|
Organische
architectuur: mens en natuur als inspiratie voor het bouwen
Van
15 februari tot en met 18 mei 2003 staat de Beurs van Berlage in Amsterdam
in het teken van de tentoonstelling ‘Organische architectuur’. Deze
architectuurvorm is een stroming in de bouwkunst die aan het einde van de
negentiende eeuw is ontstaan. Pioniers als Louis Sullivan, Frank Lloyd
Wright, Antoni Gaudí en Rudolf Steiner legden de fundamenten voor een
vorm van bouwkunst die de mens centraal stelt en die niet slechts
functioneel is, maar ook aan het gevoel en de verbeelding appelleert.
De
organische architectuur ontleent haar inspiratie aan de wetmatigheden van
de levende natuur. Men ontwerpt vanuit de overtuiging dat de gebouwde
omgeving van invloed is op het uiterlijk en innerlijk leven van mensen.
Organische architectuur kenmerkt zich door een vrije, expressieve en
natuurlijke vormgeving, terwijl echter tegelijk vaak wordt gezocht naar
een samengaan met de nieuwste bouwtechnische mogelijkheden. Men streeft
ernaar om zowel individuele mensen als organisaties te ondersteunen in hun
gezondheid, functioneren, welbevinden en ontwikkeling. Bij het ontwerpen
van nieuwe bouwvormen spelen de integratie van natuurlijke elementen,
belevingswaarden, kunst, levensfasen en sociale processen een belangrijke
rol.
‘Organische
architectuur’ is een expositie voor de toekomst. Weliswaar wordt eerst
de historische ontwikkeling gedurende de twintigste eeuw geschetst aan de
hand van grote architecten (de genoemde pioniers, Eero Saarinen, Alvar
Aalto, Hans Scharoun en vele anderen), maar het accent ligt vooral op
recente en hedendaagse architectuurprojecten uit de hele wereld en op de
mogelijkheden die deze vorm van bouwen voor de toekomst in zich draagt. De
expositie wil nadrukkelijk opdrachtgevers, beleidsmakers, ontwerpers en
architecten uitdagen hun verantwoordelijkheid te nemen bij het initiëren
van bouwprojecten, daar zij voor een belangrijk deel de kwaliteit van onze
leefomgeving bepalen. Gebruikers van gebouwen - te beginnen bij het eigen
huis - worden gestimuleerd om zichzelf niet als
‘architectuurconsument’ te gedragen, maar om een actieve rol te spelen
bij de totstandkoming en het beheer van de gebouwde omgeving.
Tentoonstellingsgegevens
kort
Initiatiefnemer
tentoonstelling: Iona Stichting, Amsterdam
Curator/organisator:
Ir. Pieter van der Ree, Utrecht
Vormgeving
expositie: Ir. Pieter van der Ree, i.s.m. Buro Kloeg, Bunnik
Kunsthistorische
adviezen en publiciteit: Bax Art Concepts & Services, Amsterdam
Datum
expositie: 15 februari tot en met 18 mei 2003
Plaats
expositie: Beurs van Berlage, Beursplein 1, Amsterdam
Open:
dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur
Telefoon:
020 - 5304141
Internet:
www.beursvanberlage.nl
Onderstaand
een uitgebreide weergave van de achtergronden rond deze tentoonstelling:
Inhoud
en doelstelling
De
tentoonstelling biedt een overzicht van het ontstaan, de ontwikkeling en
de actualiteit
van
de organische architectuur. Zij richt zich daarbij op een breed publiek
van
geïnteresseerden,
ontwerpers, studenten en potentiële opdrachtgevers.
Zij
wil niet slechts een boeiend historisch overzicht bieden, maar ook
enthousiasme
wekken
voor een architectuur die de mens centraal plaatst en deze op een
harmonische
wijze
tracht te verbinden met diens natuurlijke, sociale en culturele omgeving.
Wat
is organische architectuur?
Onder
organische architectuur wordt hier een pluriforme architectuurstroming
verstaan
die
aan het begin van de twintigste eeuw op meerdere plaatsen tegelijkertijd
is ontstaan.
