Conceptdenken in kinderopvang

De kinderopvang in zwaar weer? Bouwprojecten die stil komen te liggen? Internationaal kinderdagverblijf True Colors in Rijswijk is er een positieve uitzondering op. “Dit conceptdenken gaat navolging krijgen.”

In januari 2013 opende Stichting Rijswijkse Kinderopvang haar nieuwe internationale dagverblijf. Het biedt opvang aan zo’n negentig kinderen van expats, die bij het Europees Octrooibureau werken of bij Shell. Aanleiding was een aflopend huurcontract. Directeur Tineke Onink: “We zaten in een kantoor van het octrooibureau, onze grootste opdrachtgever, en toen de huur afliep was dat een natuurlijk moment om uit te kijken naar eigen huisvesting.”.
De stichting koos ervoor, na een haalbaar-heidsstudie van No Label, een pand te kopen in plaats van te huren. Tegen de trend in? Toch niet. Onink: “Het is goedkoper op lange termijn. En we konden het naar eigen inzicht te verbouwen. En dat is júist nodig in een tijd waarin ouders hogere eisen stellen.”

Hun oog viel op een voormalig bankgebouw aan de Karel Doormanlaan, dat leeg stond. Ook de buurt was klaar voor hergebruik. De investering werd bovendien lonender door het pand ‘toekomstvast’ te verbouwen. Architect Rob Janssen Bouwmeester van No Label: “Uitgangspunt was multifunctioneel gebruik. Als het over tien jaar beter buitenschoolse opvang kan zijn of kantoor, dan is de ruimte daar eenvoudig geschikt voor te maken. Ook als dagverblijf is het flexibel: leeftijden en groepsgroottes kunnen wisselen.”

Die flexibiliteit neemt niet weg dat specifiek voor de doelgroep expats is ontworpen. Stellen die andere eisen aan kinderopvang? Directeur Onink: “Absoluut. Niet alleen is meertalig personeel nodig, ook zijn deze ouders gewend aan veel extra service zoals warme maaltijden. Hun kinderen gaan vier-vijf dagen per week naar de opvang, terwijl dat bij Nederlandse ouders vaak maximaal drie dagen is. Dan is het een groot gemak als de kapper bij ons langskomt, en als we extra activiteiten bieden zoals yoga of muziek.”

Ook het pand zelf is op de doelgroep afgestemd. Onink: “Op de oude locatie merkten we dat ouders vaak buiten met elkaar stonden te kletsen. Expats hebben een klein sociaal netwerk, want ze zijn hier maar kort. En daarom zoeken ze elkaar op. Dat bracht ons op het concept ‘ontmoeten’.”

Samen met No Label is dat concept ontmoeten vertaald in de ruimtelijke inrichting. Waar een kinderdagverblijf standaard een kleine hal heeft en grote groepsruimtes, kreeg True Colors juist kleinere groepsruimtes en een grote centrale hal. Architect Janssen Bouwmeester: “We hebben gekozen voor een grote gezamenlijke ruimte als ontmoetingsplaats. Hier kunnen ouders elkaar uitgebreid spreken rond het brengen of halen, en een kop koffie drinken. Er is wifi, er is een leestafel en er zijn zelfs werkplekken. Alles voor een warm welkom.”

Ook de kinderen uit de verschillende groepen komen zo meer met elkaar in contact. ‘Explore’ is het motto. “We stimuleren het kind in zijn natuurlijke neiging op verkenning te gaan”, aldus Onink. Dat is geborgd in het pedagogisch plan, en ook in de ruimte. Ze noemt de ruimte dan ook ‘de derde pedagoog’, naast de ouders en de medewerkers. “Je ziet het meteen gebeuren. Als je wipkippen en tegels buiten vervangt door een grasheuveltje en wilgentakken, dan gaan kinderen gelijk heel anders spelen. Meer samen, meer zelf verzinnen: verstoppertje, van de berg af rollen.”

Architect Janssen Bouwmeester beaamt dat: “De kinderen gaan in vier jaar van een beschermde ruimte naar een grotere wereld. Dat ondersteunen we bijvoorbeeld met themameubels. Er is een kinderkeuken, een spetterruimte, een multimediahoek, een chill-hoek met een bibliotheek, een toneelpodium bij de trap. En ook andere meubels zijn uitnodigend: room dividers waar je doorheen kunt kijken of kruipen bijvoorbeeld. En als tegenhanger zijn de groepsruimtes rustig en huiselijk. Het zijn woonkamers, met stoffen lampenkappen, zoals thuis.”

Het pand onderging daarvoor een metamorfose. Janssen Bouwmeester: “Het gebouw was saai en gesloten, zoals je je een bank voorstelt. Maar we konden de uitstraling veranderen door hout toe te passen, zoals voor de aanbouw, de pergola en het dakterras. Verder hebben we binnen meer verbonden met buiten.” De architect koos daarvoor bijvoorbeeld schuifpuien en  een houten vlonder als verlengstuk van de binnenruimte. Verder slaapt een groep kinderen in de voormalige bankkluis. “Veiliger kunnen ze niet zijn!” lacht directeur Onink.

Gaat dit concept navolging krijgen? Onink is er zeker van: “Je kunt zo’n ontwerp natuur-lijk niet klakkeloos kopiëren. Ergens anders kiezen we voor ‘knus’ of een meer antropo-sofische signatuur. We bekijken steeds: wat hebben deze ouders en kinderen nodig? Maar dát je in de bouw uitgaat van een (pedagogisch) concept, dat heeft zeker de toekomst. Je moet klantgericht werken om reden van bestaan te houden. Dat betekent soms een locatie sluiten, en elders juist investeren. We zijn maatschappelijk onder-nemer.” Je onderscheiden als dagverblijf noemen Onink en Janssen Bouwmeester de sleutel. De tijd dat de kinderopvang alleen een verblijfplaats hoefde te zijn, is voorbij. Maatwerk is een must.