partijen - huurders, ontwikkelaars, eigenaren, Rijk, gemeenten en provincies - samen verantwoordelijkheid neemt. Huurders moeten een kantoorgebouw na renovatie voor een langere periode willen gebruiken. Het Rijk moet regels stellen om overbodige nieuwbouw tegen te gaan. Gemeenten moeten begrote grondopbrengsten vergeten. En om ze daarbij te helpen, moeten de provincies de regie over alle plannen voor kantorenlocaties op zich nemen. "Wij zeggen niet: er mag geen vierkante meter meer bij komen. Maar nieuwbouw moet voorlopig alleen nog plaatsvinden op de echte toplocaties zoals de Zuidas en de omgeving van het Centraal Station in Arnhem." Samen met alle betrokken partijen hoopt hij te kunnen komen tot maatregelen om effectief de nieuwbouw te verminderen en de sloop van toekomstloze kantoren van de grond te krijgen. "De markt", onderstreept hij, "is definitief veranderd. De vraag naar kantoorruimte neemt af en dat is een autonome ontwikkeling die doorgaat, los van de huidige recessie." (bron: Cobouw)
Niemand blijft gevrijwaard van de gevolgen van de financiële crisis, ook Rem Koolhaas niet. Afgelopen weekend werd duidelijk dat zijn prestigieuze M-gebouw bij het Centraal Station in Den Haag er niet komt. Volgens de gemeente De Haag zijn er teveel onzekerheden rond het project.
Het M-gebouw was een project van 300 miljoen euro. In het gebouw van 93 meter hoogte zouden onder meer kantoren komen. Maar de kantorenmarkt is nu zo slecht, dat het bouwen van een prestigieuze kantoor (en woon)toren momenteel niet opportuun is.
Recent merkte Frank van Blokland, directeur van de vereniging van institutionele beleggers in vastgoed (IVBN), op dat overheden en marktpartijen de handen ineen moeten slaan om een eind maken aan de almaar voortgaande uitbreiding van het kantooroppervlak. Dit jaar komt er weer circa 80.000 vierkante meter aan kantooroppervlak bij. Hier moet een forse rem op komen, want juist in de renovatie van kantoren ligt nog veel werk te wachten, aldus Van Blokland.
Van Blokland hoopt dat de bouwbranche inspeelt op de renovatieopgave met het aanreiken van praktische oplossingen. "Wij hebben de financiële kracht om oudere kantoren grondig aan te pakken. Maar dan moeten de huurders niet worden verleid tot verhuizing naar een nieuw kantoor. Niemand wil renoveren voor leegstand."
Het design-evenement 100% Design in Londen krijgt dit jaar een Belgisch tintje. Brussels Export en Designed in Brussels zullen gezamenlijk aanwezig zijn met een selectie Belgische topontwerpers.
"Brussels Export en Designed in Brussels trekken voor de laatste keer dit jaar met de selectie 2010 naar een buitenlands evenement", melden beide organisaties in een persbericht.
Eerder dit jaar stonden de Stockholm Furniture Fair in Stockholm en de Salone Internazionale del Mobile in Milaan op het programma. Voor de laatste stop steken ze het kanaal over en trekken ze naar de internationaal gerenommeerde woon- en design beurs 100% Design Londen.
De volgende ontwerpers zullen op de gezamenlijke stand gepresenteerd worden: Nathalie Dewez (ontwerper van verlichtingsinstallaties), Jean-François D'Or (Loudordesign studio; industrieel designer), Chevalier Masson (textieldesigners), Hugo Meert (keramiekdesigner) en Lhoas & Lhoas (architecten-designers).
100% Design maakt deel uit van het London Design Festival, een evenement dat jaarlijks meer dan 300.000 bezoekers naar de Engelse hoofdstad trekt. Het 100% Design gebeuren vindt plaats in het beurscomplex Earls Court in Londen en concentreert zich op alles wat het hedendaagse interieur aangaat. Het evenement wordt beschouwd als het leidinggevende design en architectuur evenement van Groot-Brittannië.
Creatieven aller landen opgelet: op 14 september vindt voor de derde keer de Creative Company Conference (CCC) plaats, dit jaar in Haarlem. De CCC brengt zo’n 400 professionals uit de creatieve industrie, van digital media, reclame, design en communicatie samen met professionals uit de zakenwereld en non-profits die meer willen met innovatie en creativiteit in hun organisatie.