Pioniers
als Frank Lloyd Wright, Antoni Gaudí en Rudolf Steiner oriënteerden
zich, ieder
op
hun eigen manier, op principes uit de levende natuur. Het ging hen daarbij
niet om
het
nabootsen van de natuur, maar om het zoeken naar een vormgeving die
aansluit bij
de
mens als levend en zich ontwikkelend wezen. Aan organische architectuur
ligt de overtuiging ten grondslag dat architectuur niet slechts
uitdrukking is van een cultuur, maar dat zij ook terugwerkt op het
uiterlijke en innerlijke leven van mensen. Daarbij wordt de mens gezien
als een lichamelijk, psychisch en geestelijk wezen dat op elk van deze
niveaus met zijn omgeving verbonden is. In een tijd waarin de bouwpraktijk
sterk gedomineerd wordt door economische factoren, technische innovaties
en bureaucratische regelgeving, wil de organische architectuur aandacht
vragen voor een integrale benadering van het bouwen waarin ook aandacht is
voor belevingswaarden, culturele inhoud en spiritualiteit.
Opbouw
tentoonstelling
In
overeenstemming met haar onderwerp, is de tentoonstelling zelf als
‘organisme’
geconcipieerd
met een ‘kop’, een ‘hals’, een ‘romp’ en een ‘staart’.
De
kop van de tentoonstelling toont het ontstaan van de organische
architectuur aan het
begin
van de twintigste eeuw. Aan de hand van ontwerpen en citaten van de
pioniers
worden
de uitgangspunten ervan op een heldere manier uiteengezet.
In
het tweede deel staat de wedergeboorte van de organische architectuur in
de vijftiger
en
zestiger jaren centraal. Architecten als Le Corbusier, Eero Saarinen en
Alvar Aalto
transformeren
de aanvankelijk streng geometrische vormentaal van het Modernisme in
een
meer expressieve, organische richting.
De
romp van de tentoonstelling is het omvangrijkste deel en biedt, aan de
hand van circa
vijftig
projecten, een beeld van de diversiteit aan uitdrukkingsvormen die de
afgelopen
decennia
in verschillende landen is ontstaan.
In
de staart van de tentoonstelling wordt ingegaan op de vraag welke bijdrage
de
organische
architectuur kan leveren aan eigentijdse vraagstukken zoals het ecologisch
bouwen,
gezond bouwen, gebruikersparticipatie en de culturele dimensie van de
architectuur.
De bezoeker wordt hier uitgenodigd door middel van tekst, tekening, klei
en
maquette-materiaal
de eigen visie op de leefomgeving tot uitdrukking te brengen.
Met
deze gedifferentieerde opbouw wil de tentoonstelling de bezoeker niet
alleen
inhoudelijk
en gevoelsmatig, maar ook in de eigen wil aanspreken.
Ontstaan
en achtergronden van de organische architectuur
Het
eerste deel van de tentoonstelling schetst het ontstaan van de organische
architectuur
aan het begin van de twintigste eeuw. De veruiterlijking van de vorm in de
neostijlen
en de opkomst van nieuwe technische mogelijkheden vormden voor veel
architecten
de aanleiding op zoek te gaan naar een nieuwe stijl die paste bij de eigen
tijd.
Temidden
van Jugendstil, Functionalisme en Constructivisme wordt ook het begrip
‘organische
architectuur’ geboren.
De
pioniers van de organische architectuur lieten zich inspireren door
principes uit de
levende
natuur. Elk plaatste hierbij zijn eigen accenten, maar bezien in relatie
tot elkaar
vormen
hun individuele invalshoeken een samenhangende totaliteit.
Frank
Lloyd Wright (1869–1959)
ontwikkelt de organische architectuur in diverse richtingen verder. Hij
breidt het begrip ‘organisch’ uit tot de relatie tussen gebouw en
omgeving,
de continuïteit van de binnen- en buitenruimte, de samenhang tussen delen
van een gebouw en het geheel en tot de eerlijke omgang met bouwmaterialen.
Antoni
Gaudí (1852–1926)
bedient zich als eerste van een sterk plastische vormgeving die de
bouwmassa tot leven lijkt te wekken. De krachten die in de constructie
werken vormen daarbij voor hem een belangrijk uitgangspunt. Aan het einde
van zijn leven ontwikkelt hij voor de Sagrada Familia een aan de natuur
ontleende geometrie van dubbelgekromde vlakken.
Rudolf
Steiner (1861–1925)
introduceert het aan Goethe ontleende principe van de ‘metamorfose’in
de architectuur. Hierdoor worden ontwikkelingsprocessen zoals die werkzaam
zijn in natuur, cultuur en menselijk leven beleefbaar gemaakt. Door zich
in deze vormen in te leven kan een bewustzijn voor samenhangen en een
beweeglijk denken ontwikkeld worden.
