|
Licht
en gezondheid
In
onze moderne samenleving werken de meeste mensen binnen, vaak in kantoren.
De verlichting is hier nog altijd gebaseerd op de vereiste om op ieder uur
van de dag of van de nacht taken efficiënt en veilig uit de voeren, met
een zeker visueel comfort. Het is de hoogste tijd om ook rekening te
houden met de impact van licht op de gezondheid.
De Homo sapiens verscheen zo’n 250.000 jaar gele- den op aarde en
evolueerde onder de dagelijkse 24-uurs cyclus van licht en donker. Het
leven toen werd beheerst door een natuurlijk ritme gebaseerd op de slaap-
en waakcyclus: overdag actief leven, meestal in de buitenlucht, en ‘s
nachts rusten. Tijdens de twee laatste eeuwen is dit natuurlijke schema
snel veranderd, aanvankelijk als gevolg van de Industriële Revolutie, en
vervolgens door de daaropvolgende technologische uitvindingen, zoals de
elektrische verlichting en de evolutie naar een universele, 24-uurs
samenleving.
De biologische klok
Afgelopen decennia hebben de medische wetenschap en de medische research
ontdekt dat vrijwel alle menselijke fysiologische en psychologische
processen ritmes vertoonden die gekoppeld zijn aan de natuurlijke,
dagelijkse (circadiane) en seizoensgebonden (jaarlijkse) cycli van licht
en donker. De rotatie van de aarde heeft van het 24-uurs ritme hét
kenmerk gemaakt van alle leven op aarde. Bij de mens situeert de interne
biologische klok zich in de hersenen. Deze klok wordt dagelijks
gesynchroniseerd met de externe klok, via het oculair licht (licht dat
door het oog gaat). De van het netvlies afkomstige oculaire lichtprikkels
resulteren in signalen die naar de verschillende klieren gestuurd worden
welke de ritmische afscheiding reguleren van melatonine, het slaaphormoon,
en cortisol, het stresshormoon.
Zo komt het dat de dag/nacht lichtpatronen tal van periodieke
lichaamsprocessen sturen, zoals onder meer de slaap/waakcyclus, de
alertheid, de prestaties, de lichaamstemperatuur, het hartritme, het
humeur en de vermoeidheid. Toch wordt in de huidige aanbevelingen en
normen inzake verlichting op het werk enkel rekening gehouden met de
vereisten voor de visuele aspecten van het werk. Onze lichtbehoeften gaan
echter een stuk verder dan dat, ten minste als we niet willen dat ons
welzijn en onze gezondheid erbij inboeten. Vraag is hoe verstrekkend de
gevolgen zijn van steeds meer binnen te leven en te werken en op meer
‘onnatuurlijke’ tijdstippen en met veel minder licht dan er buiten
aanwezig is; hoe kan gezond licht hier een positieve bijdrage leveren?
Laten we het voorbeeld nemen van een kantoorbediende: een tekort aan licht
kan al gauw leiden tot een desynchronisatie van de biologische klok.
Resultaat: het lichaam en de geest zijn aan rust toe, terwijl ze eigenlijk
actief moeten blijven. Dit voelt aan als een ‘jetlag’ en tast de
prestaties, de alertheid, de slaapkwaliteit en, op langere termijn, het
welzijn en de gezondheid aan. Als men tijdens de natuurlijke lichtperiode
(overdag) daarentegen voldoende licht krijgt, wordt de biologische klok
gesynchroniseerd en ontvangt men de nodige directe prikkels om correct te
functioneren en zich goed en gezond te voelen.
Onderzoeken wijzen uit dat intens licht overdag een positief effect heeft
op onder meer de alertheid, de energie en het humeur. Dit blijkt nog
duidelijker uit gevallen die onderzocht werden in het ‘donkere’
seizoen, wanneer de dagen korter zijn en er dus minder licht is. Zo’n 3
procent van de bevolking heeft te kampen met winterdepressie (Seasonal
Affective Disorder, of kortweg SAD) en de zogenaamde Winterblues, een
mildere vorm van SAD, komt frequent voor. Het toedienen van een intens,
helder licht door het oog tempert dit gevoel en vormt zelfs de eerste vorm
van therapie voor winterdepressies.
Gezond licht
Het is evident dat licht onontbeerlijk is om de werking van de biologische
klok te optimaliseren, met alle voordelen die hieruit voortvloeien. Licht
is een basisbehoefte, net als gezonde voeding, of lucht en water van goede
kwaliteit. Feit is echter dat we er weinig vanaf weten. Wat is gezond
licht precies? Onderzoeken naar de voorkeur van mensen inzake
kantoorverlichting hebben een aantal interessante feiten aan het licht
gebracht.
Ten eerste blijkt dat de kantoorverlichting in de praktijk helemaal geen
rekening houdt met de enorme schommelingen qua niveau en duur van het
daglicht waaraan we blootgesteld worden. Zo kunnen zich bijvoorbeeld
schommelingen voordoen van meer dan 100.000 lux op een zonnige dag tot
enkele duizenden lux op een donkere, bewolkte winterdag, en dit gedurende
perioden van amper twee uur tot meer dan twintig uur per dag. De
eigenlijke niveaus zijn gemiddeld 800 lux hoger dan die van het invallend
daglicht, wat resulteert in een algemeen niveau van 1.500 tot 2.500 lux,
hetzij ongeveer het niveau van het daglicht dat we buiten hebben op een
donkere dag.
Ten tweede is het zo dat, net zoals de spectrumsamenstelling van het
daglicht grote schommelingen vertoont, ook de mens variaties in de
kleurtemperatuur van kunstlicht verkiest: hoe hoger het algemene
verlichtingsniveau, hoe hoger de kleurtemperatuur. Ten derde is daglicht
dynamisch en het blijkt dat mensen hiervan liefst bewust blijven aangezien
ze een contact willen met de buitenwereld. Tenslotte werd ook aangetoond
dat de gevoeligheid, de persoonlijke voorkeur en de lichtbehoefte sterk
variëren volgens de leeftijd van de bevraagde personen.
Wat ons zicht betreft, kunnen we stellen dat onze ogen een zeer breed
bereik van verlichtingsniveaus kunnen verdragen: van 0,1 lux tot meer dan
100.000 lux.

De ontvangers voor het biologisch systeem zijn
niet gekend, maar er zijn indicaties dat het groene/blauwe deel van het
lichtspectrum efficiënter is om biologische effecten te verkrijgen. Dit
stemt overeen met het feit dat het ochtendlicht, met een van nature uit
hogere kleurtemperatuur, de dagelijkse regeling van de interne biologische
klok synchroniseert met de buitenwereld.
Gezonde verlichting op het werk
Medische studies, gekoppeld aan de natuurlijke, dagelijkse cyclus en aan
de voorkeur van de mens, leiden tot de hypothese dat een gezonde
verlichting voor binnenactiviteiten overdag kan verkregen worden met
verlichtingsniveaus van 2.000 lux voor bepaalde momenten van de werkdag.
Idealiter zou er een combinatie moeten zijn van natuurlijk daglicht en
kunstlicht met een relatief hoge kleurtemperatuur (koud aspect) en een
beperkte schommelinggraad, waarbij het elektrisch licht enkel wordt
ingezet bij een tekort aan natuurlijk daglicht in de winter. Hoewel
onderzoeken ter zake hiervan duidelijke bewijzen leveren, dienen
dergelijke verlichtingsrecepten op grotere schaal getest te worden om hun
efficiëntie en duurzaamheid met zekerheid te bepalen.
Gerrit van den Beld
De auteur werkt bij Philips Lighting Eindhoven
|