“De CCC heeft opnieuw internationale en Nederlandse topsprekers en workshopleiders kunnen aantrekken die garant staan voor een zinderend programma”, stelt de organisatie. Sprekers zijn onder meer Scott Belsky (auteur van Making Ideas Happen), Paul Graham (directeur van reclamebureau Anomaly London), Arne van Oosterom (oprichter van Design Thinkers) en Roland van der Vorst (directeur van reclamebureau They).
Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn onder meer ‘Design Thinking’, ‘Service Design’, ‘Reinventing the Creative Agency’ en ‘Transmedia Storytelling’.
CCC vindt plaats op 14 september in de Philharmonie in Haarlem. De entreekosten bedragen 395 euro. Meer info is te vinden op www.creativecompanyconference.com
Sommigen dachten dat het er nooit van ging komen, toch wordt een deel van het Amsterdamse Stedelijk Museum volgende week heropend.
Ruim vierduizend mensen zijn de gelukkige genodigden, zo meldde dagblad de Volkskrant onlangs. Van donderdag 26 augustus 10.00 uur tot vrijdagavond 22.00 uur is het gezelschap welkom om een gedeelte van het museum te gaan bekijken. Eén detail: op last van de brandweer mogen er maximaal 457 mensen tegelijk in het gebouw zijn.
De brandweer heeft naar eigen zeggen een ‘crowd control analyse’ gemaakt van het gedeelte dat tijdelijk wordt opengesteld, zo schrijft de krant. Dit deel heeft maar één plek waar bezoekers het museum in- en uit kunnen. De andere uitgangen zijn vanwege de aanbouw gesloten.
Wie de genodigden zijn? Er is een preview voor pers, vrienden van het museum, zakelijke relaties, kunstenaars en culturele relaties.
Vanaf 28 augustus, als het museum ook voor publiek open is, verwacht men zo’n tweeduizend bezoekers per dag. De openstelling, tot en met 9 januari, beslaat slechts een klein deel van het gebouw omdat de nieuwbouw nog niet af is.
Welke expositie er te zien is? Directeur Ann Goldstein brengt van 28 augustustot en met 9 januari The Temporary Stedelijk. Het programma is volgens het museum geïnspireerd door het nog onvoltooide gebouw.
Tijdens The Temporary Stedelijk zijn de museumzalen, gerenoveerd door Benthem Crouwel Architekten, het decor voor verschillende tentoonstellingen van hedendaagse kunst. De twee voornaamste tentoonstellingen zijn: Taking Place (speciaal geselecteerde werken van hedendaagse kunstenaars worden gespresenteerd in diverse ruimten in het gebouw) en Monumentalisme (over de geschiedenis en nationale identiteit in hedendaagse kunst).
Het museum is sinds 1 januari 2004 gesloten geweest. De verwachting is dat het museum eind 2011 volledig open zal gaan.
Overig nieuws
De komende Home&Interior beurs van 12 t/m 15 september in Nieuwegein, wordt volgens de organisatie een bijzondere editie. Ondanks een nog steeds moeilijke markt zijn namelijk nieuwe initiatieven zichtbaar. In Nieuwegein zal dat ondermeer duidelijk worden door de opening van een nieuw verlichtingscollectief, de vestiging van de Homebase van Crisp en de start van het Stalenlab. In totaal worden circa 45 nieuwkomers op de Home & Interior beurs verwacht.
In het verlichtingscollectief zijn dat: Koninklijke Philips Electronics, Masterlight B.V., Toplicht verlichting B.V., Hala Nederlandse Lampenfabriek, Light Trend, Herstal, Pulz, Belid en G. Van de Heg B.V, Expo Trading Holland B.V., Freelight B.V., Highlight B.V., Kinglight en Willemse verlichting B.V., Ztahl, Luux, Letex, Kloosterman Verlichting en Osram. Op 12 september aanstaande opent het collectief haar deuren. Om iedereen de gelegenheid te geven een bezoek te brengen aan dit nieuwe en grootste collectief van Nederland is er naast de opening van 12 t/m 15 september tevens een extra openstelling van het collectief op 19 & 20 september 2010.
