|

De stichting Fitlicht werd in mei 2005 opgericht als
zusterorganisatie van de Duitse stichting Fitlicht. In de organisatie
hebben tal van partijen uit de lichtwereld zitting. Zo zijn onder meer
lichtadviseurs, bouwfysici, verlichtingsfabrikanten en
verlichtingsleveranciers in de stichting vertegenwoordigd. “Ook zijn er
nauwe banden met de onderwijswereld”, zegt voorzitter Jan Meutzner. “Het
secretariaat van de stichting wordt bijvoorbeeld gevoerd door een docent
van de TU Delft.”
De onderwijswereld
geniet de warme belangstelling van Fitlicht. Zo spant de stichting zich in
om het belang van daglicht in het curriculum van bouwkundeopleidingen
hoger op de agenda te krijgen. Daarnaast is er binnen Fitlicht veel
aandacht voor de verlichting van onderwijsinstellingen. Volgens Meutzner
is de lichtsituatie in het gros van de onderwijsinstellingen in ons land
namelijk ver beneden peil. “Je schrikt echt als je ziet waar we onze
kinderen zo nu en dan wegstoppen. Ze zitten de hele dag onder kunstlicht,
dat soms niet eens voldoet aan de geldende norm.”

Openluchtschool
“Een lid van de
stichting, de architect Renz Peijnenborgh, heeft onlangs een lezing
gehouden over openluchtonderwijs”, vervolgt Meutz-
ner. “In de jaren twintig en dertig was een dergelijke vorm van onderwijs
heel gewoon in Nederland. Tegenwoordig zijn openluchtscholen echter bijna
helemaal verdwenen. Alleen in Zeeuws-Vlaanderen is nog een school waar nog
op die manier wordt lesgegeven.” De Fitlicht-voorzitter stelt dat een
dergelijke vorm van onderwijs de nodige voordelen biedt. “Uit onderzoek
blijkt dat kinderen in een openluchtschool geconcentreerder werken en
gezonder zijn dan kinderen die onderwijs krijgen in gewone klaslokalen.
Dit is niet verbazend: daglicht is nu eenmaal essentieel voor de
gezondheid en het functioneren van mensen.”
Biologische duisternis
Er worden momenteel
allerlei verlichtingsoplossingen op de markt gebracht, die het tekort aan
daglicht zouden compenseren. Deze ‘dynamische’ verlichtingsystemen
veranderen gedurende de dag van lichtkleur en simuleren daarmee het
kleurverloop van echt daglicht. Meutzner moet er weinig van hebben. “Het
is allemaal illusie”, stelt hij onomwonden. “De lichthoeveelheid die uit
die lampen komt, is namelijk op geen enkele manier te vergelijken met
daglicht. Ook onder de zo geprezen dynamische lichtsystemen zit de mens
nog altijd in biologische duisternis. De lichtsterkte van daglicht
varieert van 10.000 lux in de winter tot wel 100.000 lux in de zomer. Bij
de dynamische interieurverlichting gaat het veelal om lichtsterktes van
500 lux. Begrijp je nu waarom ik deze systemen een illusie noem?”
Volgens Meutzner zijn
de lichtwaarden die gehanteerd worden in scholen en kantoren sowieso veel
te laag. “We weten uit onderzoek dat je minimaal 2.000 lux horizontale
verlichting nodig hebt om de biologische klok op een goede manier aan te
sturen”, weet Meutzner. “Die verlichtingsterkte wordt in vrijwel geen
enkel klaslokaal of kantoorruimte gehaald.”
De enige werkelijke
oplossing voor de hierboven gesignaleerde problematiek is volgens de
Fitlicht-voorzitter de toepassing van echt daglicht in gebouwen. Daarom is
de norm die de minimale daglichtwaarden in gebouwen vaststelt volgens
Meutzner erg belangrijk. “Ik ben momenteel nauw betrokken bij het
opstellen van de nieuwe NEN-norm voor daglicht, de NEN 2057. De nieuwe
norm zal bestaan uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de bepaling
van een standaardmethode voor daglichttoepassing in gebouwen. Het wordt
een norm voor de minimaal toe te passen standaard voor daglicht dat in een
werk- en woonruimte aanwezig zou moeten zijn. Het tweede deel beschrijft
de plusmethode. Deze tweede berekeningsmethodiek komt uit op een beter
niveau. De plusmethode hebben we aan de norm toegevoegd voor organisaties,
die de wil en het budget hebben om de daglichtsituatie werkelijk optimaal
te maken voor hun medewerkers of bewoners.”
Slaapproblemen
De NEN 2057 is niet
alleen van belang voor toepassing voor de woningbouw, het bedrijfsleven en
het onderwijs. Ook de zorgsector mag zich verheugen in de belangstelling
van de stichting Fitlicht. “Evenals de Stichting Onderzoek Licht en
Gezondheid (SOLG) en TNO in Eindhoven zijn wij bezig met de toepassing van
daglicht in de ouderenzorg”, beaamt Meutzner. “Wij vinden dat er bij de
bouw van zorginstellingen rekening moet worden gehouden met de
daglichtbehoefte van oudere mensen.” Volgens Meutzner zou dit tal van
problemen in de zorg verminderen. “Denk alleen maar eens aan de
slaapproblemen. Oude mensen kunnen ’s nachts vaak niet slapen omdat ze
overdag in een huiskamer worden gezet met lichtniveaus tussen de 200 en
500 lux. Bij zulke lage lichtsterktes val je op hogere leeftijd overdag
makkelijk in slaap, waardoor je ‘s nachts niet meer kunt slapen.”
Meutzner is klip en
klaar over de oplossing voor deze problematiek: “Zorginstellingen moeten
de faciliteiten beschikbaar hebben om mensen, ook degenen die slecht ter
been zijn, van daglicht gebruik te kunnen laten maken. Bijvoorbeeld door
de toepassing van lichtstraten of daklichten in de gebouwen. Het is aan de
overheid om hiervoor meer geld beschikbaar te stellen.”

De stichting Fitlicht
probeert haar zaak op diverse manieren bij de overheid en andere
belanghebbenden onder de aandacht te brengen. Niet alleen publiceert de
stichting met regelmaat een nieuwsbrief, ook gaat Fitlicht op termijn
congressen organiseren. “We hebben zojuist besloten in mei een seminar te
houden”, vertelt Meutzner. “We willen diverse gerenommeerde sprekers
uitnodigen hun visie te geven op de toepassing van daglicht in gebouwen.”
Volgens Meutzner zal tijdens dit seminar onder andere aandacht uitgaan
naar de verlichting in onderwijsinstellingen. “Gezond licht in het
onderwijs is belangrijk. Wij willen onder meer pleiten voor de toepassing
van meer daglichtoplossingen en full spectrum-verlichting in klaslokalen.
Dit zou een aanzienlijke verbetering betekenen ten opzichte van de
tegenwoordig nog vaak toegepaste fluorescentieverlichting, die maar zo’n
80 procent van het spectrum uitstraalt.”
|