|
Reportage
Haasten
of onthaasten? That's the question
Vier
deskundigen, één presentator, één discussieleider en een grote toeter.
Dat waren de voornaamste ingrediënten van het Wellinga-symposium
‘Gewenste Intimiteiten’. In dit artikel gaan we wat dieper in op de
stellingen, die schaker, publicist en bekende Nederlander Hans Böhm bij
het deskundigenpanel deponeerde, waarna Jan de Koning van RTV Oost de
discussie in goede banen leidde. Hij werd geholpen door een immense
toeter, die elke stelling na een kwartier genadeloos beëindigde.
Moeten
we haasten of onthaasten? De overspannen garnalen-pellende mevrouw van de
televisiereclame kan deze keuze niet meer maken. “Wij nog wel, maar
waarom doen we het dan niet?”, vroeg Hans Böhm zich af. Onthaasten
heeft alles te maken met keuzes maken, concludeerde het panel.
Onafhankelijk adviseur en oud-Raadslid van Enschede Cecil Arda constateert
in de dagelijkse praktijk dat keuzes nog veel te weinig worden gemaakt.
“We leven naar status en naar onze agenda. We moeten kiezen voor andere
normen en waarden. Dat geldt ook voor de werkgevers, die zich moeten
realiseren dat mensen nog altijd het belangrijkste kapitaal zijn van een
onderneming.”

(Vlnr) David Wijnen, Hans Böhm en Bert Klei
poseren staand voor de Wellinga-camera. Hetzelfde doen - zittend - Theo
Magermans, Cecil Arda en Jan de Koning.
Bert
Klei, financieel directeur van Metabouw in Deventer: “We komen in een
fase dat we ons bewust worden van de menselijke maat. Onthaasten leidt
uiteindelijk tot efficiënter werken. Je moet dan heel bewust omgaan met
je eigen tijd.” Theo Magermans van Assenburg: “De maatschappij staat
onder druk als gevolg van de McDonaldsification, maar geen enkel
mens is drukker is dan hijzelf wil.”
Anders
werken
Om
te kunnen onthaasten zijn allerlei hulpmiddelen mogelijk. Eén daarvan is
‘anders werken’. Telewerken en thuiswerken zijn voorbeelden van anders
werken. David Wijnen, hoofd afdeling facilitaire zaken van de Stichting
Mediant, kent het fenomeen telewerken niet binnen de gezondheidszorg en
thuiswerken slechts in beperkte mate. Toch verwacht hij dat deze
werkvormen zich zullen doorzetten. Theo Magermans verhelderde de
discussie: “Telewerken is niet hetzelfde als thuiswerken. Telewerken doe
je overal waar je gebruik maakt van telecommunicatie: in het café, in het
park; waar je maar wilt. Telewerken kan uitkomst bieden, maar niet in
‘zwart-witte’ vorm. “In elk goed systeem zijn er vier aspecten:
‘thuis’, ‘onderweg’, ‘bij de klant’ en ‘op de zaak’. Deze
aspecten dienen in balans te zijn.” Bert Klei vindt dat telewerken
afhankelijk is van het soort werk en dat mensen die telewerken de sociale
contacten missen.
Als
onthaasten niet lukt, ligt RSI op de loer. Hans Böhm, die zelf de
nadelige gevolgen van RSI ondervond, benadrukte gekscherend dat de drie
letters niet staan voor ‘regelmatig slaap inhalen’. “RSI is een
onbalans. Het is deels psychisch - ik werkte tijdelijk aan een boekje op
een drukke uitgeverij en kon niet goed omgaan met de hectische sfeer daar
- en deels lichamelijk. Op mijn werkplek thuis heb ik vervolgens allerlei
aanpassingen laten uitvoeren. Ik was wekenlang niet in staat om te werken.