Louis
Sullivan (1856–1924)
introduceert als één van de eersten het begrip ‘organische
architectuur’. Zijn aan de natuur afgelezen credo form follows
function maakt hij tot hoeksteen van zijn ontwerpen. Daarbij wekt hij
zijn geometrische bouwmassa’s tot leven door een bijzonder rijke en
levendige ornamentiek.
De
transformatie van het modernisme
Aan
het einde van de twintiger jaren lijkt de organische architectuur een
stille dood te sterven.
Belangrijke
pioniers zoals Sullivan, Steiner en Gaudí overlijden en in Europa zorgen
de
economische
recessie en de tweede wereldoorlog voor een algehele neergang in het
bouwen.
In
de vijftiger en zestiger jaren maakt de organische benadering van het
bouwen echter een
verrassende
wedergeboorte door. Opvallend daarbij is dat het met name pioniers van het
nieuwe
bouwen zijn die deze doorbraak bewerkstelligen. Zij transformeren de
aanvankelijk
streng
geometrische vormentaal van het Modernisme in een expressieve, organische
richting.
In
sommige gevallen, zoals bij Le Corbusier, is dat een verrassende wending,
bij anderen,
zoals
Alvar Aalto en Hans Scharoun, een meer geleidelijke ontwikkeling.
TWA-Terminal,
John F. Kennedy Airport
Eero
Saarinen
New
York, USA, 1956–1962
Sydney
Opera House
Jørn
Utzon
Sydney,
Australië, 1957–1973
Philharmonie
Hans
Scharoun
Berlijn,
Duitsland, 1956–1963
Finlandiahal
Alvar
Aalto
Helsinki,
Finland, 1962–1975
Notre-Dame-du-Haut
Le
Corbusier
Ronchamp,
Frankrijk, 1950–1955
Organische
architectuur wereldwijd

ING
Bank
Alberts
& Van Huut
Amsterdam,
Nederland, 1979–1987
Rooms-katholieke
kerk
Imre
Makovecz
Paks,
Hongarije 1986–1991
Whiting
Residence
Bart
Prince
Sun
Valley, Idaho, USA, 1989–1991
Station
Lyon-Saint-Exupéry
Santiago
Calatrava
Lyon,
Frankrijk, 1989–1994
Rudolf
Steinerseminariet
Asmussens
Arkitektkontor
Järna,
Zweden, 1968–1992
Uluru-Kata
Tjuta Cultural Centre
Gregory
Burgess
Northern
Territory, Australië, 1990–1995
In
de tachtiger en negentiger jaren vindt een krachtige opleving plaats van
het organisch
bouwen.
Een nieuwe generatie architecten knoopt aan bij het werk van pioniers
zoals
Wright
en Steiner, maar verbindt hun uitgangspunten met lokale bouwtradities,
nieuwe
technieken
en eigen creatieve impulsen. Langs deze weg is in het recente verleden
wereldwijd
een nieuwe diversiteit aan invalshoeken en uitdrukkingsvormen ontstaan.
Deze
recente projecten vormen de romp van de tentoonstelling. Afhankelijk van
de
beschikbare
tentoonstellingsruimte kan een selectie gemaakt worden uit circa vijftig
projecten.
De projecten worden gepresenteerd aan de hand van kleurenfoto’s,
ontwerpschetsen,
tekeningen, maquettes en een beknopte projectbeschrijving, zoveel
mogelijk
van de betreffende architect zelf.
Het
vierde en laatste deel van de tentoonstelling is thematisch van opzet.
Centraal staat
daarin
de vraag welke betekenis de organische architectuur voor de nabije en
verdere
toekomst
kan hebben. Actuele thema’s zoals ecologisch bouwen, gezondheid,
gebruikersparticipatie
en culturele identiteit worden in dialoog gebracht met de
uitgangspunten
van de organische architectuur. Elementen zoals materiaal, vorm, kleur,
licht,
water en planten slaan een brug naar de belevingswereld van de bezoekers.
De
actualiteit van de organische architectuur
Gezond
bouwen
Gebouwen
hebben niet alleen invloed op het milieu, maar ook op de menselijke
gezondheid. Door gebouwen te concipiëren als ‘organismen’, zowel wat
het gebruik van materialen als wat klimaatconcepten betreft, kunnen ze de
gezondheid en levensprocessen van gebruikers ondersteunen.
