|
Interview
Huisvesting
als productiemiddel
Bij
het verhuizen van een organisatie naar een nieuw kantoorpand komt er nogal
wat kijken. Volgens Bert Heine en Fred-Anton Knoop van Desenco Real Estate
Management uit Zoetermeer is het daarom van groot belang dat bij een
dergelijk project een adviesbureau in de arm wordt genomen. “Wij staan
aan de kant van de gebruikers en voorkomen dat deze klem worden gezet door
de verschillende marktpartijen.”
Als
voorbeeld van dergelijke marktpartijen noemt Heine makelaars en
projectontwikkelaars. “Deze partijen hebben er direct belang bij als een
onderneming met hen in zee gaat. Zij willen hun panden slijten, of een
pand nu past bij een organisatie of niet. Wij werken heel anders. Doordat
wij niet gelieerd zijn aan bijvoorbeeld makelaars en ontwikkelaars kunnen
we onze klanten een volledig onafhankelijk advies geven. Daarnaast zijn
wij middels de units Management Consultancy, Interior Contract Management
en Workplace Management in staat na uitvoerig vooronderzoek de verhuizing
in fysieke zin geheel te regelen en alle ‘ellende’ op het gebied van
faciliteiten voor de klant te verzorgen.”

Het
verlangen om innovaties in kantoren door te voeren, wordt veelal gevoed
door de top van de organisatie. Het is daarbij echter de vraag of de
mensen op de werkvloer deze veranderingen wel echt willen.
Positieve
invloed
Waarom
zijn deze zaken zo belangrijk? Voor Heine is dit klip en klaar:
“Huisvesting is een productiemiddel. Het kan wat toevoegen aan het
bedrijfsresultaat. Mensen zijn gevoelig voor een mooie lokatie. Wanneer
een organisatie een mooi nieuw pand betrekt, kan dit direct een positieve
invloed op de bedrijfsresultaten hebben.” Wel moeten bij een verhuizing
enkele uitgangspunten in de gaten worden gehouden. “Denk hierbij aan de
effectiviteit van een lokatie, alsmede de vraag of een pand gezond en
veilig is. Al deze zaken worden in een voorstudie-fase door ons
onderzocht”, aldus Heine.
Fred-Anton
Knoop sluit zich aan bij de woorden van Heine. Ook in zijn ogen heeft een
organisatie veel baat bij een grondige voorstudie alvorens de keuze voor
een nieuw pand wordt gemaakt. “Huisvesting komt vaak pas op de agenda
als het verkeerd loopt”, vertelt Knoop. “Alleen wanneer er sprake is
van teveel of te weinig ruimte, of wanneer een huurcontract afloopt, is er
plotseling belangstelling voor het huisvestingsvraagstuk.
Bert
Heine: “Wanneer een organisatie een mooi nieuw pand betrekt, heeft dit
een positieve invloed op de bedrijfsresultaten.”
Als alles in
orde is, bestaan weinig redenen om na te denken over de huisvesting.
Wanneer dit onderwerp op de agenda komt, dient men zich te realiseren dat
er in de verschillende lagen van een organisatie op een ander niveau over
huisvesting wordt nagedacht. Medewerkers denken vooral aan de invulling
van hun eigen werkplek, terwijl er hoger in de organisatie ook wordt
gekeken naar zaken als de uitstraling van het pand en het imago van de
organisatie.”
Bedrijfscultuur
Een
gedegen voorstudie op alle niveaus in de organisatie voorkomt dat een
re-lokatie van een organisatie gepaard gaat met vervreemding van het eigen
personeel. Knoop: “Er worden in toenemende mate innovatieve
kantoorconcepten toegepast. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk het
Interpolis-pand in Tilburg, waar voor een totaal nieuw concept is gekozen.
Het verlangen om een dergelijke verandering door te voeren, wordt veelal
gevoed door de wens van de top van de organisatie om de bedrijfscultuur
ingrijpend te veranderen. Het is daarbij echter de vraag of de mensen op
de werkvloer deze veranderingen wel echt willen. Om een kloof tussen de
verschillende lagen in de organisatie te voorkomen, is het van groot
belang dat de vraag welk gebouw het beste past bij een organisatie op
verschillende niveaus beantwoord wordt. Zo moet er niet alleen aandacht
zijn voor bijvoorbeeld de gewenste stramienmaten, de facilitaire
voorzieningen en de klimaatregeling, maar ook voor de aankleding van de
individuele werkplekken en zaken als de bereikbaarheid van een kantoor en
de parkeermogelijkheden in de nabijheid van het pand.”

Fred-Anton Knoop: “De factor tijd is altijd erg
belangrijk wanneer een organisatie gaat verhuizen. Een verhuizing zonder
tijdsdruk is een utopie.”
Knoop
benadrukt dat aandacht voor de wensen van het personeel in de huidige
economische situatie onontbeerlijk is. Door de krapte op de arbeidsmarkt
heeft de werknemer meer macht gekregen. “Er is een duidelijke trend
gaande waarbij de aandacht steeds meer verschuift in de richting van
‘zachte’ factoren”, vertelt Knoop. “Hierbij komen vragen aan de
orde zoals ‘hoe ondersteunen we de gebruiker optimaal bij zijn
werkzaamheden?’. Deze ontwikkeling wordt onder meer veroorzaakt door de
huidige krapte op de arbeidsmarkt, waardoor organisaties gedwongen worden
hun medewerkers goede arbeidsomstandigheden te bieden; de medewerker wordt
steeds meer gezien als een kostbare factor.” Een ontwikkeling die
hiermee verband houdt, is de verminderende populariteit van statusgerichte
inrichting. “De inrichting wordt steeds meer activiteit-gericht;
kantoren worden ingericht met het oog op de werkzaamheden die er worden
uitgevoerd, niet op basis van de status van de gebruiker. Medewerkers
krijgen in dit traject steeds meer inspraak.”
Tijdsdruk
Waarom
is hierbij het in de arm nemen van een adviesbureau noodzakelijk? Naast de
eerder genoemde marktpartijen, die er alleen maar op uit zijn hun eigen
panden te slijten, is er volgens Knoop nog een belangrijke factor. “De
factor tijd is altijd erg belangrijk wanneer een organisatie gaat
verhuizen. Een verhuizing zonder
tijdsdruk is een utopie. Organisaties die besluiten tot verhuizing willen
dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Dit betekent dat
besluitvormingsprocessen in elkaar moeten worden geschoven, dat al in een
vroeg stadium grove kaders moeten worden opgezet waarin kritische
indicatoren zoals kosten, hoeveelheid noodzakelijke parkeerruimte en
dergelijke zijn opgenomen.” Heine vult aan: “Voor een organisatie is
dit vaak een hele toestand, omdat men nu eenmaal niet zo vaak verhuist.
Juist daarom is het van belang een organisatie als Desenco Group in de arm
te nemen. Wij weten precies wat er komt kijken bij re-lokatie. Hierbij
zeggen we niet zozeer wat een organisatie het beste k an doen - dat moet
men zelf beslissen - maar we geven slechts de informatie op basis waarvan
een organisatie een verantwoorde keuze kan maken voor een nieuw lokatie.”
Henk-Jan
Hoekjen
|