In het Stalenlab zijn dat: : Luxaflex, Desso, Ado, Eijffinger, Perletta, Kobe, Pure & Original en Aristide.
Elders in het centrum vindt u Jaski 2 you, Kingsbridge, Gefra, Knudsen, Eronda, Mc Veer, Dudoq, Select Comfort, De Koninck, RB Collection, Kebe, XL Company, Royal International/ B-lissa, Stylerz, Taupe Shutters, Zitlabel, Artanova, ALF + Dafre, Calia Italia, Cattelan, Elite, PF Collections, Rob Viool Home, Applbee Outdoor Furniture, Euretco, Wissenbach, Zitlabel, Dynamic Design, Kleijnenburg Kussens & Meer en Kitchen Trends.
Verder krijgen Intres en Euretco binnen het Home Trade Center een gezamenlijke nieuwe presentatieruimte. In deze sfeervolle omgeving worden ondernemers geïnformeerd over alles wat de organisaties te bieden hebben, in woord én beeld tijdens persoonlijke gesprekken.
Resysta & Resysta by Apple Bee presenteren een noviteit tijdens de beurs; Resysta. Resysta is 4 jaar geleden ontdekt in Taiwan en wordt al het hout van de toekomst genoemd. Het werd tot dan toe gebruikt als technische oplossing in de bouw in constructies die eigenlijk permanent in of onder water staan. Het is in 2005 door een Europese firma opgepikt en door ontwikkeld tot wat het nu is. Apple Bee heeft nu een exclusiviteitsdeal met Resysta gesloten, om het materiaal te verwerken in haar tuinmeubelen. De houten binnenmeubelen kunnen nu ook buiten toegepast worden, zonder aanpassingen te doen om ze buitengeschikt te maken.
Voor vakbezoek is toegang gratis op vertoon van de toegangspas van het Home Trade Center. Voor overig vakbezoek bestaat de mogelijkheid om een entreebewijs te kopen. De openingstijden van de Home&Interior vakbeurs 2010 zijn op zondag 12 september van 10.00 tot 17.00 uur, op maandag 13 september van 10.00 tot 19.00 uur en op dinsdag 14 en woensdag 15 september van 10.00 tot 18.00 uur. Zondag 12 september is tevens consumenteninformatiedag. Op 19 september is het verlichtingscollectief geopend van 10.00 tot 17.00 uur. Op maandag 20 september is het volledige centrum geopend van 10.00 tot 17.00 uur.
www@tcnpp.com
De acht weken bevallingsverlof waarop moeders recht hebben na de geboorte van hun kind, houdt de traditionele rolverdeling tussen vaders en moeders in stand. Dat concludeert psychologe Steffi Wiesmann van de Universiteit Utrecht in een rapport, waarop zij vrijdag promoveert.
Tijdens hun verlof bouwen moeders routine en vaardigheden op in de omgang met de nieuwe baby en die achterstand lopen vaders niet meer in. Gevolg: moeders blijven ‘als vanzelfsprekend’ meer voor de kinderen zorgen.
Volgens Wiesmann geldt in de meeste jonge gezinnen nog steeds een min of meer traditionele rolverdeling ondanks emancipatie en feminisme. De psychologe pleit voor een bevallingsverlof voor vaders, maar zolang dat niet is geregeld, vindt ze dat jonge vaders in elk geval enkele weken vakantie moeten nemen na de geboorte van hun kind.
Wiesmann stelt vast dat jonge ouders na de geboorte van hun eerste kind snel terugvallen in een klassiek rollenpatroon, waarbij vader zorgt voor het inkomen en moeder voor de kinderen. Ze voelen zich ook het meest verantwoordelijk voor die rol, al zouden ze de taken wel gelijk willen verdelen.
De Nederlandse oplossing van een deeltijdzorgverlof voor vaders werkt niet, aldus Wiesmann, omdat de jonge vaders hun achterstand op de moeder niet kunnen inhalen door een of twee dagen per week voor de baby te zorgen.
