|
De
wonderlijke wereld van WonderWood
Wie
denkt dat een stoel alleen maar een voorwerp is om op te zitten, moet eens
een kijkje nemen bij ‘WonderWood’. Deze meubeldesignwinkel in hartje
Amsterdam toont een topcollectie van internationaal vermaarde ontwerpers
en laat zien dat een mooi ontwerp tijdloos is, maar dat daar ook een niet
kinderachtig prijskaartje aan hangt.
WonderWood-eigenaar Wiet Hekking is lyrisch over zijn, overwegend
gelamineerde, houten meubels. Vol enthousiasme vertelt hij over zijn
collectie. “Het is eigenlijk een mix tussen een galery en een winkel.
Elk meubelstuk heeft zijn eigen verhaal. Dat is het mooie ervan.” Naast
liefhebber is Hekking ook verkoper. Na een tijdje rondlopen in de winkel,
krijg je inderdaad het idee dat hij ‘zijn’ stoelen alleen wil verkopen
aan degene die oog heeft voor de schoonheid van het ontwerp. Als iemand
een mooie stoel heeft gekocht en hij zegt vervolgens: ‘Ik neem hem wel
op de fiets mee’, dan zie je Hekking wat bedenkelijk kijken: ‘Als dat
maar goed komt’.
Degraderen
In WonderWood staan, naast een groot aantal meubels van internationale
ontwerpers, zoals Hans Wegner en Grete Jalk, stoelen van bekende
Nederlandse ontwerpers als Cees Braakman, Hein Stolle, Han Pieck, Willem
Gispen en Wim Rietveld. Ze nodigen uit om erop te gaan zitten, maar er
zijn niet veel klanten, die dat daadwerkelijk doen. Ze beseffen, dat je
daarmee een kunstvoorwerp degradeert tot gebruiksvoorwerp. Toch zijn de
tentoongestelde stoelen ook allemaal functioneel en Hekking demonstreert
dat nog eens door plaats te nemen op een originele Paimio Armchair 41 van
Aalto. “Kijk eens hoe geweldig deze stoel zit.”

Een
bont gezelschap; Frans, Engels, Italiaans en Duits ontwerp op een rij.
Lamineren
De kunst van het lamineren nam na de Tweede Wereldoorlog een grote vlucht.
Voor die tijd werd het sporadisch toegepast, maar problemen met de lijm en
de buigtechniek maakten de praktische uitvoering problematisch. Na 1945
werd het zogenaamde hoogfrequent lamineren van hout ook in Nederland
toegepast. Met behulp van elektriciteit ontstond een snel procédé.
“Veel bekende architecten zijn ooit begonnen met het ontwerpen van
meubels. Met name in de jaren vijftig en zestig nam het ontwerpen van
gelamineerde meubels een vlucht. Ook op dit moment zie je weer een
revival”, aldus Hekking. “Het leuke van deze meubels is, dat ze een
tijdsbeeld geven, maar aan de andere kant zijn de ontwerpen ook weer heel
tijdloos.” Hekking verzamelt al lange tijd gelamineerde meubelstukken.
Ruim twee jaar geleden nam hij de stap om ze in de winkel te koop aan te
bieden. “Het was altijd een grote hobby en wat is er nu leuker dan van
je hobby je beroep te maken? Het mooie van hout is, dat het leeft. Je kunt
aan de meubels zien dat er een verhaal achter zit. Niet alleen achter het
ontwerp en de ontwerper, maar ook achter de gebruiker. Ik vind oude
meubels vaak nog mooier dan nieuwe.”
Verborgen design
Hekking combineert in zijn winkel drie zaken. Naast de genoemde verkoop
van nieuwe en oude meubels, is hij de Nederlandse vertegenwoordiger van
Isokon Plus. Deze Engelse meubelmakerij produceert heruitgaven van bekende
ontwerpers, zoals Marcel Breuer. Ook de salontafel T46 van Hein Stolle is
55 jaar na het ontwerp weer in productie genomen bij het Engelse bedrijf.
