|
‘Innovatieve
kantoren leveren niets op’
Ecophon
uit Etten Leur hield onlangs in het Nederlandse Architectuur Instituut (NAi)
in Rotterdam een seminar over trends op het gebied van ‘Het Moderne
Kantoor’. Farid Azarkan, directeur van ABC Facility Management uit
Veenendaal, was één van de sprekers en in zijn lezing kwam, tot groot
ongenoegen van veel toehoorders, één centraal en ietwat boud thema aan
de orde: ‘Het innovatieve kantoor is nutteloos, overtrokken en enkel een
mooi weer-concept.’
De huisvesting van een kantoor? Niet belangrijk. De voordelen van
veranderingen binnen een kantoor? Absoluut niet aantoonbaar. Sterker nog,
in een nieuwe omgeving voelen veel werknemers zich vaak zelfs minder
gelukkig. Krasse uitspraken van Azarkan die het publiek uitlokten tot
reageren. Het innovatieve aspect van vernieuwing van een kantooromgeving
blijft Azarkan, al deze reacties ten spijt, echt ‘volkomen onbekend’.
“Weet je wat echt innovatief is in de kantorenwereld? Internet, dat
zorgde er jaren geleden voor dat je anders ging werken. Of
‘hulpmiddelen’ zoals een servicedesk, daardoor ga je echt anders
werken.”
Kantoorinnovatie is volgers de spreker veel meer een organisatorisch
vraagstuk, te meer ook omdat na veranderen, moderniseren of vernieuwen van
een kantooromgeving er geen echte resultaten volgen van eerder gedane
beloftes door de kantoorinrichters, zo meldt de directeur van ABC Facility
Management. “Stijgt de productie na ‘kantoorinnovatie? Nee, da’s nog
nooit aangetoond. Zullen er lagere exploitatiekosten ontstaan na een
interne verbouwing?” Ook dat is volgens Azarkan niet bewezen. “Het
werkt allemaal tegenstrijdig. Ik kan een voorbeeld geven van een
verzekeringsmaatschappij die iedereen kent en waar ik de naam dus niet van
zal noemen - het woord begint met een ‘i’ en eindigt op ‘nterpolis’-
en daar is tot op heden alleen maar chaos ontstaan door veranderingen en
zogeheten innovaties. Ze doen daar niets anders dan veranderen en het
personeel wordt hoe langer hoe onrustiger door het ‘gesleep’. Ik denk
dat je daar als werknemer niks aan hebt.”
‘Het went snel’
Goed, op korte termijn kan een vernieuwde kantooromgeving wel een beetje
motiverend werken, ziet ook Azarkan. “Maar het went wel heel snel.
Kantoorinnovatie is net een nieuwe auto: na een week ben je eraan gewend.
Hij doet enkel nog wat hij moet doen, namelijk rijden. En 40.000 kilometer
verder, fantaseer je al weer stiekem over een volgende.”
Het enige dat volgens de spreker wellicht een beetje positief bij kan
dragen aan het innovatieve kantoor is het positieve imago van het begrip
‘innovatief kantoor’ an sich. “Een voorbeeld: de Rotterdamse Kamer
van Koophandel zat eerst ergens ‘vier hoog achter’ maar verhuisde en
pronkte met het begrip ‘innovatief kantoor’. Echt iedereen praatte er
over, erg positief. Men zat dáár tenslotte in een innovatief kantoor, dát
zou dan wel fantastisch zijn en heerlijk werken”, zo vertelt hij ietwat
cynisch. “Maar het enige wat dat bedrijf feitelijk doet, is een database
beheren. Is dat innovatieve aspect van kantoorinrichting dan wel écht
nodig? Ik vind van niet. Na invoering kom je er wat mij betreft dan ook
gauw achter dat het niet zijn vermeende positieve uitwerking heeft gehad.
Consultants evalueren daarom ook te weinig, want dan kon je er achteraf
wel eens achterkomen dat je het verkeerd gedaan hebt. Kantoorinnovatie is
geen hot item zoals ik er tegenaan kijk.We zullen het als mens zelf moeten
doen.”
Overtrokken
Kantoorinnovatie is een overtrokken begrip, dat pas scoort als het
economisch goed gaat, denkt Azarkan. “Het is een mooi weer-concept. Nu
het economisch wat minder gaat, hoor je de aankomende jaren niemand meer
over kantoorinnovatie. Daarom is het beter je te focussen op de
werkprocessen van de mens. De mens is flexibeler dan zijn werkplek en men
kan dus zelf wel beslissen hoe er op de lange duur geoptimaliseerd kan
worden; daar is geen innovatieve inrichting voor nodig. Kantoorinrichters
beloven met het begrip innovatieve kantooromgeving dus ook teveel. Het
wekt veel te veel verwachtingen om zo de werkzaamheden van personeel te
verbeteren en te optimaliseren. De werkgever moet het daarom in het
organisatorische aspect zoeken om het personeel fijner en gezonder te
laten werken.”
Dennis Dekker
|