De psychologe adviseert jonge ouders om aan de keukentafel serieus te onderhandelen over de verdeling van de taken. Weliswaar bederft zo’n gesprek ‘de mythe van de romantische relatie’, zoals Wiesmann het uitdrukt, maar goede afspraken zijn nodig om tot een gelijke verdeling te komen. De gemaakte afspraken moeten regelmatig tegen het licht worden gehouden, zegt de promovenda.
Nederlandse werknemers staken veel minder dan hun collega’s in de meeste andere EU-landen. Dat blijkt uit cijfers van een agentschap van de EU over de periode 2005-2009. Volgens dit overzicht gingen toen in Nederland jaarlijks gemiddeld 5,7 werkdagen per duizend werknemers verloren door stakingen.
Nederland eindigde in de staart van de ranglijst. Alleen in Luxemburg, Slowakije, Letland, Estland en Oostenrijk werd nog minder gestaakt.
Het vaakst vonden er stakingen plaats in Denemarken. Daar gingen jaarlijks gemiddeld 159,4 werkdagen per duizend werknemers verloren. Frankrijk eindigde met 132 verloren werkdagen als tweede en België met 78,8 dagen als derde.
De koppositie van Denemarken is vooral het gevolg van omvangrijke stakingen in de publieke sector in 2006 en 2008.
‘Duurzaam inkopen loont’ is het motto van het landelijke congres dat op maandag 27 september in Zeist (hotel Figi) gehouden wordt. Het congres is bedoeld voor inkopers die wat langer ervaring hebben met duurzaam inkopen, maar ook voor inkopers die nog niet bekend zijn met deze materie.
De rijksoverheid koopt in 2010 voor 100 procent duurzaam in. Gemeenten streven naar 75 procent in 2010 en 100 procent in 2015. Provincies en waterschappen hebben 100 procent in 2015 als doel gesteld. Om deze percentages te halen is niet alleen inzet maar ook kennis nodig. Want hoe je dat als inkoper nu precies? Waar moet je opletten? Wat is er al allemaal mogelijk? Vanwege deze vragen is speciaal voor inkopers en beleidsmedewerkers van de overheid het congres ‘Duurzaam Inkopen Loont’ georganiseerd.
Bij de ene overheidsorganisatie is duurzaam inkopen al helemaal de dagelijkse praktijk. Maar bij de andere staat het nog in de kinderschoenen. Met deze onderlinge verschillen is rekening gehouden: er zijn deelsessies georganiseerd voor beginners, gevorderden en koplopers. Het congres is een initiatief van het ministerie van VROM, VNG, IPO, Unie van Waterschappen, Agentschap NL en PIANOo expertisecentrum aanbesteden.
De overheid verricht meerdere inspanningen om de economie op gang te houden. Gedurende de eerste helft van dit jaar hebben aanzienlijk meer mkb-bedrijven gebruik gemaakt van de garantieregeling voor kredieten, de BMKB (Besluit Borgstelling MKB Kredieten). Eén van de redenen van toename is dat de overheid de criteria heeft verruimd, zodat nu meer bedrijven in aanmerking komen voor een krediet. In totaal hebben de eerste helft van dit jaar 1657 bedrijven voor 328 miljoen euro aan borgstelling gekregen.
De regeling geeft (kleine) bedrijven een steun in de rug bij het verkrijgen van krediet bij de bank. Dit blijkt uit de kwartaalrapportage, die minister Van der Hoeven van Economische Zaken aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. NL Innovatie, onderdeel van Agentschap NL, voert de regeling uit voor het ministerie van Economische Zaken.
In de kwartaalrapportage staat de minister stil bij de borgstellingen die haar ministerie verstrekt op bedrijfskredieten. Niet alleen de BMKB, maar ook de overige financieringsinstrumenten van Economische Zaken laten over het algemeen een stijgend gebruik zien over het eerste half jaar.
In totaal hebben de eerste helft van dit jaar 1657 bedrijven voor 328 miljoen euro aan borgstelling gekregen. Dit is goed voor circa 700 miljoen euro aan krediet. In dezelfde periode vorig jaar bedroegen de cijfers respectievelijk 1034 bedrijven en 232 miljoen euro. Dit eerste halfjaar laat daarmee een stijging zien van ruim 40 procent aan borgstelling en 60 procent aan bedrijven.
