|
Een
kantoor vol bleekneusjes
De
commissie Licht & Gezondheid van de Nederlandse Stichting voor
Verlichtingskunde (NSVV) is de afgelopen twee jaar druk bezig geweest om
een serie aanbevelingen op te stellen, die dit voorjaar zullen
verschijnen. De commissieleden Gerrit van den Beld en Toine Schoutens
lichten alvast een tipje van de sluier op.
Licht
is volgens de beide commissieleden van essentieel belang voor de mens.
Toine Schoutens, directeur van Medilux uit Helvoirt: “Men is reeds sinds
de antieke oudheid bekend met het effect van licht op de gemoedstoestand
van de mens. Zo schijnt Hippocrates in het jaar 400 voor Christus reeds
een verband gelegd te hebben tussen de seizoenen en het optreden van
allerlei kwalen. Ook gedurende de Middeleeuwen werd duisternis
geassocieerd met het ontstaan van ziektes.”

Toine
Schoutens: "Reeds in de antieke oudheid is het effect van licht op de
gemoedstoestand van de mens bekend"."
In
de eerste helft van de vorige eeuw gebruikte men licht in de
gezondheidszorg. Schoutens: “In het begin van de twintigste eeuw werd
lichttherapie veelvuldig toegepast. Er waren in ons land tientallen
sanatoria waar mensen verbleven die chronisch ziek waren. Zij werden vaak
in speciaal ontwikkelde wagentjes in het buitenlicht gezet en men draaide
hen de hele dag mee met de stand van de zon. Hetzelfde gebeurde in de
jaren dertig met de zogenaamde ‘bleekneusjes’.”
Antibiotica
Een baanbrekende ontdekking verdreef de toepassing van lichttherapie
volgens Schoutens gedurende lange tijd naar de achtergrond. “Door de
uitvinding van de antibiotica stopte men met het toepassen van
lichttherapie - men meende dat antibiotica het antwoord was op alle
kwalen. Pas de laatste jaren wordt opnieuw aandacht geschonken aan het
belang van licht voor de mens. Momenteel passen ongeveer 75 ziekenhuizen,
poliklinieken en instellingen door het gehele land lichttherapie toe.”
Met de opkomst van lichttherapie in instellingen voor gezondheidszorg is
het probleem volgens Schoutens echter nog niet uit de wereld. Diverse
mensen kampen met problemen als gevolg van een tekort aan licht. De veel
voorkomende winterdepressie ontstaat veelal omdat er op de werkplek niet
genoeg aandacht is besteed aan een verantwoorde en gezonde
verlichtingssituatie. Schoutens: “Verlichting is bij de meeste projecten
nog altijd een sluitpost op de begroting.” Ook de verlichtingsindustrie
draagt hieraan bij. “De huidige verlichtingsindustrie baseert zijn
producten alleen op de visuele functie van verlichting. Men heeft alleen
maar oog voor ‘sfeer’. De gezondheid van de gebruiker komt door deze
insteek in het gedrang.”
Gerrit van den Beld, werkzaam bij Philips Lighting, is het eens met de
constatering van Schoutens: “De huidige normen zijn gebaseerd op het
uitvoeren van visuele oogtaken en niet op de totale lichtbehoefte van de
gebruiker. Men zou ook aandacht moeten hebben voor non-visuele aspecten,
zoals het effect van verlichting op de biologische klok. Door hier meer
aandacht aan te besteden, kan het welzijn čn de productiviteit van een
werknemer aanzienlijk worden verhoogd.”

Gerrit
van den Beld: "Uit diverse onderzoeken valt af te leiden dat de
grootste winst in productiviteit onstaat bij relatief hoge verlichtingsniveaus.".
Schoutens
geeft enkele voorbeelden van ‘probleemgebieden’. “De winterdepressie
komt nog altijd veelvuldig voor onder de beroepsbevolking, denk
bijvoorbeeld aan mensen die langdurig in ploegen- en nachtdienst werken.
Ook in het kantoor zijn de problemen groot: een aanzienlijk deel van de
beroepsbevolking werkt geheel inpandig zonder daglicht of uitzicht.
Hierdoor wordt de interne biologische klok niet voldoende gereguleerd. De
gevolgen hiervan zijn: vermoeidheid, slaperigheid, minder
concentratievermogen en een verminderde alertheid.”
De commissie Licht & Gezondheid van de NSVV zal dit voorjaar met een
aantal aanbevelingen komen, die een oplossing moeten vormen voor de
bovenstaande problematiek. Aanpassing van de situatie op de werkplek is
volgens Schoutens in veel gevallen noodzakelijk. “Ik ken diverse
praktijkvoorbeelden van mensen die hun werk moeten uitvoeren onder ronduit
slechte lichtomstandigheden. Dat is jammer, temeer daar we steeds beter
kunnen inschatten wat een gezonde lichtsituatie is.” Schoutens komt met
enkele grenswaarden: “Licht met een sterkte van tenminste 1350 lux kan,
mits juist ontworpen en geprogrammeerd, bijdragen tot het verbeteren van
prestaties en productiviteit. Er zijn verschillende lichttechnieken,
armaturen en programma’s beschikbaar, die zowel op individueel als op
collectief niveau de zojuist beschreven problematiek effectief en veilig
terugdringen.”
Cijfermateriaal
Van den Beld sluit zich aan bij de conclusies van Schoutens. Hij heeft
zelfs cijfermateriaal, dat deze conclusies staaft: “Over het algemeen
zijn op de werkplek relatief hoge verlichtingsniveaus nodig”, aldus Van
den Beld. “Uit diverse onderzoeken, onder meer uitgevoerd in de
metaalindustrie, valt af te leiden dat de grootste winst in productiviteit
ontstaat bij relatief hoge verlichtingsniveaus. Deze uitkomsten
rechtvaardigen de hypothese dat aandacht voor non-visuele aspecten wel
degelijk van belang is bij het vaststellen van hoe een gezonde
lichtsituatie er nu feitelijk uit moet zien.”
Van den Beld heeft niet de pretentie het definitieve antwoord te kunnen
geven op de vraag ‘Wat is gezond licht?’. Toch heeft hij goede hoop
dat de later dit jaar verschijnende aanbevelingen een oplossingsrichting
kunnen aandragen. “Er blijven nog veel vragen over. Zijn hoge
verlichtingsniveaus continu nodig? Moet het licht statisch of dynamisch
zijn? Bestaat er een optimale spectrale verdeling of moet ook die
dynamisch zijn? Op al deze vragen trachten we in de commissie antwoord te
krijgen. Het is de bedoeling dat die antwoorden worden opgenomen in een
serie aanbevelingen, die in mei of juni van dit jaar zullen
verschijnen.”
Henk-Jan
Hoekjen
|