|
Knuffelkantoor
contra buffelkantoor
Tegenstrijdige
berichten in NRC Handelsblad. In het economie-katern van afgelopen
zaterdag stonden twee verhalen te lezen, die beide een volstrekt andere
visie op de toekomst van het kantoor communiceren. In een bespreking van
de laatste innovaties aan het befaamde Interpolis-pand in Tilburg wordt de
lof van het extravagant ingerichte kantoor gezongen. In een ander artikel
op dezelfde pagina stelt Bert Hobbelink, bestuursvoorzitter van
makelaarsbedrijf DTZ Zadelhoff, dat de extravagantie in de inrichting van
kantoren definitief verleden tijd is: “We gaan van het knuffel naar het
buffelkantoor”.
Interpolis
doet erg zijn best om voortdurend van zich te doen spreken. De
spraakmakende nieuwbouw uit 1996 was dan ook geen eindstation voor de
ambitieuze verzekeraar. In 2003 wordt een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan
de flex-succes-story van de Tilburgse onderneming. De nieuwe 7000
vierkante meter ‘kantoorruimte’ wordt ingevuld door een aantal
aansprekende ontwerpers, die voor een aan decadentie grenzende
hypermoderne inrichting hebben gekozen. “Het nieuwe gedeelte is een
overgangsgebied tussen thuis en het kantoor”, aldus Erik Veldhoen in NRC
Handelsblad. “Na de invoering van het flexibele kantoor bleek dat mensen
soms niet thuis willen werken omdat hun woning daartoe geen gelegenheid
biedt of omdat ze toch sterk de behoefte hebben om de deur achter zich
dicht te trekken wanneer ze gaan werken.” Het nieuwe gedeelte van het
Interpoliskantoor is bedoeld als een ‘tussengebied’ waar deze
medewerkers in een ontspannen sfeer hun flexibele werkzaamheden kunnen
uitvoeren. De door ontwerpers als Marcel Wanders, Jurgen Bey, Ellen Sander
en Joep van Lieshout ontworpen ruimtes lijken in niets meer op het
traditionele kantoor. De ruimtes hebben meer weg van een woonkamer, een
lounge, een iglo-lanschap en een café.
Ondanks
de tam-tam waarmee het nieuwe Interpolis-project in de markt wordt gezet,
is niet iedereen overtuigd van het nut van het extravagante kantoor.
DTZ-Zadelhoff-topman Hobbelink is van mening dat het decadente flexkantoor
zo langzamerhand een anachronisme is geworden. “Er mag weer gewoon
gewerkt worden in het kantoor”, aldus Hobbelink. “Tot voor kort moest
het kantoor sexy zijn. Het was bijna hinderlijk dat er ook nog een bureau
moest staan. Daar werd toen de term ‘knuffelkantoor’ voor bedacht. In
de krappe arbeidsmarkt moest je je personeel naar binnen knuffelen.”
Deze ontwikkeling is volgens Hobbelink nu wel ten einde. “Nu bedrijven
inkrimpen en niet meer hoeven te vechten om ‘die ene’ werknemer is het
verwennen definitief voorbij; knuffelkantoren worden weer
buffelkantoren.”
(11-02-2003)
|