Zintuigindrukken
en belevingswaarden
De
gebouwde omgeving biedt een voortdurende stroom aan indrukken. Deze werken
vormend op de constitutie, voeden het innerlijk leven en weerspiegelen
culturele inhouden.
Belevingselementen
op het gebied van vorm, licht en kleur bieden de mogelijkheid hier zelf
ervaringen op te doen.
Identiteit
Door
schaalvergroting en specialisatie is het bouwproces grotendeels losgeraakt
van de gebruikers. De toenemende individualisering roept bij veel mensen
echter de behoefte wakker zelf invloed te kunnen hebben op hun eigen
leefomgeving en zich in de vormgeving daarvan te herkennen.
Gemeenschapsvorming
De
toenemende individualisering en daarmee gepaard gaande anonimiteit wekken
de behoefte aan nieuwe sociale samenhangen. Gemeenschappelijke
bouwprojecten en de zorg voor de sociale ruimte kunnen het ontstaan van
nieuwe sociale samenhangen stimuleren.
Culturele
identiteit
De
moderne architectuur wordt sterk gedomineerd door economische
overwegingen, regelgeving en technische innovaties. Door haar integrale
benadering kan de organische architectuur hieraan een culturele dimensie
toevoegen die ook het gevoel aanspreekt en aan de
verbeelding
appelleert.
Ecologisch
bouwen
De
gehele bouwpraktijk staat de komende jaren voor de opgave te komen tot een
milieuvriendelijke, duurzame manier van bouwen. Aan dit ecologisch bouwen
kan de organische architectuur een vormgeving toevoegen die getuigt van
een bewustzijn voor omgeving, samenhangen en levensprocessen.
Praktische
gegevens
De
tentoonstelling is opgezet als reizende tentoonstelling. De omvang en
samenstelling zijn in overleg aan te passen aan de beschikbare
tentoonstellingsruimte en lokale wensen. Een vaste kern zorgt daarbij voor
de noodzakelijke inhoudelijke achtergrond en samenhang. Het
tentoonstellingsmateriaal bestaat uit circa 300 kleurenfoto’s, 100
tekeningen en
schetsen
en 40 maquettes. Elk project wordt geïllustreerd door 3–7 foto’s,
eventuele
ontwerpschetsen,
een plattegrond en een beknopte projectbeschrijving. Van een deel van de
projecten zijn maquettes ter beschikking. Het betreft daarbij zowel
(afgietsels van) studiemodellen als presentatiemaquettes. Vanwege de duur
van de tentoonstelling en de kwetsbaarheid van het materiaal heeft de
organisatie voor schetsen en presentatietekeningen grotendeels af moeten
zien van origineel materiaal.
Van
die architecten die zich ook met meubelontwerpen hebben bezig gehouden,
zoals
Alvar
Aalto en Erik Asmussen, kunnen ook meubels en andere gebruiksvoorwerpen
worden
geëxposeerd. Zo mogelijk zullen deze ook uit te proberen zijn. Elk deel
van de tentoonstelling, thema of project wordt ingeleid met een beknopte
tekst die de benodigde achtergrondinformatie over het betreffende
onderdeel verschaft. Deze teksten zullen zoveel mogelijk vertaald worden
in de taal van het gastland. Daarnaast zijn er diverse video’s over
architecten en projecten ter beschikking.
Naar
schatting zal de tentoonstelling een wandoppervlak van 300–500 m
behoeven
en
een vloeroppervlak van 800–1200 m2. Bij de tentoonstelling wordt een
geheel in kleur geïllustreerde catalogus uitgegeven van circa 250
bladzijden die in het Nederlands, Engels en Duits verkrijgbaar zal zijn.
Daarnaast kan een selectie aan boeken, tijdschriften en ansichtkaarten
worden aangeboden.
De
inhoud van de tentoonstelling is samengesteld in samenwerking met onder
andere de Alvar Aalto Archives, de Càtedra Gaudí, de Frank Lloyd Wright
Foundation, de Rudolf
Steiner
Nachlassverwaltung en talrijke architectenbureaus.
Over
de voorwaarden van bruikleen kan men contact opnemen met de:
Iona
Stichting
Herengracht
276
1016BX
Amsterdam
Telefoon:
020 - 6233353
Fax:
020 - 6274856
E-mail:
iona@iona.nl
|