De tafel werd onlangs zelfs genomineerd voor de British Classic Design
Award. Stolle ontwierp deze stoel oorspronkelijk in een aluminium
uitvoering, omdat het lamineren van hout op dat moment te duur was. Nu
staat de houten, gelamineerde variant weer te pronken aan de
Weteringstraat in Amsterdam. De derde tak van het bedrijf houdt zich bezig
met het uitbrengen van verborgen Nederlands design. “Een tijdje geleden
kwam Hein Stolle hier de winkel binnenlopen. De gepensioneerde architect
Stolle heeft in het verleden veel houten stoelen ontworpen, maar hij
bracht ze nooit op de markt. Hij liet wat ontwerpen zien en dat sprak me
enorm aan. We zijn vervolgens samen een partij Amerikaans grenen gaan
inkopen en hij heeft 25 lattenstoelen gemaakt op de stoep van zijn huis.
De eerste werd direct aangekocht door het Stedelijk Museum en de andere
exemplaren zijn in de winkel verkocht.”
“Een andere ontwerper, de 78-jarige Karel Links, meldde zich met zijn
Easy to assemble chair. Het ontwerp stamt uit 1969, maar was nooit eerder
uitgebracht. Deze stoel staat nu in de winkel. Ook bij dit meubelstuk zit
er een hele tijd tussen het ontwerp en de productie. Links is nu weer
bezig met het ontwerpen van een nieuwe stoel”, vertelt Hekking.
Waarde
Hoewel het grote publiek doorgaans de deur van WonderWood voorbij gaat, is
Hekking toch tevreden over de aanloop. Daarbij zijn het niet alleen
goed-bij-kas- zittende gepensioneerden die een kijkje komen nemen, ook
veel jongeren kiezen volgens Hekking voor design. “Als je een rondje
rijdt in een nieuwe auto, dan is die meteen een paar duizend euro minder
waard. Voor designmeubels geldt dat niet. Die kun je rustig een paar jaar
gebruiken en ze behouden gewoon hun waarde.” Over het antwoord op de
vraag wat het absolute summum is voor Hekking, hoeft hij niet al te lang
na te denken. “Ik ben altijd nog op zoek naar de Antony Chair van Jean
Prouvé, maar dan wel een origineel oud model. Het lijkt me geweldig om
die ooit nog eens op de kop te kunnen tikken.”
Gerrit Tenkink
Nadere
informatie? Vul code i012 (editie 1 - 2003) in via onze responsservice
|
|
Calvinistische
opvatting
Stoelen
geven een prachtig tijdsbeeld en elk ontwerp heeft zijn eigen verhaal. Een
mooi voorbeeld daarvan de eetkamerstoel SB 02 van Cees Braakman. Hij
ontwierp de stoel in 1955 en Wiet Hekking noemt het een toonbeeld van
calvinistische opvatting van een stoel. "Cees Braakman wilde de stoel
uitvoeren in teakhout, maar de import van teakhout lag begin jaren vijftig
nogal gevoelig. Toen halverwege de vijftiger jaren de import weer langzaam
op gang kwam, werd de stoel vervolgens uitgevoerd in twee houtsoorten. De
leuning en zitting waren van teak en de poten werden gemaakt van
beuken."
Prins
Charles
De
salontafel T46-1 werd in 1946 ontworpen door Hein Stolle. Het tafeltje is
door WonderWood, 55 jaar na het ontwerp, in productie genomen. Het
tafeltje werd als enige niet Britse ontwerp geselecteerd voor de Classic
Design Awards, een competitie van het Engelse Home & Gardens in
samenwerking met het Victoria and Albert Museum. De T46-1 won de prijs
niet, maar prins Charles, die de prijs uitreikte, toonde opvallend veel
belangstelling voor de tafel. "Kun je er ook op staan?", was de
eerste vraag de die Engelse kroonprins aan ontwerper Stolle stelde.
|