Van der Hoeven heeft sinds het uitbreken van de economische crisis alle instrumenten van EZ om de kredietverlening aan bedrijven op gang te houden uitgebreid. Ook zijn de criteria verruimd zodat meer bedrijven in aanmerking kunnen komen. De ruimte van banken voor kredietverlening stond vanwege de kredietcrisis onder druk. Daarnaast zien banken zich geconfronteerd met oplopende eisen met betrekking tot hun kapitaalratio's. Volgens Van der Hoeven raken ondernemers en banken steeds beter bekend met de regelingen van EZ waardoor het gebruik is toegenomen. "Op deze manier kunnen toch kredieten tot stand komen die anders niet waren verstrekt. Zo kunnen veel ondernemers ondanks de moeilijke financieringsomstandigheden toch blijven ondernemen”, aldus Van der Hoeven.
Meer informatie over financieringsmogelijkheden:: www.nlinnovatie.nl
Het 400-jaar oude keramische bedrijf ‘Royal Goedewaagen’ is overgegaan in nieuwe handen. De heer Michiel Hendrikse heeft het bedrijf van de vorige aandeelhouders overgenomen middels een Management Buy In-transactie.
Royal Goedewaagen is één van de oudste ondernemingen van Nederland. Ontstaan uit een Goudse aardewerkfabrikant gespecialiseerd in aardewerk pijpen is het bedrijf in de loop der eeuwen uitgegroeid tot wereldspeler in delfts blauw aardewerk. Het bedrijf maakt (gelimiteerde-) oplagen serviesgoed, vazen, kandelaren en kunstobjecten.
De afgelopen jaren heeft Royal Goedewaagen een design collectie gelanceerd in samenwerking met bekende Nederlandse ontwerpers. Het bedrijf beschikt over een eigen museum waar de gehele geschiedenis van 400 jaar Nederlands Keramiek te bewonderen is.
Hendrikse wil Royal Goedewaagen verder op- en uitbouwen waarbij de designcollectie met name internationaal verdere ontwikkeld zal worden. Hij maakt zich tevens sterk voor het behoud van het keramische ambacht in Nederland. Hendrikse; ‘Royal Goedewaagen’ is het enige keramische bedrijf in Nederland die nog alle ambachten volledig in huis heeft, van mallenmakers tot ambachtelijke schilders en verfmengers’. ‘Dat stuk vaderlandse geschiedenis koesteren wij en vormt een onlosmakelijk deel van onze groei ambities’.
In de eerste zes maanden van dit jaar zijn 6,7 procent minder faillissementen uitgesproken dan in dezelfde periode van 2009. Het aantal failliet verklaarde particulieren en eenmanszaken lag 5 procent lager dan een jaar eerder. Bij bedrijven en instellingen bedroeg de daling 7,5 procent.
Het totale aantal faillissementen onder particulieren en eenmanszaken bedroeg 1.800, terwijl over ruim 3.200 bedrijven en instellingen het faillissement uitgesproken. Dit heeft het CBS vandaag bekendgemaakt.
De meeste bedrijfstakken vertonen een daling. Zo daalde het aantal faillissementen in de handel en reparatie en de zakelijke dienstverlening met respectievelijk meer dan 23 en bijna 16 procent. Bij drie bedrijfstakken is echter een stijging te zien, waarvan de grootste in de bouwnijverheid. Hier lag het aantal faillissementen 47 procent hoger dan in het eerste halfjaar van 2009. In de landbouw is het aantal faillissementen met bijna 44 procent gestegen. Bij de overige dienstverlening was er een lichte stijging van ruim 2 procent.
‘Duurzaam inkopen loont’ is het motto van het landelijke congres dat op maandag 27 september in Zeist gehouden wordt. Het congres in bedoeld voor inkopers die al wat langer ervaring hebben met duurzaam inkopen, maar ook voor inkopers die nog niet bekend zijn met deze materie.
De rijksoverheid koopt in 2010 voor 100 procent duurzaam in. Gemeenten streven naar 75 procent in 2010 en 100 procent in 2015. Provincies en waterschappen hebben 100 procent in 2015 als doel gesteld. Om deze percentages te halen is niet alleen inzet maar ook kennis nodig. Want hoe je dat als inkoper nu precies? Waar moet je opletten? Wat is er al allemaal mogelijk? Vanwege deze vragen is speciaal voor inkopers en beleidsmedewerkers van de overheid het congres ‘Duurzaam Inkopen Loont’ georganiseerd.
