|
‘Het
kantoor ontploft’
‘Man
van het jaar’ Marcel Wanders doet weer van zich spreken. De eigenzinnige
designer merkte tijdens het symposium Office:
Form, Function, Finance bij de Bredase onderneming Lensvelt op, dat
het kantoor van de toekomst ‘ontploft’ van alle technische oplossingen
die er door kantoorinrichters in worden aangebracht.
Het
symposium werd georganiseerd door kantoorinrichter Lensvelt en
Interieurlease, een groep fabrikanten van interieurproducten, die de
handen ineengeslagen heeft om voor gebruikers van kantoorpanden een
optimale en doelmatige inrichting te kunnen verzorgen.
Interieurlease-directeur Sven Brookhuis deed uit de doeken wat de gedachte
is achter het initiatief: ‘Interieurlease is een marketingtool,
waarmee eigenaren van kantoorpanden het aanbod van kantoorruimte beter
kunnen laten aansluiten op de vraag. Dat is bij de huidige leegstand van
kantoorruimte van wezenlijk belang.” Door een kantoorinrichting te
leasen biedt de eigenaar van een pand de potentiële huurder de
mogelijkheid om per direct een kantoorpand te betrekken. “We zijn in
staat een pand een bepaald profiel te geven, waardoor het interessant
wordt voor bepaalde typen huurders. Het interieur kan middels de
lease-constructie als tool worden gebruikt om een ruimte te operationaliseren.”

Sven
Brookhuis: “Er is momenteel onbalans tussen de vraag en het aanbod van
kantoorruimte. Interieurlease biedt hiervoor een oplossing.”
Dat
de kantoorruimte op meerdere wijzen van een profiel kan worden voorzien,
bleek uit de presentatie van prof. dr. Dries van Wagenberg. Hij
onderscheidde in zijn lezing grofweg vier
verschillende inrichtingsconcepten: avontuurlijk, efficiënt,
comfortabel en duurzaam. Volgens Van Wagenberg behoort elk
inrichtingsprofiel bij een bepaald type bedrijf. “Het avontuurlijke
kantoor wordt vooral toegepast door jonge bedrijven in de IT-sector”,
weet de hoogleraar Facility Management. “Het zogenaamde efficiënte
kantoor is vooral in opkomst bij banken en verzekeringsmaatschappijen,
terwijl het comfortabele kantoor in trek is bij professionals als
advocaten en adviseurs - mensen die kennis per uur verkopen. Het duurzame
kantoor wordt tenslotte het meest toegepast door organisaties met een ideëel
doel, zoals overheidsdiensten.” Er is in de ogen van Van Wagenberg
overigens wel een analoge ontwikkeling aan te wijzen in al deze
verschillende sectoren: “Organisaties komen er steeds meer achter dat de
inrichting van het bedrijfspand onderdeel is van het bedrijfsproces.
Inrichtingsvraagstukken worden steeds meer beoordeeld op de return
on investment. Deze ontwikkeling speelt in alle zojuist benoemde
bedrijfstypen.”
Als
contrapunt voor de somtijds enigszins droge betogen van Brookhuis en Van
Wagenberg fungeerde de presentatie van de door het tijdschrift Man tot
‘Man van het jaar’ uitgeroepen ontwerper Marcel Wanders. In zijn
vermakelijke presentatie schroomde de zichzelf als ‘Robin Hood van
design’ beschouwende ontwerper niet om enkele heilige huisjes omver te
schoppen. Over functionaliteit: “Wij ontwerpers zijn opgeleid om
objecten te ontwerpen die functioneel zijn. Waarom eigenlijk? Producten
met een onduidelijke functie kunnen ook uiterst succesvol zijn. Een vriend
van me zei me onlangs: ‘Als een object zo mooi is dat je het zeven jaar
in je huis kunt laten staan, dan vindt je er vanzelf wel een functie
voor’. En zo is het ook.”

Marcel
Wanders: “Producten met een onduidelijke functie kunnen uiterst
succesvol zijn.”
Ook
met betrekking tot de inrichting van het kantoor heeft Wanders zo zijn
eigen opvattingen. “Ik heb het idee dat we in het kantoor zo
langzamerhand de dingen kunnen gaan toepassen die we echt willen in plaats
van de dingen die alleen bestaan omdat ze makkelijk geproduceerd kunnen
worden. Ook moeten we maar eens afstappen van het idee dat techniek
zichtbaar moet zijn in het kantoor. Het kantoor ontploft tegenwoordig van
alle technische oplossingen die er in aangebracht worden. Maar waarom zou
een kantoor niet gewoon een mooie fauteuil kunnen zijn?” Wanders werd
allengs cryptischer in zijn bespreking van het kantoor van de toekomst:
“Er komt ook in de inrichting van het kantoor steeds meer vrijheid. We
hoeven niet meer te zien wat we begrijpen, maar kunnen steeds meer gaan
zien wat we willen zien. Het komt erop neer dat we de droom steeds meer
gaan accepteren.” Na een korte stilte: “Heeft iemand nog enig idee
waar ik het over heb?”
(10-02-2003)
|