|
Joyn ontketent revolutie
Werken aan de keukentafel
Het wordt ons al enkele jaren met enige regelmaat voorgespiegeld: het
kantoor koloniseert de woonomgeving. Volgens onderzoekers van diverse snit
is thuiswerken onmiskenbaar in opkomst. Het omgekeerde is echter ook waar:
de thuisomgeving koloniseert de kantoorwerkplek. Met dank aan de
gebroeders Bouroullec.
Arnold
Heertje is een Bekende Nederlander. De voormalige hoogleraar
Staatshuishoudkunde aan de Universiteit van Amsterdam schroomt niet zijn
– vaak tegendraadse – mening kenbaar te maken in diverse media.
Heertjes milde recalcitrantie kwam ook tijdens het JBK-symposium weer
nadrukkelijk aan de oppervlakte. Dat bleek bijvoorbeeld toen enkele
journalisten voor aanvang van de bijeenkomst vroegen alvast enkele
foto’s te mogen schieten van de vooraanstaande spreker annex
dagvoorzitter. Heertje weigerde resoluut. “Er zijn mensen wier vak het
is om te poseren. Dat zijn fotomodellen. Ik ben geen fotomodel en weiger
dan ook te poseren voor uw camera. Daarbij komt dat deze bijeenkomst niet
om mij draait, maar om de specialisten die zo dadelijk in de zaal zitten
en zich bezighouden met innovatief inrichten. Een portretfoto van mijn
persoon bij een eventueel artikel over deze bijeenkomst zou daarom
volledig misplaatst zijn.”

Arnold Heertje: "Ik ben geen fotomodel."
Onwerkbaar
Niettemin ontwikkelde de middag zich tot een soort ‘Arnold Heertje-show’.
Druk gesticulerend vestigde Heertje de aandacht op tal van misstanden in
de economische actualiteit. De gewezen econoom richtte zijn pijlen onder
meer op het veelgeplaagde Ahold-concern. “Dat bedrijf ontslaat een groot
aantal mensen terwijl tegelijkertijd bekend wordt dat de topman een
recordbeloning ontvangt. Ik vind dat buitengewoon dom. Het huidige beleid
van Ahold is een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet.” Heertjes
kritiek op het Zaanse concern spitste zich vooral toe op het feit dat er
bij het bedrijf klaarblijkelijk alleen maar naar de cijfertjes wordt
gekeken, een in de ogen van de econoom volstrekt achterhaalde manier van
denken: “Ik ben ervan overtuigd dat we in een overgangsfase zitten van
kwantitatief naar kwalitatief denken. Bedrijven zullen in toenemende mate
kwalitatieve aspecten laten meewegen in hun beslissingen. De eenzijdige
focus op de kostenaspecten van een investering voldoet niet meer.”
Volgens Heertje heeft deze tendens onder meer grote gevolgen voor de
inrichting van bedrijfspanden. ‘Kwaliteit’ gaat ook op dit gebied
steeds meer de boventoon voeren. “Het besef ontstaat dat de kwaliteit
van de werkomgeving van individuele medewerkers bepalend is voor het
succes van een bedrijf.” Heertje legde een verband met een meer algemene
maatschappelijke ontwikkeling. Arbeid wordt in zijn ogen steeds meer een
consumptiegoed: “In de traditionele economieboekjes wordt arbeid gezien
als een productiefactor waaraan mensen een inkomen ontlenen”, aldus
Heertje. “In de huidige maatschappij maken mensen steeds meer een
bewuste keuze voor het ‘pakketje arbeid’ dat zij op een bepaald moment
willen uitvoeren. Arbeid is dankzij allerlei technologische en
maatschappelijke ontwikkelingen een consumptiegoed geworden dat op elk
gewenst moment en elke gewenste plaats geconsumeerd kan worden.”
Vergrijzing
De door Heertje geschetste ontwikkeling heeft grote gevolgen. De
econoom-in-ruste waarschuwt met name voor de ‘arbeidsvlucht’ naar het
buitenland. Dit is volgens Heertje een veel groter probleem dan de
vergrijzing, die in de gitzwarte doemscenario’s van andere economen
veelal als grootste bedreiging voor de Nederlandse economische positie
wordt aangemerkt. “Bedrijven zullen meer aandacht moeten besteden aan de
werksituatie van hun medewerkers”, galmde Heertjes stem door de statige
St. Bavo. “Anders bestaat het gevaar dat we over enige jaren met een
land zitten dat volgebouwd is met kantoorgebouwen, maar waar geen mens
meer wil werken. Vergis u niet: jongeren zullen in groten getale in het
buitenland gaan werken wanneer de arbeidsomstandigheden in ons land niet
voldoende serieus genomen worden.” In die zin is er volgens Heertje een
rechtstreeks verband tussen de inrichting van de werkplek en de
Nederlandse economische positie op de langere termijn: het op grote schaal
invoeren van innovatieve inrichting is een instrument om vakbekwaam
personeel binnen de landsgrenzen te houden.
“Een van de zwakke punten van ons land is de gebrekkige communicatie
binnen bedrijven”, vervolgde de economisch predikant vanaf zijn ad
hoc-preekstoel. “De contacten tussen de top van een bedrijf en de
werkvloer zijn veelal niet bijzonder innig.” Hierdoor worden
investeringsbeslissingen nogal eens op verkeerde gronden genomen. Ook met
betrekking tot de (her)inrichting van bedrijfspanden ligt dit gevaar op de
loer. Het vormgeven van een werkruimte zonder de medewerkers actief te
betrekken bij het proces van (her)inrichten is niets minder dan een open
sollicitatie naar mislukking. “Hans de Boer, de oud-voorzitter van
MKB-Nederland, stelde bij zijn afscheid dat het grootste probleem van de
Nederlandse economie de enorme onverschilligheid is, die in alle lagen van
de overheid en het bedrijfsleven doorsijpelt”, aldus ‘dominee’
Heertje. “Deze onverschilligheid is te doorbreken met innovatieve
inrichtingsconcepten. Innovatie van de werkomgeving is een voertuig van
betrokkenheid, mits de gehele organisatie actief wordt betrokken bij het
inrichtingsproces.”
Katalysator
Met een kerkzaal vol inrichtingsspecialisten had Heertjes betoog alle
kenmerken van een preek voor eigen parochie. Om de reikwijdte van zijn
betoog te vergroten, spoorde de bekende econoom alle aanwezigen aan zijn
woorden thuis nog eens te overdenken: “Ik fungeer slechts als
katalysator”, stelde de prominente dagvoorzitter afsluitend. “Mijn
woorden zijn waardeloos wanneer u er vervolgens niets mee doet. We moeten
de status quo doorbreken.”
Henk-Jan Hoekjen
|