Bij de ene overheidsorganisatie is duurzaam inkopen al helemaal de dagelijkse praktijk. Maar bij de andere staat het nog in de kinderschoenen. Met deze onderlinge verschillen is rekening gehouden: er zijn deelsessies georganiseerd voor beginners, gevorderden en koplopers. Het congres is een initiatief van het ministerie van VROM, VNG, IPO, Unie van Waterschappen en Agentschap NL.
De organisatie van het congres is in handen van het Congres- en Studiecentrum van de VNG. Deelname is gratis. Inschrijven voor het congres kan via de website www.congresenstudiecentrum.nl
Het ‘VIBA-café’ gaat één keer per jaar op bezoek op een locatie. Op 2 september strijkt het café neer aan de Priva Campus, Zijlweg 3, in De Lier (Zuid-Holland).
De Priva Campus is het hoofdkantoor van het familiebedrijf Priva, dat in 1959 startte met de import van heteluchtketels voor de tuinbouw, toentertijd vernieuwend. Innovatie is sindsdien een van de drijfveren van het bedrijf en heeft zich uitgebreid van tuinbouw naar utiliteitsbouw. Met de opening van de Priva Campus in De Lier in 2007 krijgt het innovatiestreven van het bedrijf vorm. Het gebouw is het vlaggenschip, waarmee zij hun kennis op het gebied van klimaatbeheersing en regeltechniek tonen. Het heeft een behaaglijk gezond en productief binnenklimaat zonder gebruik van gas als energiebron en is daardoor CO2 -neutraal. Tijdens een rondleiding wordt het gebouw toegelicht: uitgangspunt zijn oplossingen die leiden tot een maximale productiviteit door optimale klimaatomstandigheden met minimaal gebruik van schaarse natuurlijke hulpbronnen als energie en water in zowel glastuinbouw als gebouwbeheer. Enige medewerkers zullen in korte lezingen ingaan op specifieke onderwerpen. Meer informatie: www.priva.nl
De luchtzuiverende Flamingoplant is de Bureauplant van het Jaar 2010. Een jury met vertegenwoordigers uit de wetenschap én de praktijk boog zich over een de vraag welke plant dé 'desktopper' van het jaar 2010 is. De keus viel op de Flamingoplant, die daarmee de Goudpalm (2009) opvolgt.
Plantdeskundigen, onder meer afkomstig van Fytagoras Plant Science (onderdeel van TNO), het Nationaal Gezondheidsinstituut NIGZ en Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO/WUR) nomineerden dit jaar drie luchtzuiverende planten: de Rhapispalm, Graslelie (Chlorophytum) en de Flamingoplant (Anthurium). Leden van de Nederlandse Vereniging van Directiesecretaressen (NVD) kozen in grote meerderheid voor de Anthurium. De verschillende kleuren, stylingsmogelijkheden en eenvoudige verzorging waren daarbij de belangrijkste argumenten.
De jury stelde vast dat de Flamingoplant niet alleen een uitstekend luchtzuiveraar is, maar ook tegen een stootje kan. Juryvoorzitter prof. dr. Bert van Duijn (Fytagoras Plant Science): “Doordat de Flamingoplant tevens in grotere maten verkrijgbaar is, kan de plant in huis en op kantoor ook op de grond geplaatst worden. De kleinere maten zijn juist uitstekend geschikt om op het bureau naast het beeldscherm te zetten. Een belangrijke plek, want onderzoek heeft juist aangetoond dat iedereen die langer dan vier uur per dag met een beeldscherm werkt, zich aantoonbaar prettiger voelt en productiever is dankzij planten op de werkplek. De Flamingoplant is een echt kantoormaatje.”
Het belang van kamerplanten op de werkplek wordt onderscheven door diverse onderzoeksresultaten van onder meer de ruimtevaartorganisatie NASA en TNO Kwaliteit van Leven. De laatstgenoemde organisatie adviseerde na uitgebreid praktijkonderzoek om in kantoorruimten tenminste twee planten per twaalf vierkante meter te plaatsen.

.jpg)












