|
CBS-onderzoek tempert verwachtingen
Telewerken: is er leven na de hype?
Het is een bekend verschijnsel in ons
oververhitte medialandschap: ‘de mediahype’. Een onderwerp verschijnt uit
het niets en vult plotseling alle krantenkolommen. Na enkele weken is het
onderwerp vervolgens weer van de agenda verdwenen. Ook in de vakpers is de
mediahype geen onbekend verschijnsel. Enkele jaren geleden had iedereen in
de projectinrichtingswereld bijvoorbeeld de mond vol over ‘telewerken’.
Inmiddels is de storm enigszins gaan liggen. Tijd om de vraag te stellen:
is er leven na de hype?
De opkomst van het telewerken vindt ergens
omstreeks het jaar 2000 zijn aanvang. Op de belangrijke internationale
kantoorinrichtingsbeurs Orgatec in 2000 was de slogan work where
you are niet van de lucht. Tal van vooruitstrevende inrichtingsexperts
wisten het zeker: de toekomst was aan de thuiswerkplek; het kantoor zou
binnen enkele jaren alleen nog fungeren als ontmoetingsplaats voor
telewerkende professionals. De stormachtige opkomst van moderne
communicatietechnologie zou leiden tot een totaal andere manier van
werken. En passant zou het mobiliteitsprobleem worden opgelost. Een hype
was geboren.
Vijf jaar na het hoogtepunt van de
telewerkhype lijkt er nog weinig terecht gekomen van de toekomstdromen van
de telewerkpropagerende inrichtingsconsultants. Half Nederland staat
vrijwel dagelijks in de file en het kantoor als ontmoetingsplek zit
voorlopig in de wachtkamer van de geschiedenis. In het gros van de
kantoren wordt, in tegenstelling tot de opgeblazen verwachtingen rond de
millenniumwisseling, nog altijd gewoon gewerkt. Ontmoeten, zo lijkt de
opvatting van het gros van de kantoorhoudende directeuren, dat doe je maar
thuis.

Katalysator
Betekent dit dat de koffiedikkijkende
thuiswerkpromotors het enige jaren geleden volledig bij het verkeerde eind
hadden? Natuurlijk niet. Tal van kantoorhoudende organisaties hebben zich
gedurende de voorbije jaren wel degelijk laten informeren over de
mogelijkheden die de ‘informatierevolutie’ hen te bieden heeft. Het
fileleed in ons land vormde in dat opzicht een niet onbelangrijke
katalysator. Ook de innovatieve inrichtingsoplossingen à la Interpolis,
die de vele vaktijdschriften de laatste jaren vulden, brachten tal van
organisaties op het idee om de eigen werkmethoden eens onder de loep te
nemen. Gevolg: het thuiswerken is sedert het jaar 2000 gestaag toegenomen.
Niet met de percentages die ons tijdens de telewerkhype werden beloofd,
maar dát kon voor weldenkende trendwatchers nauwelijks een verrassing
heten.
Hoe staat het met het telewerken, nu de
mediastorm is gaan liggen? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
publiceerde onlangs cijfers die inzicht bieden in de stand van zaken. Het
CBS-onderzoek leert dat momenteel zo’n 3 procent van de werkenden in ons
land telewerkt. Van deze groep is het merendeel hoogopgeleid en werkt meer
dan 40 uur per week. Bovendien hebben telewerkers vaak een leidinggevende
functie en werken ze overwegend in de zakelijke dienstverlening.
Telewerken is voorts het meest gebruikelijk bij werkenden van 35 jaar en
ouder, terwijl slechts 1 procent van de werkenden onder de 25 jaar
telewerkt. Onder mannen komt telewerken ruim tweemaal zo vaak voor als bij
vrouwen.
Voedingsbodem
Hoogopgeleide leidinggevende mannelijke
workaholics van 35 jaar en ouder? De cijfers van de CBS leren dat het
vooral de directeuren zélf zijn die zo nu en dan thuis werken en hun
kantoor voornamelijk beschouwen als ontmoetingsplek. Het ‘gewone’
personeel wordt doorgaans geacht iedere dag gewoon op kantoor te
verschijnen.
In dit licht bezien verrassen de uitkomsten
van een door consultancyorganisatie Ernst & Young uitgevoerd onderzoek
nauwelijks. ‘Het aantal thuiswerkers neemt het komende jaar aanzienlijk
toe’, zo meldde een persbericht van de organisatie in december 2004
optimistisch. Ernst & Young verrichtte onderzoek onder ‘directeuren,
managers en professionals’ op (minimaal) HBO-niveau. Laat dit nu precies
de groep zijn die blijkens het CBS-onderzoek meer dan gemiddeld gebruik
maakt van telewerken. Het onderzoek van de consultancyorganisatie zegt
daarom niets over de voedingsbodem voor het telewerken onder de totale
kantoorbevolking. “Ons onderzoek is hiervoor inderdaad niet breed genoeg”,
erkent Jacob Verschuur, directeur van Ernst & Young ICT Leadership.

Alleen hoogopgeleide leidinggevende mannelijke
workaholics van 35 jaar en ouder beschikken blijkens een CBS-onderzoek
doorgaans over een thuiswerkplek. (Foto: Zanotta)
De positieve boodschap van Ernst & Young met
betrekking tot de ontwikkelingen op het gebied van telewerken vraagt om
verdere relativering: ook in februari 2004 publiceerde de organisatie een
onderzoeksrapport over het onderwerp. Toen kopte het persbericht:
‘Thuiswerken breekt in 2004 definitief door’. In het meest recente
persbericht moet Ernst & Young toegeven dat die kop wellicht iets te
positief gesteld was: “Naar verwachting zal het aantal thuiswerkers het
komend jaar sterk toenemen, met name onder grote bedrijven. Echter, begin
dit jaar [2004, HJH] spraken we ook deze verwachting uit, waarbij we
inmiddels kunnen constateren dat er vooralsnog geen sprake is van een
sterke groei.” Het valt nog te bezien in hoeverre de verwachting over 2005
wél gestaafd wordt door de reële ontwikkeling.
Harde cijfers
Concluderend kan gesteld worden dat de rond de
millenniumwisseling gewekte verwachtingen met betrekking tot het
telewerken vooralsnog niet waargemaakt zijn. Het blijken vooral de met
laptop uitgeruste directeuren zélf te zijn, die de functioneel ingerichte
werkplek zo nu en dan verruilen voor het tuinmeubel of de lederen
fauteuil. Dit betekent overigens niet dat telewerken een doodgeboren
kindje is. Daarvoor biedt het fenomeen teveel voordelen. Onderzoek van TNO
Ruimte en Infrastructuur naar het effect van telewerken op de
bereikbaarheid van Amsterdam heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat een
vermindering van de verkeersbeweging rond de hoofdstad met 2 tot 4 procent
al kan leiden tot een verkorting van de files met maar liefst 20 procent.
Dergelijke harde cijfers klinken de minister van Verkeer en Waterstaat
waarschijnlijk als muziek in de oren, hype of geen hype. Het ligt dan ook
in de lijn der verwachting dat het ministerie, bijvoorbeeld via het mede
door haar gefinancierde Telewerkforum, thuiswerken de komende jaren zal
blijven promoten.
Henk-Jan Hoekjen
|