|
Nieuwe
strategie stelt niet het product, maar het concept centraal
Conceptmatig
werken. Deze twee woorden zijn hot in kantoorinrichtingsland. Maar wat
betekent het eigenlijk? Is het de zoveelste modeterm, of biedt het de
gebruiker van de conceptmatig ingerichte werkplek werkelijk meerwaarde?
Enkele experts uit de inrichtingsbranche geven hun visie. "Met een
weloverwogen conceptmatige aanpak is het mogelijk kosten te
besparen."
Wat
is een beter aanspreekpunt bij de zoektocht naar de betekenis van de term
‘conceptmatig werken’ dan opleidingscentrum OVD in Ede? De organisatie
heeft zich de laatste jaren nadrukkelijk in de kijker gespeeld met haar op
kantoorinrichting gerichte opleidingen. De in nauwe samenwerking met
vooraanstaande organisaties opgezette Hogere Opleiding Kantoor- en
Projectinrichting, alsmede de Basiscursus Kantoorinrichting, hebben het
kennisniveau in de branche in belangrijke mate verhoogd. Rob Lommerse is
één van de aan OVD verbonden docenten en daarnaast partner van Fourman
& Busac, specialisten op het gebied van strategische
huisvestingsconcepten. “Ik zou zo een hele dag kunnen vullen met het
bespreken van dit onderwerp”, aldus Lommerse. “Kort gezegd komt het er
in het geval van een conceptmatige aanpak op neer, dat er bij de
inrichting van een kantoor sterk rekening wordt gehouden met de vraag voor
wie en waarom het kantoor eigenlijk ingericht wordt. Het is namelijk van
groot belang, dat een inrichtingsconcept volledig aansluit op de
werkprocessen van de opdrachtgever. Minstens zo belangrijk is verder het
zogenaamde werkscenario: op welke wijze maakt een organisatie gebruik van
een inrichtingsconcept.”
Hans
Trilbeek: "De conceptmatige insteek, mits flexibel uitgerust, geeft
de gebruiker de mogelijkheid zijn organisatie zodanig vorm te geven, dat
vragen uit de markt beantwoord kunnen worden door teamspecialisten."
(Foto: Wilkhahn)
De werkscenario’s zijn de laatste jaren ingrijpend veranderd. In de
kantooromgeving komt de nadruk steeds meer te liggen op de mogelijkheid
tot communicatie. Eén van de bedrijven die hiermee nadrukkelijk rekening
houdt, is Wilkhahn. “Wilkhahn richt zich bij het oplossen van
inrichtingsvraagstukken primair op de communicatie binnen organisaties”,
zegt directeur Hans Trilsbeek. “Communicatie vormt tegenwoordig namelijk
de kern van elke organisatie. Werkplekken zijn operationele gevolgen
hiervan.” De opkomst van de conceptmatige insteek betekent, dat
interieurbedrijven hun wijze van opereren zullen moeten veranderen. Niet
alleen moeten bedrijven in toenemende mate beschikken over de competentie
om verschillende concepten te kunnen implementeren, ook moeten de
producten dusdanig flexibel zijn, dat er meerdere concepten mee ingevuld
kunnen worden. “Vormgeving dient tijdloos te zijn en duurzaamheid uit te
stralen”, stelt Trilsbeek. “Wilkhahn brengt daarom producten op de
markt met een extreem lange lifecycle. Daarnaast zijn onze producten door
iedere medewerker te gebruiken. Neem bijvoorbeeld onze flex-tafels: deze
zijn gereedschaploos verplaatsbaar, vouwbaar en in- en uitklapbaar. Ook de
Solis Wilkhahn knoploze werkstoel is een voorbeeld van een uiterst
flexibel product.”
De conceptmatige aanpak gaat verder dan het aanbieden van flexibel
meubilair. Volgens Peter Salm, directeur van Wini Kantoordesign, vraagt
het tevens een totaal andere houding van verkopers: “In de nieuwe aanpak
gaat het niet zozeer om producten, maar om het inrichtingsconcept dat het
beste past bij de werkprocessen van de klant. Dat dit concept vervolgens
wordt ingevuld met producten is duidelijk, maar de insteek is anders: wij
willen voor onze klanten in de eerste plaats een optimale werksituatie creëren.
Met welke meubels dit gebeurt, is van later zorg.” Deze insteek is
volgens Salm meer dan een modetrend. “Als je het goed doet, kun je voor
de klant veel geld besparen. Met een goed doordacht inrichtingsconcept is
het mogelijk een veel efficiënter ruimtegebruik te realiseren. Hierdoor
groeien organisaties minder snel uit hun jasje en kan er dus nogal wat
bespaard worden op verhuiskosten en dergelijke. Het is zaak klanten
hiervan te overtuigen.”
