Column Henk Jan Hoekjen

Kopje koffie, glazenwasser?

“Met architecten?” De vader van één van de klasgenoten van mijn zoon kijkt mij verbaasd aan. “Dus jij bedoelt dat je er plezier aan beleeft om met dat soort volk te verkeren?” Tja, dat moet ik beamen. Het is in de regel bijzonder interessant om in een prachtig geoutilleerde daglichtrijke ruimte te spreken met mensen, die megalomaan genoeg zijn om hun ideeën niet alleen voor zichzelf te houden, maar deze, gematerialiseerd in (meestal) glas, staal en beton, ook de medemens op te dringen.

 

Ik laat mij, al oud papier-inzamelend, dan ook niet van de wijs brengen en tracteer de hoofdschuddende vader op een gloedvol betoog over mijn vak. Allerhande argumenten haal ik van stal. Architecten zijn meestal bijzonder vakkundig. Zij houden wel degelijk rekening met de wensen van de gebruikers en verrijken de openbare ruimte dikwijls met gekoesterde spektakelstukken. Zie bijvoorbeeld het Groninger Museum, dat aanvankelijk luid bekritiseerde postmoderne icoon, dat geen ‘Stadjer’ nog zou kunnen missen. “Dat zal allemaal best”, riposteert mijn gesprekspartner, ondertussen met kracht een doos tijdschriften in de papiercontainer smijtend. “Maar je kunt niet volhouden dat architecten écht rekening houden met alle gebruikers. Ik heb al diverse malen mijn leven moeten wagen, omdat een architect niet goed genoeg over zijn gebouw had nagedacht.” “Ze houden allemaal van glas. Maar ze denken er niet over na hoe zo’n gevel schoongehouden moet worden.”

 

Het wordt mij langzaam duidelijk: mijn collegapapierophaler is glazenwasser. “Vaak moeten we halsbrekende toeren uithalen om een glazen gevel schoon te krijgen”, vervolgt hij. “We moeten ons bakje soms voor de gevel langs laten slingeren, omdat we anders delen van het glas niet schoon krijgen. Levensgevaarlijk!” Op mijn opmerking dat dit ongetwijfeld een uitzondering zal zijn, schiet hij in de lach. “Voor iemand die regelmatig met architecten spreekt, heb jij verrassend weinig verstand van het gemiddelde kantoorgebouw. Die glazen krengen zijn meestal niet te wassen. En zodra er ergens een vlek blijft zitten omdat we er niet goed bij kunnen, krijgt niet de architect de schuld, maar is het natuurlijk weer ‘die luie glazenwasser’ die z’n werk niet goed gedaan heeft. Ik erger me daar kapot aan. Schrijf dát maar eens een keer in dat blaadje van je!”  Oei, argumenten helpen nu waarschijnlijk niet meer. Hoog tijd om het over een andere boeg te gooien: ‘Kopje koffie?’

 

Henk-Jan Hoekjen

De auteur is hoofdredacteur van Inside Information