RSI is een onderschat probleem. De ICT-sector onderkent de dreiging en
gaat een convenant opstellen om RSI tegen te gaan.” Magermans
onderschreef de woorden van Böhm: “RSI is absoluut een maatschappelijk
probleem. In feite hebben we het over een ‘mengvorm’ van vier
syndromen: het sick building syndrome, stress related anger,
technology related anger en RSI. “Het samenspel tussen deze
syndromen zorgt ervoor dat je RSI krijgt.” Bert Klei wees op de
combinatie van druk en de beschikbare middelen in het bedrijf. “Daarbij
komt dat in ons bedrijf veel eigenwijze mensen werken, die niet altijd
goed van die middelen gebruik maken. Bovendien vind ik dat je de situatie
thuis ook in de gaten moet houden.” David Wijnen gelooft dat veel mensen
door RSI worden bedreigd. Hij vindt dat de verantwoordelijkheid voor deze
problematiek niet alleen bij de werkgever gelegd mag worden: “De
werknemer heeft ook een eigen verantwoordelijkheid in het geheel.”
Pukkelkop:
leuk of niet?
Indachtig
aan het thema van het symposium kreeg het panel de vraag ‘Verhoogt een
intieme werksfeer de productiviteit?’ voorgelegd. Hans Böhm gaf
voorbeelden van fitnessruimten, meditatieruimten en
concentratiewerkplekken, dat alles vanuit de gedachte ‘als je je prettig
voelt, presteer je beter’. Hij citeerde uit managementblad Bizz en
voegde daarmee een nieuw element toe aan de vraagstelling: “In een
artikel over ‘pesten op de werkvloer’ schrijft Bizz dat zestien
procent van de werknemers last heeft van pesten. Water in de schoenen van
een collega doen, een stotteraar napraten, iemand met last van acné
‘pukkelkop noemen; het schijnt allemaal voor te komen.”
Cecil
Arda: “Pesten, intolerantie, discriminatie; waar mensen zijn, zijn
altijd spanningen. In dat kader kun je de werkplek veraangenamen met
bijvoorbeeld lounge-achtige ruimten en sfeervolle kantines.”
Magermans is op zoek naar een herdefinitie van het fenomeen
‘werken’. “Mensen zijn geneigd iemand van werk te betichten als ze
zweet op hun voorhoofd zien staan. Als de mens zich senang voelt,
is werken pas echt productief en dan niet alleen in economisch opzicht.”
David Wijnen: “We gaan van de kantoortuinen naar de cockpitwerkplekken
en noem maar op. Of dat de oplossing is? Uit allerlei onderzoeken blijkt
dat sociale contacten belangrijker zijn dan geld en andere stoffelijke
zaken. Waardering essentieel voor mensen. In ons bedrijf wordt iemand
stelselmatig genegeerd. Dat is vreselijk. Het is goed om dergelijke zaken
te benoemen, erover te spreken. Ik geloof dat pesten meer voorkomt dan
iedereen denkt.”
Intiem
Als
pesten ongewenst is, wat zijn dan ‘gewenste intimiteiten’? Theo
Magermans: “Volgens officiële onderzoeken start 25 procent van alle
relaties op kantoor.” Cecil Arda noemde als voorbeeld het ontwikkelen
van mogelijkheden tot kinderopvang door de werkgever. “Het kantoor is er
voor de mens en niet omgekeerd. In Scandinavië is dat al heel
gebruikelijk. Medewerkers willen niet allemaal ene auto van de zaak en
wieldoppen met zestien spaken. Ik ken mensen die een meditiatieruimte
eisen op de werkplek.” Magermans beklemtoonde nogmaals het belang van de
sociale functie op kantoor: “Als je dat als werkgever door hebt, ben je
goed bezig. Het komt ook absoluut de productiviteit ten goede.” David
Wijnen erkent eveneens het belang van een ‘zorgzame’ werkgever.
“Maar er moet ook gewerkt worden.” Böhm concludeerde: “Je kunt van
alles verzinnen om het werk aangenamer te maken, maar als er geen respect
is voor elkaar, werkt het niet.” En voor de vierde maal weerklonk luid
getoeter, waarmee het symposium definitief werd afgesloten. De circa
tweehonderd aanwezigen konden naar het - in het kader van Dierendag
vegetarische - buffet.
Ton
Brands
|