Het overtuigen van de klanten wordt bemoeilijkt door het feit dat de term
‘conceptmatig inrichten’ momenteel door tal van ondernemingen gebezigd
wordt, zonder dat men er werkelijk invulling aan geeft. Dat is althans de
mening van Ruud Kunkels van Wiesner Hager: “Je hoort de laatste tijd
heel vaak lekker klinkende termen als ‘design’, ‘lounge’ of
‘concept’. Wanneer je eens wat dieper ingaat op de betekenis, blijkt
dat veel bedrijven deze termen vooral gebruiken als marketinginstrument.
Maar wat heeft het voor zin om te spreken over ‘conceptmatige aanpak’
wanneer je als bedrijf alleen maar probeert zoveel mogelijk van je eigen
producten af te zetten, zonder werkelijk te kijken naar de behoeften van
de klant?”
Consequent
Wiesner Hager is volgens Kunkels wél serieus bezig met het praktiseren
van een conceptmatige insteek. “Wij werken eigenlijk al sinds 1994 op
deze manier. We kwamen er halverwege de jaren negentig in onze eigen
organisatie achter, dat er verschillende manieren zijn om werkzaamheden
uit te voeren. Daarom zijn we ons sindsdien gaan richten op het aanbieden
en implementeren van de oplossingen, die het best passen bij de vraag en
de werkprocessen van de klant. We zijn hier erg consequent in: wanneer
onze meubellijn Float & Process niet past bij de specifieke wensen van
de klant, verwijzen we deze klant door naar een ander bedrijf. Alleen
wanneer je op deze wijze opereert, geef je naar mijn mening serieus
invulling aan de zogenaamde conceptmatige aanpak.”
Bob van der Leeden is als managing director verbonden aan Human Office.
Hij sluit zich volledig aan bij de zienswijze van Kunkels. Ook Van der
Leeden is van mening, dat producten alleen moeten worden toegepast wanneer
deze daadwerkelijk passen in het wensenpakket van de opdrachtgever. “We
gaan niet in de eerste plaats met producten de markt in, maar kijken
vooral naar het hoe, waarom en waar. Je moet niet eerst flexibele wanden
verkopen en vervolgens kijken waar je ze kunt neerzetten, maar juist
omgekeerd te werk gaan: eerst kijken wat een organisatie nodig heeft en
pas daarna invulling geven aan het concept met behulp van producten. Ik
wil dus niet in the blind met een product ‘schieten’. In geen geval
maken we een offerte voor tachtig ‘wandjes’.”
De conceptmatige insteek is al enige tijd hot in de inrichtingsbranche.
Tijdens de afgelopen Orgatec gaven talloze bedrijven desgevraagd te kennen
deze nieuwe aanpak te hanteren. Volgens Ruud Kunkels is de populariteit
van de nieuwe strategie het gevolg van de marktontwikkelingen: klanten
zijn volgens de Wiesner Hager-directeur steeds veeleisender, waardoor
inrichtingsbedrijven in toenemende mate gedwongen worden om tegemoet te
komen aan de specifieke klanteneisen. De opkomst van een meer
conceptmatige insteek is het logische gevolg van deze ontwikkeling. Ook
OVD-docent Lommerse heeft zo zijn visie op de opkomst van de
‘conceptmatige aanpak’: “Beleggers en projectontwikkelaars hadden
tot enige jaren geleden nog een grote invloed op de vormgeving van
kantoren. Kantoorgebouwen werden standaard uitgerust met cellenkantoren,
waardoor er geen enkele mogelijkheid meer bestond om een op de organisatie
toegespitst inrichtingsconcept te implementeren. Dat is tegenwoordig snel
aan het veranderen.”
Katalysator
Een belangrijke katalysator voor de verandering die zich gedurende de
voorbije jaren heeft voltrokken, is de ontwikkeling van de
communicatietechnologie. “Er is de laatste jaren natuurlijk veel meer
mogelijk geworden dan voorheen”, stelt Lommerse. “Dankzij de ICT
kunnen we het werk tegenwoordig anders organiseren. Medewerkers hoeven
niet meer honderd procent van de tijd op het kantoor aanwezig te zijn.
Soms is het bijvoorbeeld efficiënter om thuis te werken. In dit opzicht
is er natuurlijk ook een samenhang met de huidige mobiliteitsproblematiek:
waarom zou je in de file gaan staan, wanneer je het werk ook op een andere
plek kunt uitvoeren?” Lommerse haast zich te zeggen dat thuiswerken niet
zaligmakend is. Een blauwdruk voor de ‘ideale kantoorsituatie’ bestaat
simpelweg niet. “Het doorgronden van werkprocessen van een opdrachtgever
is voor de inrichter van het grootste belang. Dit betekent, dat de
kantoorinrichter niet zomaar een la kan opentrekken en een standaard
concept kan hanteren, maar dat er echt gekeken moet worden naar de
specifieke wensen en mogelijkheden van de individuele opdrachtgever. Op
deze wijze wordt de inrichting van kantoren naar een hoger niveau
gebracht.”
Henk-Jan Hoekjen
|